Deze website gebruikt cookies

Deze website gebruikt zoals de meeste website cookies om uw bezoek zo aangenaam mogelijk te maken. Wij respecteren hierbij uw privacy maximaal. Indien u verder gaat naar de website staat u de plaatsing van cookies toe. Meer info over ons cookiebeleid - klik hier. -

24 augustus 2018

Oorlogsherinneringen (afl. 7): hoe Maurice Berrevoets het begin van de oorlog beleefde

LogoPaalinWO2Maurice Berrevoets woont vandaag in Meerhout, maar hij heeft heel zijn jeugd doorgebracht in Tervant. Hij woonde op de Tervantse Heide, op den Ulfort. Dat is nu de Zandhoefstraat, een straat over het Albertkanaal. Den Ulfort was een heidevlakte en er woonden maar weinig mensen. Vader Alfons Berrevoets was mijnwerker op de bovengrond van de koolmijn van Beringen en moeder Helena Keunen was huismoeder van een talrijk gezin.

We waren thuis met  twaalf kinderen: Gerarda, Leon, André, Maurice( ik dus), Raymond, Hilda, Greta, Martha, Jos, Robert, Mia en Marie-Louise.

Al in het voorjaar van 1940 spraken de mensen van oorlog. Overal in Tervant lagen Belgische soldaten, wel tweehonderd of driehonderd. Sommige sliepen bij de boeren maar de meeste sliepen in tenten. Ook bij ons in huis lagen soldaten. Ze groeven loopgraven achter het kanaal, om de brug te verdedigen. Ze hadden hun eigen keuken, aan de kerk. Dikwijls gingen we daar ’s middags kijken als de school uit was en dan kregen we soep van hen.

Maurice in de klas bij meester Cyriel Brockmans klasBrockmans                                Op 10 mei 1940, ik was toen 13 jaar, hoorde ik ’s morgens lawaai en ik ging buiten kijken: daar zag ik de vliegtuigen afkomen, met honderden. Ze vlogen niet zo hoog, op zo’n 250 meter, in formaties van 10 tot 15.

Dat was me een lawijt en een geronk, ik had echt schrik. Va zei: hier moet ge ne keer zien, dat zijn Duitsers, de oorlog is uitgebroken. We hoorden over de radio dat het kamp van Beverlo en het vliegveld van Schaffen  al gebombardeerd waren.

De schrik zat er dadelijk in bij de familie Berrevoets  want ze woonden in het gevarengebied aan de Oostkant van het kanaal. De Belgische regering had hen verwittigd dat ze bij een aanval dadelijk moesten vluchten naar Zelem, om daar verder de trein  te nemen.  Alles werd in gereedheid gebracht, iedereen stond klaar om te vertrekken. Toch besliste vader om nog even af te wachten.

Op 12 mei zijn we toch nog gevlucht: toen was de brug al ontploft en we zijn met boten over het kanaal gezet, door bereidwillige Belgische soldaten. We gingen te voet in de richting van Leuven. We waren zeker met een groep van 20 man, ook met paard en kar. De eerste avond zijn we in Geenhout blijven slapen bij tante Suzanne. De volgende dag trokken we verder in de richting van Diest, tot in Bekkevoort. Daar zijn we bijna een maand gebleven bij een aspergeboer. De boerderij lag een eind van de weg af en het was er rustig. In die tijd hebben we veel asperges gegeten en moest ik niet naar school: alleen maar spelen !

Pas toen de Duitsers voorbij getrokken waren en alles zijn normale gangetje ging, zijn we terug naar Paal vertrokken. Op 30 mei kwamen we terug thuis. Alles was geplunderd en kapot geslagen. We hadden niks meer, we moesten helemaal van nul terug herbeginnen.

De volgende dag is pa Berrrevoets dadelijk naar de koolmijn getrokken om onder  in de mijn centjes te verdienen voor zijn talrijk gezin.

Maurice Berrevoets als olijke Meerhoutenaar

mauriceberrevoets meerhout

.

Laatst aangepast op 24 augustus 2018