Deze website gebruikt cookies

Deze website gebruikt zoals de meeste website cookies om uw bezoek zo aangenaam mogelijk te maken. Wij respecteren hierbij uw privacy maximaal. Indien u verder gaat naar de website staat u de plaatsing van cookies toe. Meer info over ons cookiebeleid - klik hier. -

Geschiedenis Limburgse Dialecten

Geschiedenis Limburgse Dialecten

In deze rubriek wil paalonline het dialect van Paal en Tervant  situeren in de bredere context.van de  Limburgse en Brabantse dialecten.

Paalonline werkt hiervoor samen met Robby Vanesch van Stal-Koersel. Robby Vanesch legt zich al sinds zijn prille jeugd toe op de studie van de Limburgse dialecten in het algemeen en op deze van Noordwest-Limburg in het bijzonder.

 Robby Vanesch zal ons door maandelijkse berichten inwijden in de wereld van de Limburgse dialecten en ook in de specifieke kenmerken van “het Buitings”.

polonaiseNa de nieuwjaarswensen van het paalonline bestuur, de denktank,  de historische werkgroep kon ook onze taalcommissie niet achter blijven.  Marcel V. zorgde voor de wensen in 't Buitings,  Maurice D. zaliger bezorgde ons de oude kerstkaarten en André C.  speelde voor flying postman . 

 

 

dikkevanpaleZoals aangekondigd werd de dialectavond ingezet met de H. Mis in het Buitings. Tot grote tevredenheid van onze pastoor zat de kerk nog eens vol, sommigen moesten zelfs rechtstaan. Over de mis zelf heeft André C. hier verslag uitgebracht.
Heel wat misgangers maakten de oversteek naar OC De Buiting, waar ook andere dialectliefhebbers ondertussen binnenstroomden. Ze werden allemaal getrakteerd op een boke met kop en een drankje. Zoals aangekondigd kwam er een verrassing uit de koelkasten: een nieuw biertje dat toepasselijk ‘Böetingske’ was gedoopt.

 

 

buitings1In de vorige aflevering stelden we al de vraag of het Buitings, Tervants en Berings eerder bij het West-Limburgs dan bij het Getelands moeten gerekend worden. De Getelandse dialecten situeren zich tussen de Uerdingerlijn (Limburgse kant) en de Getelijn (Brabantse kant). Bepalend voor deze indeling is de “betoningslijn”: loopt ze langs of door onze dorpen?
In het het aangrenzende West-Limburgse Demerkempens hebben stoottonen en sleeptonen grotendeels hun functie behouden (o.a. Stal, Koersel, Heusden, Lummen, Hechtel,…..). Toch durven we stellen dat ook in het Beringerlands nog sporen van betoning te vinden zijn die erop wijzen dat dit systeem er ooit voorkwam.
In het ene dorp is dit al wat duidelijker dan in het andere. Als dit klopt kunnen we besluiten dat het Beringerlands toch wat “Limburgser” is dan tot nog toe werd aangenomen.

buitings1Oud, goud, hout, zout, aap, schaap, taal, paal, huis, kruis

In het Buitings ontwikkelde de West-Germaanse a/o + l + d/t zich zoals in de meeste Limburgse dialecten.  In het A.N. en de meeste Nederlandse dialecten is de West-Germaanse a + l + d/t samengevallen met de West-Germaanse o + l + d/t en hebben beide klinkers zich ontwikkeld tot een tweeklank of lange klinker + d/t zoals in “oud, goud, hout, zout…”.   In het standaard Duits werd de oorspronkelijke tegenstelling a/o  behouden met behoud van de l zoals in “alt, Gold, Holz, Salz,..”.  In de meeste Limburgse dialecten is de l weggevallen zoals in het A.N.  maar de West-Germaanse a en o zijn zoals in het Duits niet samengevallen.  In Belgisch Limburg zijn beide klanken enkel in het noordwesten van de provincie samengevallen (R. Keulen 2011).

