Deze website gebruikt zoals de meeste website cookies om uw bezoek zo aangenaam mogelijk te maken. Wij respecteren hierbij uw privacy maximaal. Indien u verder gaat naar de website staat u de plaatsing van cookies toe. Meer info over ons cookiebeleid - klik hier. -
De eerste stap in de mobilisatie

In 1909 schafte België de loting af en veralgemeende het de dienstplicht. Veel méér jongens dan tevoren moesten dus soldaat worden. Een van hen was Joseph Carremans, geboren in Paal, 1893 .
Hij trad in dienst in september 1913. In de zomer van 1914 was hij nog altijd soldaat en nog wel in het 10de Linieregiment. Dat was grotendeels gelegerd in Namen.
We hebben het al enkele keren gehad over de voedselsituatie in Paal tijdens de Groote Oorlog. Ongetwijfeld hebben veel mensen honger geleden en, naar het einde van de oorlog, zelfs erge honger.
Pastoor Vlecken schrijft daarover in zijn oorlogsverslag:
"Aardappelen en graan werden in zulke hoeveelheden in beslag genomen dat 2 tot 3 maanden voor den oogst de boeren zelf dikwijls niets meer hadden; de kleinere menschen waren nog al meer te beklagen.
Bij den wel edelen heer de Quebedo is men 300 flesschen wijn komen opeischen en hiervoor is hem nog geen 300 frank betaald geworden. Deze ouderling had slechts eene zeer beperkte hoeveelheid wijn, zoo dat hem weinig overbleef, wat den goeden man zeer bedroefde."
Toch mogen we ons afvragen hoe objectief het pastoorsverslag is.
Regelmatig kwamen Duitse troepen ons dorp 'bezoeken'. De meisjesschool aan de Diestsesteenweg werd dan ontruimd, de zusters beschikten immers over een stal, een schuur en een grote weide, maar ook de jongensschool (het oude gemeentehuis in het centrum) werd dikwijls opgeëist. De officieren sliepen in de burgerhuizen. Alternatieve klaslokalen werden eveneens bij de inwoners van het centrum gezocht: het huis van Mariën in de kerkstraat, de kapelanij, het huis van Polydoor Theunis op de Verkesmet deden dan dienst als leslokaal.
OPEISINGEN TIJDENS DE GROOTE OORLOG
Paal ontsnapte vergeleken met de buurdorpen weliswaar aan de grootste brutaliteiten, maar niet aan de opeisingen door de Duitse legers. Gans de oorlog lang terroriseerde de bezetter het dorp door systematische opeisingen van dieren, goederen en… mensen.
Na de oorlog mochten alle Belgische burgers op het gemeentehuis gaan aangeven welke goederen de Duitsers bij hen opgeëist hadden, de zogenaamde “ vijandelijke requisitiebons”. Dank zij deze lijsten krijgen we een nauwkeurig overzicht van de opeisingen bij particulieren en zijn we goed geïnformeerd over de aard van de opeisingen en het tijdstip.
VOEDSEL IN DE OORLOGSJAREN
België is in 1914 een land dat al tientallen jaren lang het overgrote deel van zijn voedsel invoert. De Belgische boer verbouwt wel rogge, maar eet brood van tarwe die ingevoerd is uit de Verenigde Staten, Canada ... De rogge is bestemd voor het vee, voor de vlees- en melkproductie. Dank zij de invoer van kunstmest, is de productiviteit van de bodem, ook de arme Kempische bodem, flink gestegen.
In augustus 1914 breekt de oorlog uit en de Engelse vloot legt een zeeblokkade rond Europa. De invoer van voedsel in België stopt bruusk en totaal.
