Deze website gebruikt zoals de meeste website cookies om uw bezoek zo aangenaam mogelijk te maken. Wij respecteren hierbij uw privacy maximaal. Indien u verder gaat naar de website staat u de plaatsing van cookies toe. Meer info over ons cookiebeleid - klik hier. -
Livinus, “Vinus”, Caubergs werd in 1923 geboren op de Heide in Paal. Hij was dus 17 jaar toen in 1940 de oorlog uitbrak.
Hij reed dan al twee jaar met de melkkar van zijn vader: hij ging melkkruiken ophalen bij enkele boeren en hij bracht de kruiken naar de Wissel, waar Jan Dirix ze op zijn wagen overlaadde om ze naar de coöperatieve melkerij in Heusden te brengen. Voor de oorlog boterden de meeste boeren in Paal nog zelf, zodat de melkronde niet zo groot was.
"Voor de oorlog reed iedereen die wilde met een melkkar. Onze pa had “ingestoken” voor 25 frank per dag. Voor dat bedrag mocht hij de melkkruiken gaan ophalen en afzetten op de Wissel." (met andere woorden: hij ontving elke dag 25 frank)
Vanaf 1939 lagen overal in Paal Belgische soldaten die opgeroepen waren om het Albertkanaal te verdedigen tegen een mogelijke Duitse aanval. Ook op de Heide waren soldaten ingekwartierd bij de burgers, maar niet in het huis van zijn vader. Die soldaten gingen soms zwemmen in de Winterbeek, aan het “Welig Boske”. Dat waren mannen uit Brussel en uit de Vlaanders en “die waren meer gewoon dan wij” – Vinus bedoelt dat ze misschien wel in hun blote zwommen… dan mocht hij er in elk geval niet naartoe gaan van zijn ouders…
In mijn laatste twee verslagen voor ‘’paalonline’’ manifesteerde ik mij als toeristisch promotor van Rotterdam en schreef over de grote haven, over de stad met haar moderne naoorlogse architectuur, over het verscheiden culturele karakter en al de manifestaties en evenementen die er plaats vinden.
Het carnaval en de wereldhavendagen werden opgevolgd door de wereldkampioenschappen skate boarden. Het weekend daarna maakt Rotterdam zich op voor Pride Parade en fungeert de stad als decorum voor de gay scene. ‘’Never a dull moment ‘’ zouden de Engelsen zeggen. In Oud - Nederlands kunnen we er aan toe te voegen, ‘’voor elck wat wils “. Behoudens toeristische stadsbranding brengen deze activiteiten ook duiten in het zakje.
Maar het is natuurlijk niet al goud wat blinkt. Zoals overal ter wereld sluimert ook in Rotterdam de maatschappelijke tweedeling. Dit is ook het geval in een stad met zoveel immigranten die meestal niet delen in het gewin zoals dat op Prinsjesdag (18 september, de dag dat de Nederlandse regering boekhoudkundig verslag doet van het reilen en zeilen van de staat) aangekondigd werd.
Maurice geeft toe: ik heb echt honger geleden in de oorlog.
‘s Morgens kreeg hij één zwarte boterham, slecht brood. Dat plakte aan uw gehemelte. Dat brood moesten ze thuis gaan halen in Beringen. Ze noemden dat Duits brood, dat ze kregen met hun rantsoenzegels.
Gelukkig kreeg hij ‘s middags op school een boterham met vet en confituur.
’s Avonds was er soep met groenten uit de hof, met rodekool, patatten, alles wat men zelf kon winnen.
Haagschool is een verre, romantische herinnering aan mijn jeugd op de Buiting. Hier is dat fenomeen een bedreiging voor een leefbare maatschappij. Giel Van Looy, Z-A
De inbreker die hier vorige maand ingebroken heeft, is terug op vrije voeten. ( zie vorige afl. )
Hij neemt zijn vrijheid heel letterlijk. Vannacht heeft hij hier in de buurt opnieuw ingebroken. Hij is kunnen ontsnappen. Dit betekent dat we de komende nachten weer heel alert moeten zijn.
Wij zijn hier in september 2003 komen wonen. Het huis dat we kochten, ligt zo’n 500 meter van een kleurlingenwoonbuurt. Toen we het kochten hadden we geen idee van de problemen die de nabijheid van zo’n woonbuurt met zich mee zou brengen.

Seizoensfoto: het is de tijd van patatten rapen !
Paalstraat, ergens in de zwart-witte jaren stillekes:
en dan hieronder onze impressie:
Maurice Berrevoets woonde aan de Oostkant van het kanaal. Op 30 mei kwamen ze terug thuis, na hun vlucht voor de oprukkende Duitsers. Hij was 13 jaar en dus nog schoolplichtig. Dat was een probleem, want de school lag in het centrum van Tervant, aan de andere kant van het kanaal, en de brug was opgeblazen door de terugtrekkende Belgische soldaten. Vanaf september moest hij elke dag in een bootje het kanaal oversteken, samen met enkele kameraden.