buitingsWat op het eerste gezicht een eenvoudige vergelijking zou gaan worden tussen enkele “typisch” Buitingse klanken in een aantal woorden met hoe deze woorden klinken in plaatsen in de nabije en verdere omgeving van Paal en Tervant, werd snel een beetje  ingewikkelder dan in eerste instantie verwacht.  Om te zien of een bepaalde klank echt “typisch” is voor een bepaalde plaats, moet deze klank er geïsoleerd voorkomen en niet voorkomen in plaatsen in de nabije of verdere omgeving.  Soms was er niet voor alle plaatsen in de omgeving woordmateriaal voorhanden om te vergelijken, en soms moest er wat verder gekeken worden om een klank te “isoleren”. 

 

Vanwaar komen toch al die taalgrenzen, lijnen en isoglossen?

buitings1

We schreven in de vorige aflevering al over de Uerlingerlijn die de grens vormt tussen het taalgebied van Paal en dat van Tessenderlo, en de Benratherlijn.
Zo zijn er nog vijf dialectgrenzen,  isoglossen genoemd,  die het Limburgse taalgebied tussen de Uerdingerlijn en de Benratherlijndoor lopen nl., (van west naar oost), de Getelijn, de betoningslijn, de Panningerzijlijn , de Panningerlijn en de -lijk/-lich – lijn.  

Ich maak vur óch en mich ooch zoe'een hètteke !

buitings1

Omdat het verloop van de Uerdingerlijn op verschillende kaarten (zelfs bij dezelfde makers) soms afwijkt, hebben we het verloop nagegaan aan de hand van verschillende bronnen  (R.N.D.-enquête,  dialectwoordenboeken, bestaande studies, lokale dialectsprekers, eigen enquêtes, navraag bij dialect- en heemkundige verenigingen,…).

 

buitings1In “Enkele isoglossen rondom Beringen” stelt R. Keulen dat de Getelijn in het noorden als een minder sterke grens beschouwd moet worden dan in het zuiden (in het zuiden vormt de Getelijn een strakkere bundel). Verder stelt hij ook vast dat de gegevens voor het noordwesten niet altijd even betrouwbaar zijn.
Bovenstaande bedenkingen, gecombineerd met tegenstrijdige gegevens uit het verleden en onze eigen twijfels over enkele woorden waarbij men Paal tot het westen rekent, zetten ons aan een bijkomend onderzoek uit te voeren.

HET OOST- EN WESTNEDERFRANKISCH EN DE KEULSE EN BRABANTSE INVLOEDEN  buitings1

Het Oudnederfrankisch werd gesproken tussen (bij benadering) de 5de en de 12de eeuw in een groot deel van wat nu Nederland, België, het westen van Noord-Frankrijk, het Rijnland en Westfalen (beide Duitsland) zijn. 

Zoals al aangehaald splitst het Oudnederfrankisch zich ook weer op, waardoor het Westnederfrankisch (de dialecten die later in hoofdzaak aan de oorsprong van het Nederlands liggen) en het Oostnederfrankisch (rechtstreekse “voorouder” van de Limburgse dialecten en het Rijnlands) ontstaan.

De Indo-Europese talenfamilie  buitings

De Limburgse dialecten stammen via een aantal “voorouders” af van het Indo-Germaans of Indo-Europees (beide betekenen hetzelfde,  maar Indo-Europees dekt de lading beter.

Er bestaan 2  theorieën over het land of de regio waar het Indo-Europees zijn oorsprong vindt.

buitings1De Germaanse talen ontstonden uit het Indo-Europees door enkele opvallende veranderingen:  klankverschuivingen.  
Bij de eerste of Germaanse klankverschuiving verschoven bepaalde medeklinkers uit het Indo-Europees tot andere medeklinkers in het Germaans. Omdat al de Germaanse talen deze klankverschuiving ondergingen, moet deze plaats gevonden hebben toen de Germaanse talen nog (een zekere) eenheid vormden.