De dodendraad
Nederland slaagde er in zijn neutraliteit te behouden tijdens de Groote Oorlog. België daarentegen leefde onder een bezettingsregime met opeisingen, voedseltekort, Duitse verordeningen die het leven van alledag ontregelden…
Tijdens de eerste oorlogsdagen slaagden duizenden Belgische militairen erin te ontsnappen door de Nederlandse grens over te steken. Ook in de daaropvolgende maanden ontstond een druk ‘grensverkeer’ van goederen- en mensensmokkelaars, spionnen en postzendingen naar de soldaten achter de IJzer en niet in het minst: oorlogsvrijwilligers, jonge Belgen die via Holland en Engeland het Belgisch leger achter de IJzer konden vervoegen.
De kerstbestanden van 1914

Rond Kerstmis 1914 kwamen op meerdere plaatsen aan het front informele kerstbestanden tot stand, waarbij soldaten van beide kampen met elkaar verbroederden. De eerste kerstbestanden ontstonden in Vlaanderen, op initiatief van Duitse soldaten, vooral Saksische en Beierse troepen. Op sommige plaatsen namen ook Pruisische soldaten deel. Langs de andere zijde waren het vooral Britse troepen die deelnamen aan deze verbroederingen, maar ook Belgen en Fransen deden mee. Geschat wordt dat aan het hele Westfront ongeveer de helft van alle soldaten samen Kerstmis vierde.
Soldaten van beide kampen kwamen uit hun loopgraven en vierden samen Kerstmis rond een kerstboom, tot dan toe een louter Duitse traditie. Er werden cadeaus uitgewisseld en
Nauwelijks een maand na de eerste Duitse inval en de executie van Frans Claes, werd Paal opnieuw opgeschrikt. Op 27 september 1914 overrompelden de soldaten van keizer Willem 2 het dorpscentrum van Paal en namen hun intrek in de meisjesschool. Zoals iedere dag vluchtte de bevolking opnieuw in de bossen van Ravenshout , naar de Venus- en Dalenberg en de Broekkant. Bevreesd wachtte men af wat er ging gebeuren. Het nieuws deed de ronde dat de Duitsers weer op wraak uit waren.
Over wat er in Paal vervolgens gebeurde, stelde pater Van Merendonck en kapelaan Dewit een uitgebreid verslag op. Kruisheer Van Merendonck was in Paal aangesteld om pastoor Vlecken bij te staan, die gebrekkig en ziek was.
De slag om Beringen: een echte guerillastrijd die duurde van 13 augustus tot en met 27 september 2014.
Voor de oprukkende Duitse troepen bleek Beringen al snel een strategisch mikpunt: gelegen aan een brug over het Albertkanaal, knooppunt van wegen en tramlijnen, kantonhoofdplaats met een rijkswachtkazerne en een telefooncentrale in het postkantoor.
|
Strassenkampf Deutscher Truppen gegen Freischützen in einem Belgischen Dorfe: de schrik voor ‘franctireurs’ zat er goed in … |
Die troepen arriveerden hier bovendien al hoogst geïrriteerd. De onverwachte tegenstand, de nederlaag in Halen op 12 augustus en de mythe van de franctireurs zorgden ervoor dat bij heel wat soldaten de stoppen doorsloegen, met de gekende wreedheden tot gevolg. Toen op 13 en 14 augustus 1914 de eerste verkenningspatrouilles van de "Huzaren des Doods" in Beringen verschenen, lag de stad pal op de grens tussen het bezette en onbezette gebied in onze regio.
|
De martelarendorpen
Nog éénmaal willen we berichten over het begin van de Groote Oorlog. En dan moet je al eens tevreden zijn wanneer er NIETS gebeurt in je dorp…
Vanaf 18 augustus rukte het Duitse leger massaal op door onze regio “nach Paris”.
Ten minste 300 000 soldaten met hun bevoorrading, kanonnen, paardenvolk… trokken via Halen en via Meldert naar Diest. Vermits er nog geen omleiding rond Diest bestond, moest al dat volk door de stad: via de koning Albertstraat, de Markt, de Leuvense straat… richting Leuven. Na hun doortocht bleef een laag van 10 cm vuil en drek achter in de straten!
Gelukkig lag Paal net buiten de grote aanvoerlijnen van het Duitse leger. Buurdorpen hadden minder geluk!