Deze website gebruikt cookies

Deze website gebruikt zoals de meeste website cookies om uw bezoek zo aangenaam mogelijk te maken. Wij respecteren hierbij uw privacy maximaal. Indien u verder gaat naar de website staat u de plaatsing van cookies toe. Meer info over ons cookiebeleid - klik hier. -

26 juli 2018

Oorlogsherinneringen uit Tervant: Irene Verbraeken (afl. 6)

LogoPaalinWO2Irene werd geboren 1934, in Klein Tervant. Ze herinnert zich het begin van de oorlog nog heel goed.

Haar pa, Jef Verbraeken, was een oudstrijder van de oorlog 14-18; daar was hij gepakt door het gas,  na de oorlog moest hij nog een half jaar in ziekenhuis blijven om te herstellen. Bij de opening van de mijn van Beringen was hij mijnwerker geworden maar hij kon de ondergrond niet verdragen, daarom ging hij in het houtperk werken, in de dagpost. Dat verdiende minder, maar hij had werk.

In 1939 lieten ze hun lemen boerderij gedeeltelijk in steen verbouwen, maar toen kwam de mobilisatie. Ook bij hen werden soldaten ingekwartierd, die de brug van Tervant moesten bewaken. Er sliepen 18 soldaten op de zolder van de boerderij, nadien nog eens 6. Gelukkig hadden ze wel hun eigen keuken bij.

irene verbraekenfoto:  Irene voor de Lourdesgrot,  kort na de oorlog

Oorlog en vlucht

Op 10 mei vielen de Duitsers aan en de Belgen lieten de bruggen over het kanaal springen. Ze hoort nog altijd het lawaai van de ontploffingen aan de brug van Tervant, dat blijft ze onthouden. Iedereen vluchtte weg, met pak en zak, met fietsen en karren. Tervant was leeg. zij waren als enigen thuis  gebleven, want pa zei: wij blijven thuis!  Maar de kinderen weenden en moeder smeekte: als de Duits komt, zijn  we er allemaal aan. Ze zijn dan toch maar gevlucht, meegegaan op de kar van hun buren. Vooraan, op de berries, hadden ze een plank gelegd, en daar konden de kinderen gaan zitten, vlak achter het paard. De kar was volgeladen en de anderen liepen te voet mee. Ons ma had de dag voordien brood gebakken en dat hing, in twee juten zakken, langs de kar. Dat vond ze een raar gezicht, maar ze hadden in elk geval eten genoeg. Ze deelden dat met de anderen, dat was normaal.

Ze trokken over de Hei, langs binnenwegen. De eerste nacht geraakten ze tot ergens in Deurne, in een bos. Irène vertelt: We sliepen buiten op de grond (in een soaring) en ik zag de sterrenhemel, zo helder als ik nooit gezien had. Ik kon er niet van slapen.

De volgende dag geraakten ze tot in Molenstede: Daar hebben we onze intrek genomen in een huis dat leegstond: de bewoners waren ook op de vlucht. Er waren daar nog andere mensen van Paal, het huis lag vol matrassen (die ze waarschijnlijk meegebracht hadden…) we waren er nog maar net,  toen een gevecht begon tussen Belgen en Duitsers: ze schoten op elkaar met kanonnen, vlak boven onze kop. We waren echt de oorlog in gelopen. Er stonden kanonnen (Belgische?) in Deurne aan het Kruis, daar zijn verschillende mensen omgekomen…   Ik vind het zo erg als ik vandaag vluchtelingen op TV zie: dezelfde miserie die wij meegemaakt hebben komt altijd maar terug.

Er waren niet alleen gevechten op de grond, ook in de lucht. We waren toch zo bang.

Er is in dat huis zelfs een kindje geboren in de keuken. We hoorden de moeder roepen, maar we wisten niet wat er aan de hand was. Later zagen we het kindje. Ik heb nog gezien dat er flokken gras op het dak van het huis lagen in Molenstede, en rond het huis waren er overal kuilen, er lagen dode koeien en paarden in de weides….

 foto:  het gezin Verbraeken:  vlnr coleta claes +, irene verbraeken, jozef verbraeken +, louis verbraeken, maria verbraeken +familieVerbraeken

We hadden thuis koeien en die moesten natuurlijk gemolken worden. Zo ging ons ma met twee andere vrouwen te voet terug naar huis, langs binnenwegen om de Duitsers te ontwijken. Wij moesten dan de hele tijd bidden dat ze veilig zouden terugkeren.

Na een week of drie, dat weet ik niet meer, zijn we terug met de kar naar huis gereden. In het dorp van Deurne kwamen we voorbij een stoffenwinkel. Iedereen liep daar naar binnen en plunderde iets. Wij gingen ook kijken maar onze pa gebood: nergens aankomen!

 

In Paal Dorp werden we tegengehouden aan café Degreef. Dat café lag vol Duitsers en er was ook een gewonde bij. Onze pa zei dat hij een oud-strijder was van de eerste oorlog; ze vroegen hem of hij een gewonde kon verzorgen, dat kon onze pa. Daarop moest hij eerst om de “Verletzte”  bekommeren en dan mochten we door. We moesten wel terug naar huis komen, want de Duitsers waren al doorgebroken, ze waren overal.

 

Laatst aangepast op 26 juli 2018