Deze website gebruikt cookies

Deze website gebruikt zoals de meeste website cookies om uw bezoek zo aangenaam mogelijk te maken. Wij respecteren hierbij uw privacy maximaal. Indien u verder gaat naar de website staat u de plaatsing van cookies toe. Meer info over ons cookiebeleid - klik hier. -

8 september 2022

Van mijn 18de tot mijn 24ste (afl2): oproep legerdienst en krijgsgevangenschap

In de eerste aflevering vertelde Frans hoe hij bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog als student aan de normaalschool in Mechelen-aan-de-Maas op de vlucht sloeg naar huis toe.  In Tervant aangekomen bleek zijn familie eveneens op de vlucht.  Frans zocht en vond hen in Zelem en vluchtte met hen verder richting Franse grens.  Gezien zijn leeftijd moest Frans en zijn broer Leon echter het Belgische leger vervoegen ...


Oproep tot legerdienst 

Gevolg gevend aan het bevel tot legerdienst, fietsten mijn broer Leon en ik, samen met twee neven richting Ieper en zouden aldaar overnachten.
Zonder wegwijzers en bij gebrek aan een wegenkaart, geraakten we de morgen nadien verstrikt in een massale vluchtelingenstroom.
Waarheen??
We wisten het zelf niet. Alleen herinner ik me nog dat we haast blindelings via Poperinge over de Franse grens werden gestuwd.
Dankzij notities, terloops neergepend in een kleine zakagenda, kon ik me later nog namen van dorpen en steden herinneren als Steenvoorde, Hazebrouck, Arques, Saint Omer en nog vele andere.
Totaal ongewild verdwaalden we op de weg naar Boulogne-sur-Mer, maar gelukkig konden we nog tijdig onze koers wijzigen, om via Montreuil het verste punt van onze dwaaltocht te bereiken in Berck-Plâge.
Een Duitse tankcolonne haalde ons daar in en angstig gingen we een paar uurtjes schuilen in een droge duiker onder een veldweg. Een tijdje nadien ben ik met een klein hartje de stilstaande Duitse colonne tegemoet gefietst om te vragen wat ons te doen stond.
Een bemanningslid spreidde vriendelijk zijn wegenkaart open tegen de koepel van zijn tank en wees me hierop waar we ons bevonden en stippelde zelfs de te volgen weg uit voor onze terugkeer naar België.
De steden Cambrai en Arras moesten we evenwel vermijden omdat er daar nog gevochten werd. Op onze terugweg passeerden wij de plaatsen Hesdin, Saint Pol, Aubigny en Artois.
Bij valavond vroegen we overnachting aan in een kleine hoeve in Epinoy, op zo'n zestal kilometers van Cambrai.
De morgen nadien, op 23 mei in de vroege uurtjes en amper een tiental minuutjes na ons vertrek daar, werden we plots door een Duitse patrouille brutaal van de baan geplukt en onder streng geleide overgebracht naar de nog brandende citadel van Cambrai.
Uit wraak omdat er ‟s nachts nog op Duitsers werd geschoten, werden alle mannen in en om de stad, als gijzelaars aangehouden.

epinoy beauraing

Krijgsgevangenschap

In de late namiddag zouden we met enkele honderden opmarcheren naar Solesmes om daar in een weide te overnachten. Dit was de start voor een onmenselijke voettocht over 5 dagen via Bavai, Maubeuge, Philippeville en Givet,  om van daaruit over de Maas het eindpunt van onze helletocht te bereiken in Beauraing, Belgische bedevaartplaats.

Onderweg werd nooit een rustpauze ingelast en geen enkele keer iets te drinken aangeboden.
Slechts enkele stoutmoedigen durfden het aan een paar passen uit de rangen te stappen om met beide handen wat water op te scheppen uit een greppel aan de rand van de steenweg.
Zo konden ze hun dorst even lessen. Als voedsel werd slechts éénmalig een korst groen beschimmeld soldatenbrood uitgedeeld.
Overnachten gebeurde in weiden, behalve in de buurt van Maubeuge. Daar was onze slaapplaats een omgeploegd voetbalveld, waarvan de ploegsneden vol water stonden en waar we rechtstaand de nacht doorbrachten.
Tijdens onze dagmarsen, over in totaal ongeveer 130 km, was het niet verwonderlijk dat tal van onze lotgenoten onderweg vielen van ontbering en uitputting.
Twee medegevangenen, met elk één arm van het slachtoffer over hun schouders, waren om beurten verplicht de ongelukkigen mee te slepen.
In Beauraing werden we als een kudde vee samen gedrumd in een grote wei, vlak naast een veevoedermagazijn van de boerenbond. Hier kregen we onze eerste maaltijd namelijk een blikje zemelen … (lekker veevoeder).
Daags nadien werden we in de late namiddag per zestig man in beestenwagons geperst om 's anderendaags in de vroege morgenuurtjes kennis te maken met een leven achter prikkeldraad in het transitkamp XII D in Trier.

De familie Pieters in 1930
achterste rij (v.l.n.r.):  Frans, Alfons, Julia, Leon, Jef
voorste rij:  Alda, Ivonne, Irene, moeder Blanche Reynders met Thérèse, Margriet, Martha, Gaston

famPieters1930

 

 

Laatst aangepast op 8 september 2022