Deze website gebruikt cookies

Deze website gebruikt zoals de meeste website cookies om uw bezoek zo aangenaam mogelijk te maken. Wij respecteren hierbij uw privacy maximaal. Indien u verder gaat naar de website staat u de plaatsing van cookies toe. Meer info over ons cookiebeleid - klik hier. -

Buitingse gezegdes - deel 20 -

Ich war me men pelulle inne getgracht gepetottert

 Das zun da ich die neij kost krijge

 Die van thuis war zik. Es ze wier bèter?

Klik op 'lees meer' om de betekenis van deze uitspraken te lezen.

 

 Ich war me men pelulle inne getgracht gepetottert

 Ik was met klikke en klakke in de vettige modderige gracht (ijzerhoudende zandsteen) gevallen
Das zun da ich die neij kost krijge 

Dat is spijtig dat ik dat meisje/jongen niet aan de haak kon slaan

 Die van thuis war zik. Es ze wier bèter? Mijn vrouw was ziek. Is ze nu aan de beterhand?
Laatst aangepast op 5 augustus 2017
Log in om reacties te plaatsen

Dikke van Pale

  • Woorden van de week: 't sköpskère en 't spiennewéil

    doornroosjeJongeren kunnen zich nog maar met moeite voorstellen wat het is om je aan een toestel als een spinnewiel te prikken, of ze moeten grootgebracht zijn met het sprookje van Doornroosje. Dit lieve kind had bij haar geboorte de voorspelling meegekregen dat ze zich op haar vijftiende aan zo'n spoel zou prikken en sterven.

    Gelukkig voor haar werd het maar een 100-jarige slaap. Weinigen zullen beseft hebben dat het hier om een eerder erotisch verhaal ging, noch zij die het hoorden vertellen, noch zij die het sprookje voorlazen.

    Geschreven op 18 mei 2020 in Dikke van Pale - gezegdes Reageer als eerste! Lees meer...