Ook bij de familie Alenteyns verbleven er 4 soldaten tijdens de mobilisatie, eerst Walen en daarna soldaten afkomstig uit Vlaanderen. Vader Alenteyns had met planken enkele bedden in mekaar geslagen en matrassen opgevuld met stro. Tijdens de nacht konden de soldaten slapen in de molen en elke morgen moest er opgeruimd worden om de molen te laten functioneren. De soldaten hielpen in de boerderij, onder andere met het zeisen en inhalen van “spurrie” voor de koeien.
Nadat de brug over het Albertkanaal gedetoneerd was, vluchtte de familie onmiddellijk tot bij de grootouders op Brelaar Hei. ‘s Nachts werd besloten om verder te vluchten met stootkar, fiets en kinderwagen. De kleine kinderen zaten op de kar, de grotere moesten te voet en moeder reed met de kinderwagen met daarin zoontje Leon van amper 6 maanden. De kinderwagen is tijdens de vlucht minstens 3 keer omgekieperd. Vader verkoos de kleine veldwegen en bospaden te volgen en de familie bereikte Zichem. Daar sliepen zij in een stal die tijdens de mobilisatie door Belgische soldaten was gebruikt.
De volgende morgen fietste vader, met achterop de fiets zoontje Gerard, terug naar Tervant om zich van de toestand te vergewissen. Hij besloot om met de volledige familie terug naar huis te keren. Hun huis was beschadigd door de ontploffing van de brug, dakpannen en vensters moesten vervangen worden. Tijdens hun afwezigheid was er niets gestolen. Ten gevolge van de rantsoenering van mazout kon de molen niet meer gebruikt worden en vader Alenteyns is later, samen met postbode Gust Biscop, een elektrische motor gaan kopen in Brussel.
(wordt vervolgd: de oorlogsjaren)
de molen:
![]() |
![]() |
![]() |
Ivonne, geboren in 1929, woonde met haar ouders tijdens de 2de wereldoorlog in het centrum van Tervant, als buren van de familie Pieters. Het gezin Alenteyns telde 4 meisjes, Ivonne was de derde oudste, en 3 zonen. 

