Ook de andere Palenaars kwamen stilletjes terug naar huis, en toen was het Duitse bezetting …
Zo kwam ook Jef Rubens terug op de Hei aan: hij was soldaat, had zijn soldatenkostuum nog aan en zijn geweer hing aan zijn fiets. Die besefte niet goed wat hij deed!
De ouders van Jef Vandeweyer waren ook gevlucht, tot in de Vlaanders, met paard en kar. Zo kwam het dat Jef eerder terug thuis was dan zijn ouders!
Voor alles moest je zegeltjes hebben, anders kon je niks meer kopen: zeep, suiker, koffie, tabak, alles. De boeren kregen natuurlijk geen zegels voor meel of vlees: ze moesten zelf leveren aan de bezetter.
Vinus geeft toe dat de boeren niks tekort gehad hebben tijdens de oorlog. Hij moet er wel mee lachen: we hebben nooit zoveel familie gehad als in de oorlog: iedereen kwam langs en zei “Nonk Jef” tegen mijn pa.
Ongeveer een maand nadat hij terug thuis gekomen was, begon hij opnieuw met de melkkar te rijden. Hij heeft veel dagen op de kar gezeten!
Er was toen veel meer werk, want zelf boteren mocht niet meer en elke boer moest zijn melk leveren aan de melkerij. Toen is Vinus ook zelf naar de melkerij in Heusden beginnen rijden. Van de Duitsers kreeg hij een Schein, waarmee hij over de brug van Beringen mocht rijden. Af en toe kwam hij Duitse soldaten tegen, maar daar had hij geen schrik van: als ge zelf niks deed, deed den Duits ook niks. Hij verstond wel dat de mensen zo’n schrik hadden bij het uitbreken van de Tweede Oorlog, want in de Eerste Oorlog waren de Duitsers verschrikkelijk brutaal geweest: overal hadden ze mensen doodgemaakt.
Vinus heeft in de oorlog niet echt schrik gehad, en hij heeft ook niks ergs meegemaakt, behalve één keer: het bombardement van Beverlo. Hij weet nog goed dat ze buiten stonden te kijken naar de ontploffingen, en dat ze hun klak moesten vasthouden: anders zou ze van hun kop gewaaid zijn door de luchtverplaatsingen…
Dan herinnert hij zich toch dat luchtgevecht, toen hij op weg was met zijn melkkar. Op de weg Beringen – Heusden zag hij drie vliegers die een luchtgevecht uitvochten: hij hoorde de kogels vliegen tot in de bomen langs de weg. Hoe het luchtgevecht afgelopen is, weet hij niet: als ze zo schieten boven uwe kop, dan kijkt ge niet zoveel meer omhoog…
Tijdens de laatste jaren van de oorlog, vlogen er elke nacht honderden, misschien duizenden vliegtuigen over in de richting van Duitsland. Hij heeft ook gehoord dat een Amerikaans vliegtuig, na de bevrijding van Paal, neergestort is in het Broek. Dat was ’s avonds, het was al donker. Florent Vandevenne was er als eerste bij, want die was vlakbij aan het stropen. De Amerikaanse bemanning was uit het vliegtuig gesprongen en in het begin wisten ze niet of ze in bevrijd gebied of in Duitsland geland waren… eigenlijk was er aan dat vliegtuig niks kapot, het was met zijn wielen in de grond blijven steken. Later is alle materiaal zuiver weggehaald, en schoot geen stekske meer over.
Het grootste gevaar waren misschien de Vliegende Bommen: de V1 had een lange vlam achter zijn staart en maakte een pruttelend geluid. Wanneer dat geluid stopte, viel de bom neer, maar je wist nooit naar welke kant ze zou draaien. Eén bom heeft Vinus zelf gezien en hij weet ook dat de motor uitviel. De bom vloog nog een eindje door en stortte neer in Deurne in het Broek, achter enkele huizen.
Later kwamen de V2’s: die waren nog gevaarlijker, maar ze vlogen hoger en je kon ze moeilijk zien. Wel hoorde hij het afweergeschut: pot – pot – pot. Toch geraakten veel raketten tot in Antwerpen, waar ze veel slachtoffers maakten.
Het einde van de oorlog heeft geen grote indruk op hem gemaakt: er waren nog een paar Duitse soldaten op de Hei, hij ziet ze nog staan tegenover Saske. Ze waren met zijn tweeën, ze lieten hun geweer achter en ze gingen gewoon weg.
De komst van de Engelsen heeft veel meer indruk gemaakt: ze kwamen daar aan in hun zware tanks, iedereen was content maar vooral de vröllie hingen rond de soldaten. Hijzelf bleef een beetje buiten het gewoel staan: in het café bij War van Boer Reynders, op de Wissel.
Zijn echtgenote Maria vult hem aan: ook zij gingen met wat jonge meisjes naar het dorp. Aan de winkel van Bleng Dams vlogen de kogels in het rond: de Duitsers schoten vanuit Tervant (eerder: van op de terril van Beringen), maar ze zijn gewoon verder gelopen, om zeker de soldaten te zien.
Toch vertrouwden de meisjes de Engelsen niet helemaal: toen ze nog eens naar het dorp trokken, hoorden ze het gerucht dat de soldaten meisjes meenamen en hen vasthielden. Toen gingen ze snel terug naar huis.
Werken in Duitsland
Er waren in Paal zeker een aantal mannen die vrijwillig in Duitsland zijn gaan werken, misschien om hun kost te verdienen. Maar er waren veel meer werkweigeraars, jonge mannen die weigerden te gaan werken in de Duitse fabrieken en die zich verstopten voor de Duitsers. Hij denkt nog aan Janneke Diepvens: die had zich verstopt maar Duitse soldaten met enkele “Zwarten” kwamen naar de boerderij. Toen ze Janneke niet thuisvonden, laadden ze zijn zuster Imelda op. Na enkele dagen hebben ze haar toch laten gaan…
In de oorlog moest ge wel uw plan trekken. Regelmatig kwamen de Duitsers controle houden op de boerderijen: hoeveel beesten ze hadden, hoeveel graan en alles. Als ge niet genoeg geleverd had, konden uw beesten aangeslagen worden.
Soms wisten de mensen op voorhand dat de controleurs aankwamen en dan reden ze wel eens met een geladen kar naar Deurne: dat was Brabants grondgebied en daar was de controle op een ander moment: maar rap Duën in, lacht Maria.
Vinus geeft toe: in de oorlog deden de boeren goede zaken met de verkoop van brood, spek, boter… daarom waren ze ook zo kwaad op minister Gutt die na de oorlog nieuw geld in omloop bracht. De mensen mochten maar 2000 frank omwisselen per gezin, dat was een ramp!
Zijn pa had tien dagen voor het eind van de oorlog nog een nieuwe dorsmolen met motor gekocht, maar hij had ook een jong veulen verkocht… hij had beter nog wat gewacht !
--- vorige aflevering: Vinus opgeroepen als soldaat en terugkeer naar de Buiting ---