Deze website gebruikt cookies

Deze website gebruikt zoals de meeste website cookies om uw bezoek zo aangenaam mogelijk te maken. Wij respecteren hierbij uw privacy maximaal. Indien u verder gaat naar de website staat u de plaatsing van cookies toe. Meer info over ons cookiebeleid - klik hier. -

07. Zingen wij nog op de Buiting ? (7)

buitings1Ah, gij zijt van De Limburg ? “ Werd die vraag ook al aan jou gesteld ? Dan is dat waarschijnlijk omdat de niet-Limburger een zangerige toon meende te herkennen. Terecht of niet ? Zingen wij ook in het Buitings ? 

‘De Limburg’, de toevoeging van ‘de’ heeft iets koloniaals, zoals Belgen vroeger naar ‘de Congo’ trokken. Merkwaardig, we komen dit neerbuigende lidwoord ook tegen in ‘De Buiting’ …
Maar nee, we gingen het over onze zangkunsten hebben !

Het Limburgs staat bij de dialectologen bekend als een ‘toontaal’, daarmee is het binnen ons Nederlandse taalgebied een vreemde eend in de bijt. Toch mag betoond worden dat er wereldwijd wellicht méér toontalen bestaan dan niet-toontalen. De bekendste toontaal is waarschijnlijk het Chinees (naast veel Aziatische talen, zoals Thais, Vietnamees, maar ook heel wat Afrikaanse talen).
Een leuke introductie tot dit verschijnsel geeft professor Goossens in het TV programma van Pieter Embrechts: ‘Man over Woord’. Bekijk vanaf minuut 4.45 de gelijkenissen van het Limburgs en de Chinese taal.  (filmpje onderaan de pagina)

Intonatie kennen we in het Nederlands in het algemeen als zinsmelodie, maar toontalen maken van deze techniek gebruik binnen woorden en lettergrepen. Het Mandarijn Chinees kent bv. vier tonen.
Het woord ‘pi’ kan zo op vier verschillende manieren uitgesproken worden, en telkens een andere betekenis hebben: hoog, gelijkblijvend = ‘om de schouders hangen’ , stijgend = ‘huid, vel’ , eerst dalend, dan stijgend = ‘plukken’ , dalend = ‘scheet’ … Ga in China dus niet vragen waar je pipi kunt doen !
Gelukkig kent het Limburgs maar twee tonen: de sleeptoon en de stoottoon.

De isoglosse die de grens vormt tussen het gebied waar men het verschijnsel stoottonen en sleeptonen kent en waar niet (meer) staat bekend als de betoningslijn.
Door toonverschil kan een Limburger een woord dat schijnbaar hetzelfde is een andere betekenis geven. Een voorbeeld: “een bal” kan een (voet)bal zijn of een feest.
Ook kan een Limburger het verschil tussen enkelvoud en meervoud uitdrukken door een licht toonverschil vb.: bien (meervoud “benen”) of biên (enkelvoud “been”).
De betoningslijn volgt het verloop van de Getelijn (oost-west bekeken) tot onder Schulen om dan rond Herk De Stad , vervolgens ten oosten van Sint-Truiden min of meer evenwijdig met de Getelijn (een stuk ten oosten ervan) naar de taalgrens te lopen.
Tussen de Getelijn en de betoningslijn ligt, van Herk De Stad zuidwaarts tot aan de taalgrens, het Truierlandse dialectgebied.
In het Beringerlandse dialectgebied (Beringen, Paal, Tervant, Beverlo, Korspel, Heppen, Eversel) zijn er nog sporen die erop wijzen dat stoottonen en sleeptonen hier ooit voorkwamen. Tegenwoordig hebben deze er grotendeels hun functie verloren.
Bij het bespreken van de isoglossen voor het Limburgse taalgebied zijn ook de grote dialectregio’s binnen het Limburgs genoemd, die ze begrenzen.

Van west naar oost zijn dit het Getelands (Brabants georiënteerde West-Limburgse overgangsdialecten), het Truierlands (Limburgs georiënteerde West-Limburgse overgangsdialecten), het West-Limburgs, het Centraal-Limburgs, het Oost-Limburgs en het Oost-Limburgs-Ripuarisch.
Deze grote dialectregio’s binnen het Limburgs worden nog eens onderverdeeld in subregio’s, met plaatsen die onderling gemeenschappelijke kenmerken hebben.
In een volgende aflevering bekijken we de onderverdeling van de grote dialectregio’s binnen het Limburgs in subregio’s en de problemen voor de indeling in het noordwesten.
R. Vanesch.

 

Laatst aangepast op 23 februari 2026

Media

Log in om reacties te plaatsen