Tijdens de mobilisatie van het Belgisch leger, in het najaar 1939, lagen bij hem thuis soldaten van de Tweede Grenadiers. Die soldaten werden gebracht in camions en in Rijsel afgeladen: in elk huis moesten zo’n 10 man geplaatst worden.
De soldaten moesten overdag loopgraven maken in het Ravenshout, om de Duitsers tegen te houden voor het geval dat ze toch over het kanaal zouden geraken. De soldaten die bij hem thuis logeerden, waren allemaal Brusselaars en ze spraken Frans. Hij kreeg wel Frans op school maar toch kon hij hen niet verstaan. Gustaaf, die een meubelwinkel had in Brussel, leerde hem enkele woorden Frans.
Die soldaten zijn daar ongeveer zes maanden gebleven, het café zat altijd vol en Leon zelf speelde op de accordeon. Met kerstmis 1939 was er feest in het café, er werd goed gedronken en gedanst en de officieren hadden kaarsjes op hun kepi gezet.
" Een paar keer was er ook cinema in ons café. Ik moest dan met een bel langs de posten van de soldaten gaan en zeggen dat er zo laat cinema was. Ik mocht dan ook kijken, gratis. Dat waren meestal films van de Dikke en de Dunne (Laurel and Hardy). Die mannen hadden hun eigen materiaal bij en ze stelden dat op."
Tegenover hun huis, in de haag, stond het afweergeschut. Toen de oorlog uitbrak, schoten drie Duitse vliegtuigen op het afweergeschut en de Belgische soldaten gingen lopen.
De Belgen hadden de Winterbeek doen overstromen en de broeken onder water gezet om de Duitsers tegen te houden, maar dat hielp niet. Hij ziet het nog voor zich dat de Duitsers dwars door het koren opmarcheerden om te zien of er ergens Belgische soldaten zich verstopt hadden.

Waar nu de Paalse Plas is, stroomden vroeger beken en vleuten door een overstromingsgebied, moeras dus ...
(volgende afl.: vluchten !)
LEON AERTS werd geboren in 1927. Hij was dertien jaar toen de oorlog uitbrak en hij heeft de oorlogsjaren heel bewust beleefd.