Ik herinner me ook nog de doortocht van de gevangen genomen Belgische soldaten. Wij stonden alle 5 met emmers water en tomaten tussen de gevangen Belgen die met honderden bij ons passeerden. Die konden dan hun fles vullen. Velen waren gekwetst. De Duitsers lieten ons doen.
Na paar weken ben ik dan naar Diest gefietst, naar een brouwerij, om gist te verkrijgen. Daarmee kon mijn moeder haar eerste brood bakken en dan telkens wat desem overhouden om volgende keer te bakken. Zoals iedereen hadden we in de maanden voor de oorlog gehamsterd, zodat onze kelder redelijk goed voorzien was.
De laatste weken van ’t schooljaar ben ik terug naar Berlaar gegaan, om examens te doen. Daarna mocht ik tot september terug naar huis. In plaats van Belgische soldaten lagen er nu Duitsers in Paal.
Bij ons logeerden 2 hoge officieren en terug 2 ordonnansen. Ze waren wel heel vriendelijk.
Onze goede kamer diende weer als kantoor, maar nu voor de Duitsers.
Pa sprak perfect Duits en ’s avonds kwamen de ordonnansen bij ons aan de stoof zitten vertellen over hun gezin en soms brachten ze een zakje kool mee voor de stoof.
In september moest ik dan terug naar Berlaar. Daar was weinig te eten. ‘s Avonds moesten we aardappelen schillen. Die schillen werden dan gewassen en gewogen, als ze te veel wogen kregen we straf.
’s Morgens kregen we dikwijls geraspte aardappelen met een sausje over. Wij moesten die aardappels raspen, met water overgieten en dan de gezonken bloem eruit halen. In Paal deden we dat ook, om de kragen van pa zijn hemd te stijven. Van al zijn hemden had ik de slippen afgesneden om nieuwe collen te maken. Als schoolmeester was hij een vooraanstaande figuur in Paal, die perfect 4 talen sprak.
Eenmaal werd hij verklikt omdat hij naar de Engelse radio luisterde. Hij werd opgepakt en zat 2 nachten in het prison. Die hoge Duitse officieren hebben hem uit de gevangenis gehaald.
Pa speelde ook mooi viool. Die viool kwamen de Duitsers soms halen om te spelen. Dan moest hij veel moeite doen om ze terug te krijgen.
Als we van thuis naar Berlaar vertrokken, hadden we onze koffers vol eten mee. Daardoor zaten de muizen altijd in onze valiezen. Pa kwam altijd op bezoek met veel brood en van alles, zodat we niet te veel honger moesten lijden.
De oorlogsjaren hebben we grotendeels in het pensionaat doorgebracht, in Berlaar. We sliepen in kamers naast zuster overste, mijn zus Maria en ik in 1 bed, wat voor veel ruzie zorgde. Licht was er niet, alles was verduisterd, er was enkel een klein lampje met een zwart papier naar beneden. Eén jaar hebben we zelfs met 3 geslapen in 1 bed, omdat ons Marcella erbij gekomen was.
(
