De schippers hadden schrik dat hun boten in de artilleriebeschieting zouden terechtkomen. Als één van die schepen zou vernield worden, dreigde het de haven te blokkeren. Vader Robyn besliste om zijn schip uit de kolenhaven te varen.
Samen met nog enkele schepen meerden ze aan op de westelijke oever, aan een bunker. Zodra ze aangemeerd waren, werden ze het doelwit van de Duitse artillerie. De familie zocht snel een onderkomen in de nabij gelegen bunker. Toen het bombardement ophield , waagde de zoon Jan Robyn zich even boven de abri. Bijna onmiddellijk werd hij door een inslaand projectiel dodelijk getroffen en overleed ter plaatse. De overige familieleden en een vriend werden licht gewond en verzorgd door de Rode Kruis diensten van Paal, die in de omgeving werkzaam waren.
onder: ingekleurde foto van de 'Mariette' van vóór de oorlog, rechts bidprentje Jan Robyn


Ward Perceval vertelt (notities A. Luyten):