Het Beringerlands kan namelijk opgedeeld worden in een noordelijke helft bestaande uit Oostham, Heppen, Beverlo en Korspel, en een zuidelijke helft met Paal, Tervant, Beringen en Eversel,
dit op basis van hoe de plaatsen zich verhouden tot de Getelijn. Bij J.L. Pauwels en L. Morren kwamen in 1960 de volgende resultaten wat de Getelijn betreft naar voor : Paal doet 15x mee met Limburg en 24x met Brabant (1x geeft men een ander woord), Beringen doet 19x mee met Limburg en 19x met Brabant (2x ander woord), Beverlo doet 4x mee met Limburg en 34x met Brabant (2x ander woord), Heppen doet 4x mee met Limburg en 34x met Brabant (1x ander woord, 1x gemengd), Oostham doet 1x mee met Limburg en 39x met Brabant.
Paal en Beringen doen merkelijk vaker mee met Limburg dan Beverlo, Heppen en Oostham (voor Korspel, Tervant en Eversel zijn er geen afzonderlijke gegevens voor de studie uit 1960). Op basis van deze gegevens kan men stellen dat Beverlo, Heppen en Oostham binnen het Oostnederfrankisch/Limburgs in ruimste zin hetzelfde geklasseerd kunnen worden als het Getelands, namelijk tussen de Uerdingerlijn (Limburgse kant) en de Getelijn (Brabantse kant). In onze volgende aflevering gaan we dieper in op de argumentatie of het Buitings tot het Demerkempens (West-Limburgs) dan wel het Getelands moet gerekend worden.

De Uerdingerlijn vormt de grens tussen het volledig Brabants dialectgebied (Hagelands) en het Getelands.
Het Getelands wordt van het Truierlands gescheiden door de Getelijn, de betoningslijn vormt de scheiding tussen het Truierlands en het West-Limburgs. Het Getelands ligt dus tussen de Uerdingerlijn en de Getelijn (ook Oostham, Heppen, Beverlo en Korspel, zoals we later zullen aantonen), het Truierlands ligt tussen de Getelijn en de betoningslijn.
Robby Vanesch
Dit komt omdat twee van de drie isoglossen die doorheen de regio lopen er geen strakke grens vormen.