| Huisvesting Het merendeel van de woningen waren lemen huisjes, zonder verdieping, dikwijls ook met een strooien dak, wat het brandgevaar nog verhoogde. Enkel het woongedeelte bestond soms uit baksteen. In het dorp hadden enkele handelaars wel een stenen huis met verdieping.
Wonen in deze armzalige omstandigheden, gebrek aan hygiëne, onvoldoende voeding en het harde werk eiste zijn tol. Het sterftecijfer, vooral bij kinderen, lag naar hedendaagse normen erg hoog. In tegenstelling tot onze tijd stond het aantal “tweede huwelijken” rechtstreeks in verband met het grote aantal weduwnaars en weduwen.
De Put
Toch kwam er langzaam uitzicht op verbetering, dankzij de opkomst van de steenkoolmijnen. Voor 1900 gingen reeds een twintigtal Paalse mijnwerkers in Luik werken. Naderhand werden ze tewerkgesteld in Beringen, voor de opbouw van de mijngebouwen en de boring van de schachten.
Vanaf 1907 vonden de inwoners van Paal in grote getale werk in de koolmijn van Beringen. De landbouwerszonen trokken naar de mijn, niet omdat het werk er zo aantrekkelijk was, maar uit de drang om het beter te hebben. In 1914 bedroeg het dagloon voor de ondergrond 6,87 fr en voor de bovengrond 3,90 fr.
Het is het begin van de gemengde beroepen: mijnwerker-handelaar, mijnwerker-landbouwer en van de overgang van de landbouwgemeente Paal naar een mijnwerkersdorp.
|
Verwarming Verwarming van de huizen vormde een probleem. Meestal beschikte men over een open haard of houtkachel. Men stookte er “posten” of takkenhout uit de houtmijt. Turf werd ook nog gebruikt als brandstof. Sommige huizen hadden een Leuvense stoof, maar de steenkool was nog heel duur.
Het was er ’s winters koud in de woningen.
|
![]() |
Vervoer
Ook de wegen lagen er erbarmelijk bij. Enkel de weg Beringen-Diest was gekasseid en de weg naar Tessenderlo. De overige straten waren zandwegen, die in de winter werden herschapen in echte modderpoelen.
Op 29 juni 1907 reed de eerste tram op het traject Diest-Beringen, en dit tot 1954. Dit was het ideale vervoermiddel naar de koolmijn.
Verscheidene inwoners van Paal waren ook betrokken bij dodelijke ongevallen in de mijn, onder andere:
Kennes Pierre Henri, o Paal 30.09.1890
+ Beringen-Mijn 06.10.1916 (viel 30 meter diep)
Kenis August o Paal 13.02.1883
+ Beringen-Mijn 13.11.1912 (na ongeval bij ontploffing van springstoffen op 12.11)
|

