Deze website gebruikt cookies

Deze website gebruikt zoals de meeste website cookies om uw bezoek zo aangenaam mogelijk te maken. Wij respecteren hierbij uw privacy maximaal. Indien u verder gaat naar de website staat u de plaatsing van cookies toe. Meer info over ons cookiebeleid - klik hier. -

7 mei 2019

Kermis in de oorlogsjaren (afl.18)

LogoPaalinWO2Ook tijdens de oorlog werd er kermis gevierd, vooral in de gehuchten, dichter bij huis en waar de controle van de Duitse bezetter minder was, zo ook in Meelberg. Tijdens die kermis, meestal op dinsdag, organiseerde de boogschuttersgilde van Meelberg haar wedstrijd. Boven op de gèèr werden enkele aardappelen vastgepind en in het midden een aardappel met enkele kippenpluimen. Wie de hoofdvogel afschoot, werd koning voor één jaar. In vredestijd werd dan de nieuwe koning aan zijn woning afgehaald en trok men in stoet naar het gildelokaal. Van de koning werd dan verwacht dat hij trakteerde…  Typisch voor Paal was de wildeman, helemaal in vodden gekleed met een hoed van gebladerte, dat zijn gezicht bijna geheel bedekte. In de stoet werd een jonge berkenboom meegesleept, waar tientallen karamellen aan vastgebonden waren; de kinderen mochten proberen de snoep af te trekken, maar ze moesten wel oppassen om geen kletsen te krijgen van de wis van de wildeman. De kunst bestond er in dat één jongen de aandacht van de wildeman trok, zodat de anderen wel aan de karamellen konden.  


Begrijpelijkerwijze mochten de karabijnschuttersgilden hun sport tijdens de oorlog niet beoefenen …
De meeste cafés hadden een spaarkas. De bedoeling was dat elk lid elke week een munt in de kas stak. De voorzitter haalde, met een getuige, het geld er uit, zette het op een spaarrekening en hiermee konden de leden bij de kermis eens goed tafelen en drinken. Veel zal er tijdens de oorlogsjaren niet gespaard zijn, maar toch was er een feestavond.
Als amusement werd in een café in Rijssel geit kappen georganiseerd. Iemand had een geit geschonken aan de spaarkas; het beest werd gedood en opgehangen boven een karrenwiel dat kon ronddraaien. Iedere deelnemer maakte een eigen houten zwaard. Hij ging zitten op het wiel, hij werd geblinddoekt en terwijl het wiel ronddraaide, mocht hij proberen de kop van de geit af te slaan.
Wie uiteindelijk de kop er af kreeg, mocht de geit mee naar huis nemen. Maar eerst was er nog het eet- en drinkfeest…
Ook op de kermis van Rijssel stond er altijd een paardenmolen, van “Milleke”. Het bombardement op Leopoldsburg in 1944 gebeurde precies op Pinksteren (in 1944 28 mei), het moment van Rijssel-kermis. Milleke stond er toen alleen en kroop van schrik onder zijn paardenmolen om er te schuilen …


De filmdocumentaire ‘Mei 44’ van Palenaar Eddy Vandepoel is een reconstructie van de geallieerde bombardementen op Beverlo op 12 mei ‘44 en op Leopoldsburg op 28 mei ‘44. 

 

Laatst aangepast op 22 mei 2019

Media