Deze website gebruikt cookies

Deze website gebruikt zoals de meeste website cookies om uw bezoek zo aangenaam mogelijk te maken. Wij respecteren hierbij uw privacy maximaal. Indien u verder gaat naar de website staat u de plaatsing van cookies toe. Meer info over ons cookiebeleid - klik hier. -

31 juli 2014

Paal in de Groote Oorlog - herdenkingsavond

Wij herdenken de Duitse inval in Paal op 17 augustus in café 't Haantje ! Paalse historici vertellen u de schokkende gebeurtenissen in de tweede helft van de oogstmaand van 1914. Wees erbij en draag onze slachtoffers voor altijd mee in uw herinnering ... Ook het bekende café 't Haantje was toen het mikpunt van de Duitse wraakzucht. Cafébaas Koen Heselmans voorziet u van bluswater.

 

Paal rond 1914

Lees hier ons volgende artikel over:

  • De opkomst van de steenkoolmijn en de gevolgen voor onze landbouwgemeenschap.
  • Huisvesting in Paal
  • verwarming en vervoer in het begin van de vorige eeuw
 
 
     Huisvesting 
 
Het merendeel van de woningen waren lemen huisjes, zonder verdieping, dikwijls ook met een strooien dak, wat het brandgevaar nog verhoogde.  Enkel het woongedeelte bestond soms uit baksteen.  In het dorp hadden enkele handelaars wel een stenen huis met verdieping.
Wonen in deze armzalige omstandigheden, gebrek aan hygiëne, onvoldoende voeding en het harde werk eiste zijn tol.  Het sterftecijfer, vooral bij kinderen, lag naar hedendaagse normen erg hoog.  In tegenstelling tot onze tijd stond het aantal “tweede huwelijken” rechtstreeks in verband met het grote aantal weduwnaars en weduwen.
 
     De Put

 

 
Toch kwam er langzaam uitzicht op verbetering, dankzij de opkomst van de steenkoolmijnen.  Voor 1900 gingen reeds een twintigtal Paalse mijnwerkers in Luik werken.  Naderhand werden ze tewerkgesteld in Beringen, voor de opbouw van de mijngebouwen en de boring van de schachten.  
Vanaf 1907 vonden de inwoners van Paal in grote getale werk in de koolmijn van Beringen.  De landbouwerszonen trokken naar de mijn, niet omdat het werk er zo aantrekkelijk was, maar uit de drang om het beter te  hebben.  In 1914 bedroeg het dagloon voor de ondergrond 6,87 fr en voor de bovengrond 3,90 fr.
Het is het begin van de gemengde beroepen:  mijnwerker-handelaar, mijnwerker-landbouwer en van de overgang van de landbouwgemeente Paal naar een mijnwerkersdorp.

    Verwarming

 

 
Verwarming van de huizen vormde een probleem.  Meestal beschikte men over een open haard of houtkachel.  Men stookte er “posten” of takkenhout uit de houtmijt.  Turf werd ook nog gebruikt als brandstof.  Sommige huizen hadden een Leuvense stoof, maar de steenkool was nog heel duur.
Het was er ’s winters koud in de woningen.

     

grote markt

 varkensmarkt
 
     Vervoer 

 

Ook de wegen lagen er erbarmelijk bij.  Enkel de weg Beringen-Diest was gekasseid en de weg naar Tessenderlo.  De overige straten waren zandwegen, die in de winter werden herschapen in echte modderpoelen.
Op 29 juni 1907 reed de eerste tram op het traject Diest-Beringen,  en dit tot 1954.  Dit was het ideale vervoermiddel naar de koolmijn.
Verscheidene inwoners van Paal waren ook betrokken bij dodelijke ongevallen in de mijn,  onder andere:
Kennes Pierre Henri,  o Paal 30.09.1890
+ Beringen-Mijn 06.10.1916  (viel 30 meter diep)
Kenis August              o Paal 13.02.1883
+ Beringen-Mijn 13.11.1912 (na ongeval bij ontploffing van springstoffen op 12.11)
 
Laatst aangepast op 7 december 2015