Deze website gebruikt cookies

Deze website gebruikt zoals de meeste website cookies om uw bezoek zo aangenaam mogelijk te maken. Wij respecteren hierbij uw privacy maximaal. Indien u verder gaat naar de website staat u de plaatsing van cookies toe. Meer info over ons cookiebeleid - klik hier. -

24 juni 2019

Oorlogsherinneringen van Willy Cools (afl.22): deel 2 vlucht en terugkeer

willy coolsDe dag dat de oorlog uitgebroken is, is mijn moeder bij mijn grootouders aan de Diestersesteenweg (de onlangs afgebroken ‘villa Peters’) vertrokken, met de kinderwagen, samen met mijn tante, Willy Peters zijn moeder, dat was een dochter van schoenmaker Dillen, tante Maria, ook met de kindervoiture. Mijn kozijn Willy en ik moesten naast de kinderwagen lopen. We waren nog maar in Schaffen, toen Duitse vliegtuigen het vliegveld van Schaffen begonnen te bombarderen. Iets voorbij de ‘Kromme Elleboog’ zijn we allemaal in de gracht gedoken, dat was een lawaai en een geloei, angstaanjagend, achteraf heb ik begrepen dat het Stuka’s moeten geweest zijn. Op het moment dat ze terug omhoog gingen, hoorde je ook de bom vallen. Dan pakten ze hun draai en doken ze weer terug naar beneden.

Op de foto in de tuin van huis Aumann, waar Staf Peters voor de oorlog woonde:
Willy Cools in een automobiel, zijn neefje Willy Peters een beetje afgunstig toekijkend ...  
willycools-willypeters
Jouw neef Willy, dat is dus de zoon van Gustaaf Peters ?

Ja, Staf Peters, die is gesneuveld in Poperinge, als soldaat van het Belgische leger, vermoedelijk zo ongeveer op het moment dat wij daar in de buurt waren, maar dat wisten we natuurlijk niet.
Zijn jullie dan nog verder gevlucht ?
Jaja, we zijn tot aan de Franse grens gevlucht, het schijnt dat onze schoenen helemaal versleten waren.

Hebben jullie dan in Diest de trein gepakt of zo ?
Nee, ik moet zeggen, dat stuk is me ook niet helemaal duidelijk, ik heb dat achteraf ook niet meer aan mijn moeder gevraagd, maar ik herinner me dat mijn vader, toen militair, met een militaire vrachtwagen, vanachter vol soldaten en munitie, met ons in de cabine ’s nachts is verder gereden. Ons moeder had ons in die gracht achtergelaten en heeft op een of andere manier, hoe dat is me nog altijd een raadsel, ons vader weten te bereiken. Wellicht waren ze van plan om naar Duinkerken te rijden. Ik herinner me nog wel hoe aan weerszijden van de vrachtwagen een soldaat op het spatbord lag, want er werd zonder lichten gereden en die mannen moesten zorgen dat we op de weg bleven. Wat me ook nog bijgebleven is, is dat mijn zuster (Frieda Cools nvdr) in de cabine haar tutter kwijtgespeeld was, en dat was een geween, de hele nacht !
Hoe die hele reis verder verlopen is, herinner ik mij maar fragmentarisch. We zijn terug gescheiden geraakt van mijn vader, want die is achteraf krijgsgevangen gemaakt, ons moeder is met ons tot bijna aan de Franse grens gevlucht, daar is de kinderwagen stuk geraakt op een moment dat het heel gevaarlijk was. Twee vliegtuigen waren boven ons in een luchtgevecht verwikkeld, we hebben de kinderwagen achter moeten laten en zijn een klein huisje ingerend. Ik denk dat één van die vliegtuigen een bom heeft gedropt om sneller te kunnen vluchten, want ik zie bij die ontploffing de kalk nog in schilfers van het plafond komen.
Uiteindelijk zijn we ergens in die buurt een hele tijd gebleven, bij iemand die heel veel bijen had. Daar heb ik ook voor de eerste keer een pompoen gezien, bij ons op de Buiting toen nog onbekend !
Hoe zijn jullie dan uiteindelijk terug thuis geraakt ?
Met de trein. Hoe lang we daar in de Vlaanders gebleven zijn weet ik niet, maar toen reden er opnieuw treinen. Ook de krijgsgevangen soldaten, waaronder mijn vader, waren terug vrij gelaten.
Er wordt gezegd dat de officier, de baas van de Duitse soldaten die in het patronaat gelogeerd waren, bij je grootvader sliep en dat hij ’s morgens van de villa naar het patronaat stapte. Men noemde hem ‘de Spiess’* …

Dat kan, maar dat weet ik niet meer, ons moeder hield ons daar zo veel mogelijk weg denk ik.

 

Hoewel Spieß een reguliere familienaam is in het Duitstalige gebied, was het in de Wehrmacht ook een informele soldatenterm om een ‘Hauptfeldwebel’ aan te duiden, afgeleid van de sabel die hij mocht dragen bij militaire parades e.d.


Op de foto in de tuin van 'villa Peters', kort voor de oorlog,  van links naar rechts:  de betreurde Gustaaf Peters (gesneuveld in Poperinge in de eerste oorlogsweek, vader van Willy Peters), moeder Julie Volders, Julienne Peters (moeder van Willy en Frieda Cools), vader August Peters

familiePeters

 

Laatst aangepast op 25 juni 2019