|
Mijn zus Maria en ik maakten onze valiezen klaar, en op goed geluk gingen we een uur te voet naar het station, waar we vervolgens uren moesten wachten op een trein naar Aarschot. Daar weer wachten op een trein naar Diest, een paar keer hebben we op de grond gelegen omdat er luchtgevechten bezig waren. Het vliegveld van Schaffen werd gebombardeerd. In Diest aangekomen was er geen verbinding naar Paal. 11 kilometer. We droegen onze valiezen in een winkeltje binnen en vroegen of we ze daar in bewaring konden geven. We moesten toen nog door de versterkte vesting rond Diest. Daar stonden grote kanonnen te schieten naar de vliegtuigen die nog altijd Schaffen bombardeerden. Wij moesten daar te voet langs zien te geraken. We hebben meer door de grachten gekropen dan gelopen, vooral toen we Schaffen passeerden. Halverwege Paal hebben we kunnen meerijden met een camion tot thuis.
|
![]() |
|
Daar stond onze moeder ons op te wachten om direct te vertrekken. Paal moest ontruimd worden, daar ging de grote veldslag beginnen aan het Albertkanaal. We hoorden de bruggen opgeblazen worden. Met elk een klein zakje gingen we op stap. Onze jongste zus, Marcella, was er ook bij. Wij zijn omzeggens als laatsten vertrokken uit Paal. Iedereen was al weg. Mijn vader was met zijn pa in een kruiwagen naar Diest om hem daar af te zetten in een hospitaal. We mochten niet wachten tot hij terug was. ’s Avonds zijn we via allerlei binnenwegjes geraakt tot in ’t Roth, een eindje voor Schaffen. Daar mochten we slapen op de vloer en kregen we eten en dekens. We waren met een 30-tal vluchtelingen. De volgende dag trokken we verder richting Zelem, ons doel was Leuven voorbij te geraken, want daar ging de 2de grote veldslag plaatsvinden. Toen we het kleine station van Zelem passeerden, werd er plots geschoten. We vluchtten alle 4 een soort WC binnen. We stonden tegen elkaar geplakt, dood van de schrik. Vanaf daar werden we opgenomen in een lange rij vluchtelingen. Veel boeren met karren, torenhoog opgestapelde huisraad. Daartussen mensen met kruiwagens en fietsen. Wij volgden maar. Nu en dan kwamen er vliegtuigen over die begonnen te vechten met de Duitsers. Telkens vluchtte iedereen van de weg en gooide zich langs de kant op de grond. ‘s Avonds zochten we een leeg huis uit . Alles was verlaten, maar we vonden er toch wat brood. Ik heb nog koffiebonen geplet met een hamer. Met wat hout maakten we de stoof aan en met een moor goten we kokend water op de bonen. Verse koffie ! Onderweg was er hier en daar nog een boer thuisgebleven en kregen we warme melk, vers van de koe. Elke avond vonden we wel een huis waar we dan op de vloer sliepen met dekens. We droegen al vier weken dezelfde kleren waarmee we van het pensionaat gekomen waren. De laatste dag van onze vlucht, juist voor Leuven, hebben we met een 100-tal anderen op een hooizolder geslapen. De obussen vlogen over onze hoofden heen en weer en de muizen zagen we zo lopen. Daar hebben we veel schrik gehad. ’s Anderendaags besliste ons moeder om samen met anderen terug te keren. De Duitse aanvalsgolf was ons voorbijgestoken. |
IVONNE HUYBRECHTS is de oudste dochter van meester Jozef Huybrechts, veteraan van de eerste wereldoorlog. Over deze kleurrijke dorpsfiguur publiceerden we in het verleden al een drietal artikels in onze reeks Paal in WO1: Ivonne, geboren te Paal op 04.06.1925, woonde met haar twee zussen (Maria en Marcella) bij haar ouders aan de Diestersesteenweg 55. Ze volgde de lagere school bij de Zusters tot aan het 7de studiejaar, daarna werd ze op pensionaat gestuurd in Berlaar, waar ze het 2de en 3de jaar middelbaar gedaan heeft. Daar studeerde ze verder voor huishoudkundige regentes, ze studeerde af in 1944, in volle oorlogstijd. Ze kon dan les gaan geven in de middelbare school in Zichem, tot aan haar huwelijk in 1949. Toen zat haar onderwijscarrière er op: gehuwde vrouwen mochten immers geen les meer geven. Ze is dan haar man gevolgd naar Maldegem, als huisvrouw.
|
Ivonne zat vanaf haar 13 jaar in het pensionaat in Berlaar:
