Deze website gebruikt cookies

Deze website gebruikt zoals de meeste website cookies om uw bezoek zo aangenaam mogelijk te maken. Wij respecteren hierbij uw privacy maximaal. Indien u verder gaat naar de website staat u de plaatsing van cookies toe. Meer info over ons cookiebeleid - klik hier. -

18 augustus 2014

Paal in de Groote Oorlog (5)

De mobilisatie

Het vaderland heeft mij nodig…
Op 28 juni 1914 werd in Serajevo kroonprins Franz-Ferdinand van Oostenrijk vermoord: de perfecte aanleiding voor de grote Europese mogendheden om hun krachten te meten.  Oostenrijk, Rusland, Duitsland, Frankrijk… verklaren elkaar de oorlog. Op 28 juli vraagt het Duitse rijk de vrije doorgang door het neutrale België; België beslist om het grondgebied  te verdedigen en mobiliseert het leger.  De Groote Oorlog is begonnen!

Wie waren die soldaten?  

Jonge mannen, die een paar jaar voordien hun dienstplicht gedaan hadden, meestal boerenzonen die nog nauwelijks iets van de wereld gezien hadden. Zij hebben de plicht om hun land te verdedigen met hun bloed!

 
Jozef D. is één van die jongens: 24 jaar oud, nog niet getrouwd, woont in een klein dorpje in de regio. Bijna dag na dag beschrijft hij hoe hij de oorlog ervaart. Hij schrijft in totaal 7 dagboekjes vol!
De tekst hieronder is weergegeven zoals hij hem zelf neergeschreven heeft. 
 
Taalfouten bestonden nog niet! 
Probeer je in te leven in die jonge man die ’s avonds een oproeping krijgt en ’s morgens met de trein naar de oorlog vertrekt…  In het begin doet hij nog een beetje lacherig: “het vaderland heeft mij nodig”, maar al gauw blijkt de bittere ernst: hij ziet het eerste bloed, vergoten voor het vaderland …
 
dagboek 

Oorlog

Woensdag den 29 juli brengt men savonds om 9 uren mijnen brief om mijn Regiment te gaan vervoegen. Er zijn onaangenaamheden ontstaan met het groote Duitschland. Het Vaderland heeft mij noodig. De clas van 19110 – 1911 en 1912 worden samen het eerste binnen geroepen. Donderdag den 30 ben ik tuis met den trein van 7 uren vertrokken naar Hasselt. De droefheid mijner Ouders en familie was groot. En ik ook want ik wist maar al te wel, indien het niet voor altijd dan toch voor lang zou zijn dat wij gescheiden waren. Ik ben om 8 uren in de kaserne aangekomen, waar ik seffens mijne wapens en kleederen gekregen heb …

Maandag den 5 zijn wij ’s morgens in Vottem vertrokken. Wij zijn toen gegaan over den Maas naar Jupille. Wij waren nog niet daar of wij hoorden voor ons de geweren al kletteren. De Burgers kwamen ons tegen die van schrik hunne huizen verlieten en vluchten gingen, zij vertelden ons dat de Duitschers in groote macht af kwamen. Er werd ons gecommandeert van de geweren te laden. De gezichten der Soldaten kregen eene witte kleur er waren er misschien ook bij die schrik hadden, want zoo voor den eersten keer in het vuur dat doet maar aardig. Maar toch waren wij allen vast besloten van den Duitsch heftig weerstand te bieden en van te strijden voor het behoud van ons dierbaar vaderland, dat zoo verraderlijk door de groote macht van den Keizer Wilhelm II werd aangevallen. … Het geschut wordt hevig onze kanons komen in werking, het is een geronk en een gesuis door de lucht dat hooren en zien vergaat; de Duitsche schrapnels vliegen voor ons open en wij keken daar zonder schrik, met verwondering henen, daar wij toen nog niet wisten wat dat juist was en hoeveel slachtoffers dat het kon aanbrengen. Terwijl ik daar nog zoo staan te kijken, zien ik weer eene schrapnel open bersten en terzelfder tijd zien ik eenen soldaat vallen. Ik loop er naar toe en ik vind den ongelukkigen doodelijk getroffen… het was het eerste bloed dat ik zach vergieten voor het Vaderland.

Laatst aangepast op 7 december 2015