![]() |
In Donk (Herk-de-Stad) werden een twintigtal huizen afgebrand en 7 burgers zonder reden doodgeschoten, zelfs opgehangen… in Halen vier burgers gedood en ca. 15 huizen vernield. Gans het centrum van Lummen werd in brand gestoken, nadat een burger op Duitse verkenners zou hebben geschoten… 63 huizen brandden volledig af. Vandaag staat op de markt van Lummen nog precies één huis van voor de Groote Oorlog. |
|
Schaffen werd nog zwaarder getroffen. Op 18 augustus zouden burgers op Duitse soldaten geschoten hebben (in feite was dit de burgerwacht) en gans het dorp werd het slachtoffer van de Duitse wraak. Een zestigtal huizen werden afgebrand en erger: 23 inwoners werden standrechtelijk geëxecuteerd. Misschien het ergst werd de familie Pairoux getroffen: de invalide vader werd, samen met een dochter van 11 jaar, opgesloten in hun huis dat daarop in brand gestoken werd. De 18-jarige dochter werd verkracht, de buik opengereten met een bajonet en vervolgens in de waterput gegooid… Vandaag nog merk je, hoog in de kerktoren van Schaffen, tientallen kogelinslagen. In herberg De Zwarte Ring gebeurde eveneens een drama. Niemand kent het precieze verhaal, want niemand overleefde het. Na de oorlog reconstrueert De Gazette van Diest de gebeurtenissen. Eenige Belgische lansiers waren gehuisvest geweest in de afspanning ‘Den Zwarte Ring’ tusschen Meldert en Schaffen op den steenweg Beeringen – Diest. Hadden Duitsche patroeljes dit feit doorgebriefd aan het doortrekkend leger? Dit kon ’t voorwendsel zijn, doch diefstal en plundering waren de drijfveer der misdaad. Verscheidene Duitsche patroeljes hadden in ‘Den Zwarten Ring’ goed gedronken. Zij wisten dat de baas geld op zak had. Wat er ook van zij, de baas, Jozef De Gent, zijn knecht Frans Vanderheyden en zijn werkman Frans Enckels werden doodgeschoten. De afspanning werd rond 6 ure ’s avonds geheel afgebrand. Ook ’t paard was omgekomen in den brand van den stal. Pas op 27 januari 1915 wordt in de kelder het lichaam gevonden van Frans Vanderheyden… |
|
Soms moet je gewoon blij zijn dat je dorp géén vermelding verdiend heeft in de geschiedenisboeken ...
|
er wierd nog al ferm op ons geschoten Op 17 oktober jongstleden konden we de fakkels zien die over een afstand van 8.4 km het vroegere IJzerfront afbakenden. Immers, op die dag, precies honderd jaar geleden, begon de Slag van de IJzer. De Duitse troepen probeerden de laatste weerstand van het Belgische leger te doorbreken. Wekenlang werden de dorpen en de stellingen achter de IJzer beschoten met de zwaarst mogelijke munitie. Op sommige plaatsen was er nauwelijks honderd meter afstand tussen de Duitse en de Belgische loopgraven…
Hieronder publiceren we twee teksten van dorpsgenoten, jongens uit Zelem, die op minder dan 2 kilometers van elkaar verwijderd, de Duitse bombardementen moesten doorstaan.
|
|
| Theofiel Vanuytrecht schrijft een (laatste) brief aan het meisje dat hij toch zo graag ziet:
Liefste Maria wanneer gij dezen brief zult ontvangen zal ik niet meer zijn. Ik die u zoo lief had en zoo teer beminde en zoo vol goede hoop was u nog weer te zien, ja liefste Maria altijd heb ik nog goeden moed gehad maar heden wanneer ik deze woorden hier neerschrijf laat ik mijnen moed zinken… Troost u bij de gedachte dat ik misschien in een betere wereld ben dan hier op die ellendige aarde waar we zoo veel geleden hebben…. Liefste Maria als ge dezen brief ontvangt ben ik niet meer van deze aarde. Dus liefste Maria geen verdriet want het is toch geen avans meer. Deze brief werd geschreven vanuit Pervijse, tussen 21 en 25 oktober. Het begrip ‘shell shock’ bestond nog niet. De lichaamsfuncties van Theofiel worden dramatisch gestoord door de aanhoudende inslagen, luchtverplaatsingen, oorverdovend lawaai. |
Zijn dorpsgenoot Jozef Drijvers hield een dagboek bij. Hij noteert: Woensdag den 21 oktober is het iets schrikkelijks om te zien, den ganschen dag schoten de moffen met groote kanonnen op Dixmude en op de transees. Donderdag den 22 nog altijd het zelfde bombardement, de kerk en vele huizen stonden in volle vlam Zaterdag den 24 zijn wij smorgens in Caeskerke op den boord van den IJzer in de transees gaan liggen. Daar hebben wij 7 dagen nacht en dag gelegen zonder dat wij eten kregen en er wierd nog al ferm op ons geschoten. Er liepen daar nog koeien, geiten en verkens die wij geslacht hebben en er goed van geëten… Jozef lag op 30 meter van de oever van de IJzer, dichter bij de vijand kon niet. Toch kan hij het hoofd nog enigszins koel houden, ook wanneer kameraden vlak langs hem sterven. Om zijn verhaal samen te vatten: er werd nogal ferm op ons geschoten, maar we hebben toch goed gegeten… Beide dorpsgenoten hebben de oorlog overleefd. En Theofiel is getrouwd met zijn Maria! |
Méér lezen ? De Paalse historicus Cyril Rubens beschrijft in 'Kleine dorpen in de Groote Oorlog' de lotgevallen van families en soldaten uit Zelem,Loksbergen en Halen. Boeiende lectuur ! Contacteer ons als u zich dit werk wil aanschaffen.