In deze aflevering gaan we het over nog 3 verdere taalverschijnselen hebben die in de buurt het Böetings of in het Böetings voorkomen.  Maar eerst nog even iets over een voorbeeld dat in aflevering 3 werd aangehaald.  Bij de voorbeelden voor umlaut bij meervoudsvorming staat er “broe’ed” (brood) en “broe-i” (broden).  In een enquête van rond de eeuwwisseling werd er door iemand “broewed” (brood) en “brooj” (broden) opgeschreven.  Na controle door de taalcommissie van paalonline werd “broewed” en “brooj” vervangen door “broe’ed” en “broe-i” in de door hen ontwikkelde spelling voor het Böetings.  Dit zal ongetwijfeld ook de juiste vorm voor beide woorden zijn, maar dan zijn de vormen eerder een restant van betoning dan van meervoudsvorming door Umlaut.

gezètvanneböeting

 

 

 

Heroptreden van DE HEKS !  (lokale troubadour van de jaren '50) 

Paalonline organiseerde dinsdagnamiddag 23 oktober in “Dienstencentum De Klitsberg” een geslaagde dialectnamiddag met een gevarieerd programma voor een volle zaal.

De vraag kwam een tijdje geleden van bezoekers van het Dienstencentrum om eens “iets” te doen rond ons “Böetings dialect”.

De taalcommissie van paalonline raapte het voorstel op en werkte een namiddagprogramma uit met cursiefjes in ons dialect, met liedjes in ’t Böetings en foto’s van vroeger en nu.

buitings1Eén van de eigenaardigheden die buitenstaanders opvallen aan het oude Buitingse dialect is het behoud van de oud-Germaanse “sk” in woorden zoals “skool, skiep, skóun, skaim,…” (school, schip, schoenen, schuim,…).  Onze historicus Luc Vandewijer vertelde al op de dialectavond van vorig jaar dat hij als nieuwe student in ’t college van Beringen uitgelachen werd omdat hij naar ‘’t skool’ kwam. De sk-klank moet zijn medeleerlingen heel vreemd in de oren geklonken hebben, in een tijd dat Niels Destadsbader en zijn ‘skwon meisken’  nog niet geboren, laat staan een succes waren.

In al de dialecten in de onmiddellijke en ruimere omgeving (en in het Nederlands) verschoof de “sk” tot “sch”.  Volgens sommige bronnen zou de “sk”-klank nog dateren van voor onze tijdsrekening.  De “sk”-klank is vooral bewaard gebleven in de Noord-Germaanse talen, de kustdialecten (Fries, West-Vlaams,…), een regio in het oosten van Noord-Brabant en het Pajottenlands. 

In de vorige aflevering werd al duidelijk dat het noordwesten van Belgisch Limburg niet eenvoudig in te delen is in dialectregio’s volgens de gekende isoglossen. buitings1Dit komt omdat twee van de drie isoglossen die doorheen de regio lopen er geen strakke grens vormen.
De Uerdingerlijn (ich/mich) is eenvoudig te trekken maar de Getelijn en de betoningslijn zijn dit niet. Om toch tot een werkbare indeling te komen opteerde men bij de W.L.D.-indeling voor de benaming “Beringerlands” voor deze regio, bestaande uit Beringen, Paal, Tervant, Heppen , Beverlo, Korspel en Eversel.
Maar ook Oostham kan men erbij rekenen.
Als we het Beringerlands eens van dichterbij bekijken valt er toch iets op wat de verhouding van deze plaatsen t.o.v. de Getelijn betreft.

buitings1Voor de omgeving van Paal en Tervant komen er in het “Böetings” enkele  “aa”/ “aai-”klanken voor die men als typisch “Buitings” ervaart omdat deze klanken niet voorkomen in de andere dialecten in de nabije omgeving… behalve voor een aantal die ook in Lummen te vinden zijn (hierover later meer).  Aan de hand van specifieke woorden kijken we eens naar klankverschillen en klankovereenkomsten vanuit het Buitings naar de omgeving. De woorden zijn gekozen om een algemeen beeld te vormen, maar zijn geen volledige studie. Om te vergelijken namen we de volgende woorden:

Hed 'r da ooch gehuu'erd ?    Een bijdrage over ons dialect door Robby Vanesch.

