Deze website gebruikt cookies

Deze website gebruikt zoals de meeste website cookies om uw bezoek zo aangenaam mogelijk te maken. Wij respecteren hierbij uw privacy maximaal. Indien u verder gaat naar de website staat u de plaatsing van cookies toe. Meer info over ons cookiebeleid - klik hier. -

4 december 2014

Paal in de Groote Oorlog (11): de beschieting van de kerktoren

Nauwelijks een maand na de eerste Duitse inval en de executie van Frans Claes, werd Paal opnieuw opgeschrikt.  Op 27 september 1914 overrompelden de soldaten van keizer Willem 2 het dorpscentrum van Paal en namen hun intrek in de meisjesschool. Zoals iedere dag vluchtte de bevolking opnieuw in de bossen van  Ravenshout , naar de Venus-  en Dalenberg en de Broekkant. Bevreesd wachtte men af wat er ging gebeuren.  Het nieuws deed de ronde dat de Duitsers weer op wraak uit waren.

Over wat er in Paal vervolgens gebeurde,  stelde pater Van Merendonck en kapelaan Dewit een uitgebreid verslag op. Kruisheer Van Merendonck was in Paal aangesteld om pastoor Vlecken bij te staan, die gebrekkig en ziek was.  

kerkstraat-diestseweg Het begon ’s morgens in de sacristie van de kerk.  De drie priesters waren in de kerk aanwezig.  De pater wilde zich omkleden om de communie  uit te delen.  De kaarsen werden aan het altaar ontstoken. Plots werd de deur van het hoofdportaal opengegooid. Een soldaat stormde de kerk in en  brulde: “Halt”.  De pater vroeg beleefd wat er aan de hand was. De militair gebood  Van Merendonck te zwijgen en schreeuwde dat er op zijn kameraden ”geschossen” was vanuit de kerktoren. Gelijktijdig konden buiten schoten gehoord worden,  soldaten richtten vanop het plein voor de kerk hun wapen naar de torenspits. De pater en de andere geestelijken werden vastgegrepen en voor het huis van Ernest Vandergraesen (het huis van de huidige koster, Martin Ribus) geleid.  Daar werden ze geboeid en naar de parochiezaal gebracht. Onderweg hoorden ze  roepen dat men de kerk zou plat schieten. Er werd een kanon aan de ingang van de Kerkstraat (nu de Heldenlaan) in stelling gebracht. Allerlei gedachten spookten door het hoofd van de pater. De kerk mocht niet beschoten worden, dat moest hij verhinderen. In  zijn gebroken Duits ging hij naar de officier en vroeg wat dat allemaal te betekenen had. Kijk eens naar boven in  de toren, daar zwaait de vijand met een witte doek. En inderdaad,  het venster in de toren ging open en dicht. De pater argumenteerde dat het zonlicht erin speelde en dat het witte doek slechts de zon was, die op het glas spiegelde,  maar niets hielp. De logische verklaring van de pater werd weggewimpeld,  de  beschieting van de toren zou uitgevoerd worden.  Vastbesloten zijn kerk te redden,  argumenteerde en discuteerde de pater als geen ander, maar de Duitsers verloren hun geduld en riepen:  ”Mach den Pfarrer kaputt !”.

Gelukkig richtten de Duitsers  hun aandacht op het kanon,  het eerste schot ging af en raakte even het ornament van de toren. Het tweede schot trof wel raak,  precies midden in de toren, boven de galmgaten. De pater schreeuwde:   ”Gemeen volk,   ’t is niet meer Gott mit uns, maar God zal tegen U zijn” ,  maar het hielp allemaal niets.  Het derde schot ging ook af en vergrootte de opening in de  toren. De Duitsers waren tevreden en opgelucht,  de vijand was na drie schoten  verdwenen .   De beschieting hield op en gelukkig stond de toren nog overeind.

Pastoor Vlecken en  de pater werden nadien naar Beringen overgebracht,  doordat de stad in brand stond werden ze vervolgens naar Diest geleid.  Onderweg ,  aan de Zwarte Ring, mocht pastoor Vlecken terug naar huis keren,  hij kon met zijn ziekelijk been moeilijk stappen. De pater werd in Diest duchtig ondervraagd en twee  dagen in  de hoofdkerk opgesloten. Nadat grondig onderzoek uitgewezen had dat de kogels in Paal afkomstig waren geweest van een Duits geweer en er niemand in de toren was gevonden, werd de pater vrij gelaten. De parochianen waren opgetogen met de behouden terugkeer van hun geestelijke leider,  ’s anderdaags werd in de parochiekerk een H. Mis  opgedragen uit dankbaarheid.  Het gat in de toren werd  voorlopig afgedicht met planken en na de oorlog  werd het  dichtgemetseld door de broers  Vital en Clement Henkens.   Die herstellingen zijn nog geruime tijd zichtbaar geweest,   maar bij de renovatie van de kerk in 1995, werd dit litteken weggewerkt.

Wat was er feitelijk gebeurd ?

De Paalse koster en organist, Henri Reynders, was die ochtend uit nieuwsgierigheid boven in  de kerktoren geslopen. Hij had met zijn zakdoek het venstertje proper gemaakt,  een rode zakdoek met witte bolletjes, die van heel ver zichtbaar was.   Op de Venusberg, op de grens van Paal en Meldert, had een Duitse verkenningspost die bewegingen in de toren opgemerkt en  doorgeseind naar de bevelhebber. Deze verkeerde in de waan dat zich daar een verkenningspost van de Belgen verscholen hield en oordeelde dat de kerktoren moest beschoten worden. 

Laatst aangepast op 22 december 2014