René werd als één van de 10 kinderen geboren in het gezin van Louis Gybels en Maria Briers. Zijn vader droeg als bijnaam ‘De Witte’ en startte met een drankenhandel die de start werd van wat de dranken groot- en kleinhandel Gybels vandaag is. In zijn branche een belangrijke speler in de ruime regio. Op dat vlak werd er ook de voorbije decennia baanbrekend werd verricht. Ook René werkte mee in de beginjaren van de handel :”Schoolvakanties heb ik nauwelijks gekend. Ik moest altijd mijn vader helpen. Zelfs na de schooluren moest ik bijspringen. Ik studeerde af aan het college van Beringen en volgde nog 2 jaar extra lessen in Hasselt. Na mijn legerdienst werkte ik 9 jaar op de mijn van Beringen in de administratie. Ik volgde ondertussen avondlessen voor boekhouder en kreeg een job aangeboden op de universiteit van Leuven. Ik ben daar op ingegaan. Ik heb zelfs 3 jaar in Leuven gewoond. Op de KU Leuven was ik diensthoofd van de loonadministratie tot aan mijn pensioen eind 1994.”
Op 15 juli 1959 trouwde René met Elza Vandeweyer. In het gezin werden met Nicole, Danielle en Annick drie dochters geboren. Ondertussen is het een grote familie geworden met schoon- en kleinkinderen en loert er misschien wel een achterkleinkind om het hoekje. Elza verzorgde het huishouden maar oefende thuis toch nog een bijzonder bijberoep uit. Ze werkte voor 3 kleermakers waarvoor ze broeken naaide.
Van ‘ ’t Is van da’ tot ‘Parelmoer’ ‘
René Gybels moest sterk in zijn schoenen staan om naast zijn belangrijke functie bij de KU Leuven nog toneelstukken te kunnen schrijven. Het vroeg een ijzeren discipline. “Ik stond al om 4 uur op om te kunnen schrijven vooraleer ik naar mijn werk in Leuven vertrok”, vertelt René, “ mijn eerste stuk heette ‘ ‘t Is van da’. Nadien volgde ‘Fenomeen Filomeen’. Er volgden nog 34 zodat ik nu 36 stukken gedeponeerd heb. Dat is nodig om auteursrechten te kunnen ontvangen. Mijn eerste stukken werden enkel in Paal opgevoerd door de lokale toneelvereniging. Gaandeweg veranderde dat. Des te langer mijn toneelstukkenlijst werd, des te meer werden mijn toneelstukken ook elders opgevoerd zelfs tot net over de grens in Nederland. Rond de eeuwwisseling was er een piek en speelden in één seizoen 23 toneelverenigingen mijn stukken. Door Corona is dat noodgedwongen fel geminderd maar in een normaal seizoen worden ze toch 12 à 14 keer gespeeld. Het bezorgt mij nog altijd veel plezier als ze zo vaak opgevoerd worden. Hier in de regio spraken de mensen mij daar vaak over aan om te zeggen dat ze het fijn vonden. Enkele stukken zijn echte blijvers geworden en worden nog dikwijls gespeeld. Na de coronaperiode begint het amateurtoneel terug op te leven. Ik heb pas met ‘Parelmoer’ mijn 36ste toneelstuk afgewerkt.” Of er nog volgen laat de Paalse auteur in het midden. En al vloeit er geen enkel toneelstuk meer uit zijn pen, dan nog heeft René Gybels geschiedenis geschreven.
(tekst & foto’s Martin Vanierschot)