In tegenstelling tot wat er algemeen wordt aangenomen komt de “er”-vorm voor “hij” onbeklemtoond, vaak maar niet altijd na een werkwoord, ook voor in het Buitings.  Dit is iets wat in een aantal enquêtes niet naar voor komt. Op basis van enkele zinnen waarin “hij” voorkomt kan men geen conclusies trekken omdat het kan zijn dat de zegspersonen net in die zinnen “hè”/“hum”/”h’m” voor “hij” gebruikten.  De meeste plaatsen in de regio die de “er”-vorm kennen, gebruiken aan het begin van een zin of meer beklemtoond “hè”. In een zin kan ook “hum”/”h’m” voorkomen (wat ook de vorm voor “hem” is).   Doordat de “er”-vorm in oudere enquêtes voor het Buitings niet voor komt, ging ik er ook van uit dat de “er”-vorm niet meer voorkwam in het Buitings. 

Paalonline en het Buitings dialect  buitings

Het bestuur van paalonline zette de voorbije zomer een strategie uit m.b.t. de verdere uitbouw van paalonline met zijn groeiende groep van medewerkers,  die een veelheid van activiteiten ontplooien op verschillende terreinen ten dienste van een levenskrachtige dorpsgemeenschap in zijn verschillende facetten.

Een van de instrumenten in dit “ontwikkelingswerk” is het stofferen en onderhouden van een eigentijdse website, die dagdagelijks bouwt aan een virtuele Paalse gemeenschap met een sterk wij-gevoel, waar de onderlinge verbondenheid van de inwoners centraal staat.

Eén kenmerk van een levendige dorpsgemeenschap is de zorg voor de eigen taal, voor het plaatselijk dialect.

buitings1In vorige afleveringen wezen we er al op dat het Limburgse/Oostnederfrankische taalgebied tussen de Uerdingerlijn en de Benratherlijn opgedeeld wordt door isoglossen die elk op een bepaalde plaats van de Uerdingerlijn afsplitsen om een eigen verloop te volgen richting taalgrens.  Zo delen deze isoglossen het Limburgse/Oostnederfrankische taalgebied op in grote dialectregio’s met plaatsen die meer taalkundige eigenschappen gemeenschappelijk hebben met elkaar dan met plaatsen buiten de eigen regio.  Op hun beurt worden deze grote dialectregio’s nog eens onderverdeeld in subregio’s.  In de buurt van Paal en Tervant liggen verschillende dialectregio’s.  

Samen met Meldert, Lummen, Koersel en Stal heeft het Buitings enkele naklanken gemeenschappelijk die de andere dialecten in de omgeving niet (of veel minder nadrukkelijk) hebben. Dit is zo bij “gezejn” en “gowd” in de voorbeeldzinnen, die uitspraak komt in Paal, Tervant, Meldert, Lummen, Koersel en Stal algemeen voor (Beverlo en Korspel hebben dit ook in een aantal gevallen o.a. “ni-j”…).

Met Lummen heeft het Buitings dan weer een hele reeks “a(a)i” klanken gemeenschappelijk. In de gebruikte zinnen komen hier “knai” en “pain” naar voor als voorbeeld, maar er zijn veel meer woorden in de dialecten van beide plaatsen waar deze klank in voorkomt. In een aantal plaatsen in de omgeving komen ook “a(a)i” klanken voor, maar in andere gevallen. Zo kennen o.a. Oostham, Heppen, Beverlo en Korspel: “waai”, “haai”, “aai”… Hier hebben Paal, Tervant en Lummen, net zoals een aantal West-Limburgse plaatsen in de regio “wèè”, “hèè” en “èè” (nog 3 Getelijn tegenstellingen voor weide, heide en ei).

