“Waarom is de kerk van Paal niet geklasseerd?”, zo vroeg architect Jos Roux, die de renovatiewerken aan de kerk in Paal coördineerde, zich af tijdens zijn toespraak op de academische zitting in de kerk op 29 januari jl. Wij geven hieronder een stuk uit zijn toespraak waarin hij het historisch karakter van de kerk beschrijft.
Hier in Paal gebeurde wel een mirakel....
Bij de onze kandidatuurstelling om deze kerk aan te pakken was de kerkfabriek ons gedachtengoed erg genegen om deze kerk met de nieuwe plannen en aanpassingen te behandelen alsof het beschermd was omwille van de historische waarde en eigenheid van het gebouw en van het interieur.
En zo geschiedde het ...
Want vanaf 1860 zocht Herman Jaminé, de architect van dit gebouw, stijl en identiteit in zijn plannen .
Destijds ging het ambacht en de maatschappelijke sacraliteit hand in hand.
Deze kerk werd ontworpen vanaf 1862 .
De termen stijl en identiteit zijn van fundamenteel belang om een parallel te trekken vanuit die 19e eeuw met architect Jaminé naar het concept van vandaag , waar stijl en identiteit opnieuw aan historische betekenis wint, juist omwille van onze bewuste aanpak .
Waar gaat het om ?
De nieuwe beeldenstorm van de jaren 60 is hier ook aan huis geweest.
Ik vond deze kerk onder een vervuilde laag van stof en roetafzetting ... doch daaronder ontdekte ik het werk van Herman Jaminé die deze neo-romaanse stijl met byzantijnse inslag zo koesterde.
In de verslagen van het gevoerde historisch onderzoek is letterlijk te lezen dat , toen de raming tijdens de uitvoering flink overschreden werd en de toren eigenlijk nog moest voltooid worden , de werken stil kwamen te vallen . Er kwam nadien een hevig discours op gang van de aanhangers van Jaminé , een discours dat tot bij de provinciale gouverneur maar ook bij de toenmalige Koninklijke Commissie werd gevoerd. Ik citeer:
Nous nous permettons Messieurs , de vous faire observer que l’eglise de Pael n’est pas une construction ordinaire, batie d’apres les plans du savant H. Jaminé, elle sera un des plus beaux monuments de la province et elle fera honneur au pays . Het gebouw werd opgehemeld en omschreven als ...un monument dans le style Romane –Byzantin.
En inderdaad :
Het grondplan als basilicale type vormt met de uitzonderlijk mooie geornamenteerde romaanse bogen gesteund op pijlers en kolonetten - in imitatie marmer- een harmonieuze overgang van het schip naar zijbeuken en transepten en van het schip naar de viering en het koor . Het grondplan is namelijk gebouwd op een vierkantskwadraat. In dit interieur zit een duidelijke verhoudingsleer schuil.
Het venstertype refereert vrij naar de romaanse gekoppelde drielichtsvensters.
De cordonlijst met rondboogfries reflecteert de opstand van de buitengevels terwijl aan de binnenzijde de architect een soort van Lombardische fries laat neerkomen op gevarieerd uitgewerkte kraagsteentjes met grimassen , sterren en bloemen. ( ze staan echter zo hoog , ik heb straks een verrekijker bij de hand zodat nieuwsgierigen tijdens de receptie deze kraagsteentjes te kunnen ontdekken. )
In deze constellatie is dieptewerking , verhoudingen en reliëf zeer gevoelig uitgepuurd. Het kleurenpalet en de materialen zijn oosters en byzantijns van origine.
Daar de financiële bron uitgeput was na beëindiging van het gebouw , startte er 10 à 12 jaar later een afwerkingsfase. In die tweede fase , vanaf 1877 , worden kunstenaars als Weustenraedt uitgenodigd voor het vervaardigen van glas in loodramen. Leon Jaminé (opvolger van Herman ) liet in het koor in dezelfde geest een nieuwe bevloering leggen van het merk Villeroy&Boch . De polychrome aanpak van het koor als veelkleurig steenparament is eveneens uit deze tweede periode met een merkwaardige soort van waterglastechniek.
En tussen 1892 -97 worden omvangrijke schilderwerken uitgevoerd door Meunier uit Wasseiges . ( waarvan nog de twee beeltenissen boven de zijaltaren.)
Tot zover dit eerste deel uit de toespraak van architect Jos Roux op 29 januari 2016 in de kerk van Paal.
Klik hier om deel twee van deze toespraak te lezen.