Fien Spek met zoon Louis, schoondochter en kleinzoon
Later had ze een spel om te gooien, veel plaats nam ze nooit in. Ze zette tien lege azijnflessen op de grond en dan verkocht ze vier houten draperieringen voor één frank. Dan lokte ze het volk: “De fles in de ring en de ring rond de fles en madam is gewonnen !” Als je de ring rond de flessenhals kon gooien kreeg je een prulletje als prijs.
Nog later had ze een kraam om blikjes om te gooien. Achter in de kraam stonden op een plank lege blikjes van Marie Thumas opgestapeld in piramidevorm die je moest proberen om te werpen met haar zelfgemaakte stoffen ballen.
Het kermisbloed zat ook in de kinderen van Fien. Ze stonden op de kermissen met schommel, vissersspel, paardenmolen, schietkraam, koordjetrekspel en snoep …
Dat Fien Spek een vrouw was die zichzelf wel wist te redden in deze harde wereld, bewijst de volgende anekdote. Toen koningin Elisabeth op 3 juni 1942 Tessenderlo kwam bezoeken na de ontploffing van de fabriek, stond Fien op de eerste rij en wist de koningin te ontmoeten. Hoe had ze in godsnaam dat klaargespeeld ?
Ze had haar eigen hoofd in een groot wit verband gedraaid, en hoewel ze geen verwondingen had, wist ze toch de aandacht van de koningin te trekken, die haar zowaar kwam troosten.
Fien was zo fier als een gieter. Je moet het lef maar hebben ! (foto's en tekst uit archief André Luyten)

Wie er altijd was op haast elke kermis, in oorlogs- én in vredestijd, was Fien Spek. Ze zag er een bazig vrouwmens uit, had zwarte haren, droeg altijd een zwarte satijnen voorschoot en praatte met een rauwe stem, ze kon het heel goed uitleggen.