Onze lokale dialectdeskundige Robby Vanesch probeert in een aantal artikels de plaats van ons Paals/Tervants dialect, het Buitings, binnen het Limburgs en het Oostnederfrankisch te bepalen.  Hieronder het eerste deel van zijn uiteenzetting.

 

Dat het indelen van dialecten een wikken en wegen is van factoren zoals overeenkomsten en verschillen met plaatsen in de buurt werd al eens in een ander stuk aangehaald. Bij dialecten in grensregio’s is het soms nog wat moeilijker. Wat voor een taalkundige een belangrijke factor is kan voor de lokale bevolking van veel minder belang zijn.

Van de dialecten in de ruimere regio rond Paal liggen er een aantal in het Brabantse dialectgebied.  Dit zijn o.a. Deurne, Tessenderlo, Hulst, Kwaadmechelen, Leopoldsburg, Kerkhoven… Een aantal plaatsen liggen in het Limburgse taalgebied in ruimste zin en behoren tot het Getelands.  Dit zijn o.a. Schaffen, Diest, Meldert, Zelem, Linkhout… Andere plaatsen die behoren tot het Limburgse taalgebied in ruimste zin zijn Oostham, Heppen, Beverlo en Korspel die alle tot de Heidelandse regio behoren (vroegere noordelijk deel van het Beringerlands + Oostham).  Verder behoren een aantal plaatsen in de regio rond Paal tot het Limburgse taalgebied in engere zin, het gebied ten oosten van de Betoningslijn.  Dit zijn o.a. Lummen, Zolder, Heusden, Koersel, Stal, Helchteren, Hechtel,… die tot het West-Limburgse Demerkempens behoren.  Paal, Tervant en Beringen situeren zich als Beringerlands  tussen het Getelands en het Demerkempens in.  Paal en Tervant zijn door de Betoningslijn gescheiden van Lummen en erdoor verbonden met Beringen (voor de indeling).  Qua klank hebben Paal, Tervant en Lummen dikwijls echter meer overeenkomsten dan Paal en Tervant met Beringen. 

In vergelijking met Meldert, Lummen, Koersel en Stal heeft het Buitings enkele naklanken gemeenschappelijk, die de andere dialecten  in de omgeving niet (of veel minder uitdrukkelijk) hebben.  Dit is zo bij “gezéin” en “góud” in de voorbeeldzinnen.  In Paal, Tervant, Meldert, Lummen, Koersel en Stal komen die algemeen voor (Beverlo en Korspel hebben dit ook in een aantal gevallen o.a. “ni-j”…).

Met Lummen heeft het Buitings dan weer een hele reeks “a(a)i” klanken gemeenschappelijk.  In de voorbeeldzinnen komen hier “knai” en “pain” naar voor,  maar er zijn meer woorden waar deze klank  voorkomt in de dialecten van beide plaatsen.  In een aantal plaatsen in de omgeving komen nog “a(a)i” klanken voor, maar in andere woorden. 

In de voorgaande 4 afleveringen werden een aantal belangrijke kenmerken van het Böetings aangehaald. De meeste van die kenmerken zijn algemeen Limburgse kenmerken die het Böetings gemeenschappelijk heeft met heel het Limburgse taalgebied (er zijn natuurlijk wel variaties binnen het Limburgs). Enkele andere kenmerken beperken zich regionaal tot het Böetings (of tot het Böetings en het Lummens voor “a(a)i”- klanken). Het zijn steeds deze Limburgse (Oostnederfrankische) eigenschappen en lokale eigenschappen die onder druk staan van het Algemeen Nederlands (Westnederfrankische standaardtaal) en Westnederfrankisch georiënteerde tussentaaltjes op t.v., radio,… Daarom is het van belang deze eigenschappen te bewaren, ze komen immers niet voor in het Algemeen Nederlands en de tussentaaltjes op t.v., radio,…

