Uiteindelijk trekt zijn compagnie zich terug achter de Schelde; vandaar trekt hij verder naar het Westen en op 7 oktober bereikt hij de Belgische kust. Daar begint voor hem een jarenlange loopgravenoorlog…
Woordverklaring:
in retrait gaan: zich terugtrekken trasees = tranchées, loopgraven
28 september: 's morgens zo gauw het licht wordt, begint het bombardement weer met obussen op en rond het fort en ook een grote partij over ons. Hier en daar wordener van ons onder de grond gedolven, gedood en gewond. Het zijn allen van zware kaliber. Er valt een in de abrie van 1/4: 36 gedood en 6 gewond in eene slag. Wij zitten op onze knieën van 's morgens tot 's avonds met de kop in de grond ons laatste moment af te wachten. Ook doe ik de wacht nog voor de pinnekensdraad tot rond de middag dat de stukken ijzer langs onze oren fluiten. Zelfs veel doden en gekwetsten. Ik krijg ook een groot stuk door mijn kapot maar toch kom ik er weeral door. 't Is afgrijselijk om aan te zien en te horen want alles davert, alles staat in brand rond ons. 't Is juist een hel. Eindelijk valt de avond waar we zo lang naar getracht hebben. De obussen zijn gedaan. Ze veranderen in schrapnel nu het nacht wordt.
| Voor meer historische achtergrondinformatie bij de gebeurtenissen die Jules Kenens meemaakte, lees deze bijdrage op deredactie.be | ![]() |
29 september: weer 's morgens begint bombardement door regen en wind. Ze beginnen op 7 minuten van een maar het vermeerdert tot op 87 per uur. Om 9 uur ga ik op verkenning naar de ijzerweg omdat ze benzine in onze schietgrachten schieten. Ik ga tot onder de brug onder een regen van schrapnels waarvan ik bevrijd blijf. Onder de brug zie ik allen in terugtocht komen. Ik zie er 6 op de ijzerweg klimmen. Ik wenk er op en ze schieten mij een bal in mijn zak en de bal komt terecht in mijn brood dat steekt in mijn zak. Ik zie dat het hoog tijd wordt voor mij. Ik wijk terug en verwittig de Compagnie door 3 keer in de lucht te schieten, achter een eik terwijl de kogels en schrapnels door de boom fluiten. Alles komt in retrait waar er veel in geblesseerd worden door de obussen en schrapnels en wij lopen zoo tot in Waarloos. In Waarloos vergadering. En van daar gaan wij naar Reeth waar wij vernachten in een school tot 's morgens en dan gaan wij terug op Waarloos en zo op Duffel. Maar dicht bij het dorp gekomen moeten wij ons terug trekken door weer het bombardement want ze zien ons van verre komen met zijn Calon Cachtiex (?). Zoo gaan wij terug door bossen en hagen op Waelhem hetgeen ook vruchteloos is. Dan gaan wij terug op Waarloos en zoo 's avonds langs de ijzerweg. Wij kunnen niet over het water De Neeth en 's avonds gaan wij terug naar Waelhem voor onze schietgrachten in te nemen. Wij trekken de brug over die omtrent in brokken geschoten is. Wij komen in het dorp Waelhem dat gans in brand staat. Ik zie daar liggen de lijken van soldaten, burgers, paarden, koeien en varkens. De telefoondraad ligt op de kasseien. Alles omgekomen in het vuur en onder zwaar geschut verrast. Mijn hart beeft van wreedheid. Wij kruipen op de knieën tot aan onze schietgrachten. Wij komen er juist in of de vijand zit op ons met machinegeweren. De forten beginnen gaan te werken voorgoed dat wij in het vuur zitten dat horen en zien vergaat en dat duurt zo de gehelen nacht tot 's morgens en wij hebben maar enkele gekwetsten, niet een dode. Zo blijven wij daar tot 10.45 uur en ik doe dezelfde post van 29e en dan gaan wij in Retrait onder de obussen en schrapnels onder de kogels van machinegeweren en geweeren in overvloed van de vijand die als zwermen achter ons onze trasees komen innemen. Er worden in dat Retrait veel gedood en gekwetst van ons. Dezelfde morgen help ik er nog 2 in de grond steken die getroffen werden van een obus: ene van Aarschot, genaamd Vanderveken. Dan gaan wij in retrait tot achter den Neeth en 's avonds naar Reeth. Wij vernachten daar met een brouwer op wat stro.

2 oktober: 's morgens gaan wij op Rumst maar wij moeten weer terugkeren van de schrapnels die ons tegemoet komen en trekken terug de school in. Wij trekken 's avonds naar Contich en wij vernachten in het fabriek der brikken.
3 oktober: 's morgens gaan wij terug naar Reeth en blijven de gehele dag in het open veld liggen. 's Avonds gaan wij slapen in de school.
4 oktober: 's nachts om 3 uur trekken wij naar Rumst. Wij komen daar aan om half vijf voor onze kameraden af te lossen. Wij gaan daar in een huis zitten tot 9 uur tot de Duits op ons begint te bombarderen. Er valt juist een obus voor ons in een huis aan de voorkant. Wij lopen allen dichter bij de vijand tot tegen de Neeth waar de vijand recht tegenover ons zit. Hij bombardeert de hele dag op ons dat wij water en bloed zweten. Zo blijven wij daar tot 5 's morgens.

5 oktober: dan komen ze ons aflossen. Wij gaan naar Reeth waar wij ons gaan uitrusten van vermoeidheid die wij geleden hebben binst den nacht die wij vol ellende hebben doorgebracht. Wij brengen die dag door in de brouwerij tot 's avonds om 7 uur. Toen komt het bevel van te vertrekken en wij gaan van daar op Boom en zo op Schelle waar wij de Schelde overtrekken over een brug gemaakt van schepen en zo gaan wij op Cruibeke en zo naar Burgt. Maar wij moeten onderweg blijven liggen in een zagerij goed afgemat. Wij verblijven daar tot 's morgens en dan gaan wij door tot in Burgt waar wij de dag
6 oktober: doorbrengen en 's avonds trek ik de wacht op in het dorp. Maar om 6 uur moeten wij weg en trekken zo met de nacht naar Sint-Niklaas waar wij verblijven tot 's morgens in de open lucht op de markt.
7 oktober: om half zeven nemen wij daar de trein op Gent zo naar Brugge. Vandaar op Oostnde, dan terug naar Brugge en zo naar Zengenkerke waar wij gaan vernachten bij een grote boer.