In het begin van de winter werd, op kosten van de gemeente, een vlot gelegd over het kanaal. Dat moest van de Duitsers, want anders moesten de mijnwerkers van Paal een grote omweg maken om op de mijn van Beringen te geraken. Het vlot was gemaakt van olietonnen, vastgebonden op stevige houten balken en daarover planken. Voor de veiligheid waren er leuningen voorzien. Dat was allemaal niet echt stevig, maar Maurice stelt ons gerust: Er is nooit iets gebeurd.
In een grote stad zoals Rotterdam volgen festiviteiten elkaar snel op. De uitdrukking “ geef het volk brood en spelen” is hier zeker van toepassing.
Na een wervelend carnaval op 28 juli vinden er nu op 7,8,en 9 september de wereldhavendagen plaats en dat past natuurlijk bij het statuut dat Rotterdam als haven geniet.
Dit jaar is het thema van deze dagen: ‘’ Ervaar de energie van de haven ‘’.
Op vrijdag 8 september kan je een groene route lopen die iets laat zien over hoe nieuwe energie voor oplossingen kan zorgen. De route start aan de voet van de Erasmusbrug en eindigt met een interactief spel bij Hotel New York. Voor kinderen wordt er tegelijkertijd een speurtocht georganiseerd. Dit alles vindt plaats tussen 10.00 en 18.00 uur.
Maurice Berrevoets woont vandaag in Meerhout, maar hij heeft heel zijn jeugd doorgebracht in Tervant. Hij woonde op de Tervantse Heide, op den Ulfort. Dat is nu de Zandhoefstraat, een straat over het Albertkanaal. Den Ulfort was een heidevlakte en er woonden maar weinig mensen. Vader Alfons Berrevoets was mijnwerker op de bovengrond van de koolmijn van Beringen en moeder Helena Keunen was huismoeder van een talrijk gezin.
We waren thuis met twaalf kinderen: Gerarda, Leon, André, Maurice( ik dus), Raymond, Hilda, Greta, Martha, Jos, Robert, Mia en Marie-Louise.
Al in het voorjaar van 1940 spraken de mensen van oorlog. Overal in Tervant lagen Belgische soldaten, wel tweehonderd of driehonderd. Sommige sliepen bij de boeren maar de meeste sliepen in tenten. Ook bij ons in huis lagen soldaten. Ze groeven loopgraven achter het kanaal, om de brug te verdedigen. Ze hadden hun eigen keuken, aan de kerk. Dikwijls gingen we daar ’s middags kijken als de school uit was en dan kregen we soep van hen.
Eén van de eigenaardigheden die buitenstaanders opvallen aan het oude Buitingse dialect is het behoud van de oud-Germaanse “sk” in woorden zoals “skool, skiep, skóun, skaim,…” (school, schip, schoenen, schuim,…). Onze historicus Luc Vandewijer vertelde al op de dialectavond van vorig jaar dat hij als nieuwe student in ’t college van Beringen uitgelachen werd omdat hij naar ‘’t skool’ kwam. De sk-klank moet zijn medeleerlingen heel vreemd in de oren geklonken hebben, in een tijd dat Niels Destadsbader en zijn ‘skwon meisken’ nog niet geboren, laat staan een succes waren.
In al de dialecten in de onmiddellijke en ruimere omgeving (en in het Nederlands) verschoof de “sk” tot “sch”. Volgens sommige bronnen zou de “sk”-klank nog dateren van voor onze tijdsrekening. De “sk”-klank is vooral bewaard gebleven in de Noord-Germaanse talen, de kustdialecten (Fries, West-Vlaams,…), een regio in het oosten van Noord-Brabant en het Pajottenlands.
Een dichter vermoord, een dorpsgenoot gehoord. Giel Van Looy, Z-A
25 juli jl. werd in de buurt van Pretoria de Afrikaanse dichter Tom Gouws doodgeschoten toen hij thuiskwam, zo lezen we in De Standaard van 30 juli 2018, blz 35. Hoop vervliegt, zo begint het artikel. Dit land is niet in oorlog en toch blijft het een gewelddadige plek waar angst en onrust regeren. Tom Gouws woonde nochtans met zijn gezin in een van de vele beveiligde compounds. Ongeveer gelijktijdig bereikten ons vanuit Z-A alarmkreten van een vroegere dorpsgenoot. Wij lichten een fragment uit zijn recente e-mails.
Het gaat niet goed met ons. Dit land, ooit mijn droom, is ten prooi gevallen aan corruptie en criminaliteit. Ondertussen is het 2018, en het leven is voor ons als gezin bijna onleefbaar geworden. Vroeger keek ik vanuit het venster van de keuken naar de bergen, dit is en blijft een indrukwekkend land. Ongeveer 4 jaar geleden hebben wij hier een omheining geplaatst van 2½ meter hoog. Onze deuren en vensters hebben tralies, wij wonen in onze zelfgebouwde gevangenis.
Zelfs overdag als iedereen thuis is, blijft dit hekwerk gesloten.