Afgezien van het dagelijks appel, met af en toe wat drill, was “niksen” vooral ons enig tijdverdrijf. Wandelen en zitten waren overwegend onze bezigheden.
Veel zaaks was onze drill ook al niet, buiten wat marcheren, wat draaien en keren, en tenslotte even presteren in het ver- en hoogspringen.
Was me dat een marteling!
Hooguit haalde twintig procent van ons meer dan 30 cm hoogte over een gespannen koord, om dan pal door de knieën te zakken bij het neerkomen. Op wacht staan of zitten was er af en toe ook bij, als we ons hemd of sokken een spoelbeurt gaven en nadien te drogen hingen op de prikkeldraad.
Zich even verwijderen van de droogdraad volstond om je spullen nooit meer weer te zien. En hoe losten verstokte rokers hun problemen op?
Ze hadden het allesbehalve makkelijk om hun rookverslaving noodgedwongen te milderen en zelfs totaal af te leggen. Hun vindingrijkheid leidde hen naar de omheiningdraden, waarachter de schildwachten naar hun geschutstorens stapten om de wacht af te lossen. Velen onder hen staken nog snel een sigaretje op, alvorens hun wachtpost te betrekken.
De resterende peukjes knipten ze dan tussen duim en wijsvinger door de omheining, in het bereik van de gevangenen die er gretig naartoe doken.
Met een stukje krantenpapier en wat peukjes tabak werden dan sigaretjes gerold waaraan ze met drie of vier om beurten, van mond tot mond een trekje mochten doen.
Zo‟n “si-garetje “werd door ons ook al eens smalend een “si-gazetje” genoemd.
Ooit ook wel eens gestraft!
Als je braafjes waart, riskeerde je nooit straf.
Toch is het ons wel eens “gegund” de hardheid van onze bewakers te ervaren en wel om volgende reden:
Op een open ruimte tussen twee barakken werden zekere dag aardappelen geplant.
Twee gevangenen, uitgehongerd zoals wij allen, waagden het erop in de eerstvolgende nacht, met behulp van een stok wat plantaardappelen vrij te maken en mee te jatten.
Ze hadden blijkbaar geen vermoeden dat schildwachten vanuit hun geschutstorens hun gedrag perfect hadden opgemerkt. De reactie hierop bleef niet lang uit.
In de vroege morgen, bij het rijzen van de zon, werden we allen naar buiten gedreven om ons strak in gelid op te stellen, het gezicht naar de opkomende zon.
Er werd geëist dat de twee betrapten zich zouden kenbaar maken, maar tevergeefs. Hoe lang we daar in strakke houding hebben gestaan weet ik niet, maar alleszins
meer dan een paar uren.
Pas nadat de bewakers beloofden de dieven niet te straffen als ze zich vrijwillig aanmeldden, stapten beiden uit de rangen en mochten ze de bewakers
vergezellen.
Zelden heeft ons blikje ersatzkoffie ons zo gesmaakt als in die morgen.