Maurice in de klas bij meester Cyriel Brockmans
Op 10 mei 1940, ik was toen 13 jaar, hoorde ik ’s morgens lawaai en ik ging buiten kijken: daar zag ik de vliegtuigen afkomen, met honderden. Ze vlogen niet zo hoog, op zo’n 250 meter, in formaties van 10 tot 15.
Dat was me een lawijt en een geronk, ik had echt schrik. Va zei: hier moet ge ne keer zien, dat zijn Duitsers, de oorlog is uitgebroken. We hoorden over de radio dat het kamp van Beverlo en het vliegveld van Schaffen al gebombardeerd waren.
De schrik zat er dadelijk in bij de familie Berrevoets want ze woonden in het gevarengebied aan de Oostkant van het kanaal. De Belgische regering had hen verwittigd dat ze bij een aanval dadelijk moesten vluchten naar Zelem, om daar verder de trein te nemen. Alles werd in gereedheid gebracht, iedereen stond klaar om te vertrekken. Toch besliste vader om nog even af te wachten.
Op 12 mei zijn we toch nog gevlucht: toen was de brug al ontploft en we zijn met boten over het kanaal gezet, door bereidwillige Belgische soldaten. We gingen te voet in de richting van Leuven. We waren zeker met een groep van 20 man, ook met paard en kar. De eerste avond zijn we in Geenhout blijven slapen bij tante Suzanne. De volgende dag trokken we verder in de richting van Diest, tot in Bekkevoort. Daar zijn we bijna een maand gebleven bij een aspergeboer. De boerderij lag een eind van de weg af en het was er rustig. In die tijd hebben we veel asperges gegeten en moest ik niet naar school: alleen maar spelen !
Pas toen de Duitsers voorbij getrokken waren en alles zijn normale gangetje ging, zijn we terug naar Paal vertrokken. Op 30 mei kwamen we terug thuis. Alles was geplunderd en kapot geslagen. We hadden niks meer, we moesten helemaal van nul terug herbeginnen.
De volgende dag is pa Berrrevoets dadelijk naar de koolmijn getrokken om onder in de mijn centjes te verdienen voor zijn talrijk gezin.
Maurice Berrevoets als olijke Meerhoutenaar

.
Maurice Berrevoets woont vandaag in Meerhout, maar hij heeft heel zijn jeugd doorgebracht in Tervant. Hij woonde op de Tervantse Heide, op den Ulfort. Dat is nu de Zandhoefstraat, een straat over het Albertkanaal. Den Ulfort was een heidevlakte en er woonden maar weinig mensen. Vader Alfons Berrevoets was mijnwerker op de bovengrond van de koolmijn van Beringen en moeder Helena Keunen was huismoeder van een talrijk gezin.