De rijkdom aan dialecttalen in onze streek is niet te schatten. buitings1
Zoals eerder gezegd worden de grote dialectregio’s van het Limburgs/Oostnederfrankisch nog eens onderverdeeld in subregio’s met dialecten die onderling meer gemeenschappelijke kenmerken hebben.
De grote regio’s van van het Limburgs deelt het  W.L.D. ( Woordenboek der Limburgse dialecten)  als volgt in:

Nog meer oostelijke kenmerken in het Buitings ?  De oude Rijnlandse invloeden zijn nog duidelijk merkbaar!

buitings1
In de vorige aflevering over de Getelijn waren we al tot de bevinding gekomen dat ons dialect meer woordvormen deelt met de oostelijke (Limburgs georiënteerde) dialecten, dan met de westelijk (Brabants) georiënteerde. De conclusie die zich opdringt is dat er voldoende aanwijzingen zijn om het Buitings tot het Demerkempens te rekenen, eerder dan tot het aangrenzende Getelands. In deze en volgende aflevering belichten we enkele typische oostelijke taalkenmerken die we ook in het Buitings aantreffen, zoals umlaut, rekking en specifieke vormen van het persoonlijke voornaamwoord.

 

buitings1

 

Weinigen van ons staan er bij stil dat, wanneer ze over de Tessenderlosesteenweg naar het vlakbij gelegen Hulst fietsen,  een belangrijke grens gepasseerd wordt. Een taalgrens. Bij het oversteken van de Winterbeek stopt het ich/mich gebied. In Tessenderlo doen ze niet meer mee. Het gaat hier om een isoglosse (afgrenzing van een taalverschijnsel) die bekend staat als de Uerdingerlijn.

 

buitelingHoog bezoek vorige dinsdag in de klassen van het 6de leerjaar.  Paalonline kwam bij de leerlingen eens polsen hoe het gesteld was met hun kennis van het dialect.   Waar je 50 jaar geleden nog met de ‘regel’ op de vingers getikt werd als je dialect praatte, zijn de dialectsprekers onder de jongere generaties anno 2017 zo goed als verdwenen. 
Niet dat we verwacht hadden in de klas nog iemand aan te treffen die het Buitings kan spreken (toch wel:  de meester en de juffrouw zelf !),  zelfs het dialect van ons dorp begrijpen bleek ijdele hoop …  Niemand die voor ons een ‘piepel’ kon vangen,  een ‘brag’ was duidelijk een onbekende diersoort en ‘skeut skéite’ was goed voor een gokje in de aard van skateboarden.   

 buitings1Onderstaand artikel is een vertaling van “Speaking dialects trains the brain in the same way as bilingualism” van de hand van Napoleon Katsos, Senior Lecturer Department of Theoretical and Applied Linguistics, University of Cambridge, 2016
Dialect spreken traint onze hersenen op dezelfde manier als tweetaligheid

Er is veel onderzoek verricht om het idee te staven dat mensen die twee of meer talen in het dagelijks leven gebruiken, belangrijke voordelen ervaren. De hersentraining die gepaard gaat met het moeten gebruiken van een andere taal, afhankelijk van de context en de spreker, resulteert in een verbetering van de aandacht en de geheugenvaardigheden en ook in een beter herstel na een beroerte en zelfs in het vertragen van de symptomen van dementie. Maar er is nog een andere - vaak verborgen - bron van hersentraining door middel van taalgebruik waar velen van ons zich niet eens bewust van zijn: de dialecten.

buitings1Ah, gij zijt van De Limburg ? “ Werd die vraag ook al aan jou gesteld ? Dan is dat waarschijnlijk omdat de niet-Limburger een zangerige toon meende te herkennen. Terecht of niet ? Zingen wij ook in het Buitings ? 

‘De Limburg’, de toevoeging van ‘de’ heeft iets koloniaals, zoals Belgen vroeger naar ‘de Congo’ trokken. Merkwaardig, we komen dit neerbuigende lidwoord ook tegen in ‘De Buiting’ …
Maar nee, we gingen het over onze zangkunsten hebben !