Deze website gebruikt cookies

Deze website gebruikt zoals de meeste website cookies om uw bezoek zo aangenaam mogelijk te maken. Wij respecteren hierbij uw privacy maximaal. Indien u verder gaat naar de website staat u de plaatsing van cookies toe. Meer info over ons cookiebeleid - klik hier. -

10. Buitings, Tervants en Berings: dichter bij het Limburgs dan eerst gedacht !? (10)

buitings1In de vorige aflevering stelden we al de vraag of het Buitings, Tervants en Berings eerder bij het West-Limburgs dan bij het Getelands moeten gerekend worden. De Getelandse dialecten situeren zich tussen de Uerdingerlijn (Limburgse kant) en de Getelijn (Brabantse kant). Bepalend voor deze indeling is de “betoningslijn”: loopt ze langs of door onze dorpen?
In het het aangrenzende West-Limburgse Demerkempens hebben stoottonen en sleeptonen grotendeels hun functie behouden (o.a. Stal, Koersel, Heusden, Lummen, Hechtel,…..). Toch durven we stellen dat ook in het Beringerlands nog sporen van betoning te vinden zijn die erop wijzen dat dit systeem er ooit voorkwam.
In het ene dorp is dit al wat duidelijker dan in het andere. Als dit klopt kunnen we besluiten dat het Beringerlands toch wat “Limburgser” is dan tot nog toe werd aangenomen.

Om te beginnen is er het verschil in uitkomst bij studies uit 1958 en 1960 over hoe de dialecten van Beringen en Paal zich verhouden tot de Getelijn. Dit wekte toch wel enige nieuwsgierigheid op, die nog versterkt werd door een stelling van R. Keulen in “Enkele isoglossen rondom Beringen” (Jaarboek V.L.D.N. 13, 2011), waarin hij schrijft : “Ten slotte blijken de gegevens van de Getelijn met name in het noordwestelijke,….. niet altijd even betrouwbaar te zijn”.
Tijd dus voor wat eigen onderzoek.
Uit recent bekomen gegevens, waarbij het gaat om dezelfde 40 woorden als in de studie van 1960, komen toch wat afwijkingen naar voor t.o.v. wat er bij de studie uit 1960 werd vastgesteld.
Beringen doet volgens de recent verzamelde gegevens 20x mee met Limburg en 17x met Brabant (2x ander woord en 1x gemengd), Paal en Tervant doen 19x mee met Limburg en 18x met Brabant (3x ander woord), Eversel doet 24x mee met Limburg en 13x met Brabant (3x ander woord).
De dialecten van Beverlo, Korspel, Heppen en Oostham hebben volgens recente gegevens min of meer dezelfde verhouding t.o.v. de Getelijn als in 1960.
Aangezien de Limburgse dialecten steeds meer “Limburgse pluimen” verliezen, kan de uitkomst voor Beringen, Paal, Tervant en Eversel bij het actuele onderzoek niet te wijten zijn aan een recente “verlimburgsing”.
isoglossen rond PaalHet lijkt logischer dat er in het verleden verkeerde conclusies zijn getrokken i.v.m. het verloop van de Getelijn in het noordwesten van Belgisch Limburg.
John Lenaerts stelde enkele jaren geleden ook al dat: “er sterke vermoedens rijzen dat het Berings toch nauwer verwant is met het Demerkempens, ondanks de naam die het aan de (overgangs)regio gegeven heeft”.
Op basis van oudere en recente(re) informatie lijkt het o.i. gerechtvaardigd om het Beringerlands als dialectregio te laten verdwijnen en het “zuidelijke Beringerlands” bestaande uit Beringen, Paal, Tervant en Eversel op te nemen bij het Demerkempens. Argumenten hiervoor zijn de ligging (net aan de Limburgse kant van de Getelijn) en sporen die erop wijzen dat er ooit sleeptonen en stoottonen voorkwamen. 

Het “noordelijke Beringerlands” (Beverlo, Korspel, Heppen en Oostham ) daarentegen staat in dezelfde verhouding tot de Uerdingerlijn (Limburgse kant) en de Getelijn (Brabantse kant) als het Getelands. Dit gebied is echter, als we uitgaan van de nieuwe gegevens, niet meer verbonden met de Getelandse regio, waardoor men het moeilijk tot het Getelands kan rekenen. Ook de benaming Beringerlands kan er onmogelijk voor dienen omdat Beringen er (bij onze opsplitsing van het Beringerlands) geen deel (meer) van uit maakt .
Een nieuwe naam dient gezocht te worden voor het “noordelijke Beringerlands”. De naam “Heidelands” lijkt ons geschikt als benaming, daar de regio vroeger uitgestrekte heidevlakten herbergde.
Besluit: Paal en Tervant (en ook Beringen en Eversel) blijken toch wat “Limburgser” dan men in vroegere studies aannam. Een aansluiting bij het West-Limburgs Demerkempens lijkt daarom een meer realistische benadering.


Robby Vanesch.

Laatst aangepast op 23 februari 2026
Log in om reacties te plaatsen