Twee wereldoorlogen
de zussen Smeuninx rond het einde van de Eerste Wereldoorlog.
Alfonsine heeft in haar leven twee wereldoorlogen meegemaakt. Zonder veel zorgen en moeilijkheden, maar dat blijft toch in het geheugen zitten.
WO1: op donderdag 13 en vrijdag 14 augustus 1914 verschenen de eerste Duitsers in Paal, vertelt ze Ze behoorden tot een verkennende patrouille van de zogenaamde “Huzaren des Doods”, een lichte ruiterij. Ze droegen een angstaanjagend doodshoofd op hun pinhelmen.
Op 17 augustus 1914 werd het lijk gevonden van één Duitse huzaar, achter de woning van Frans Claes, op de Tessenderlosestwg., aan het Mulderke. Frans Claes werd op zijn korenveld doodgeschoten, als “franctireur”. Hij was vader van 9 kinderen. Het café “ ‘t Haantje” werd ‘s anderendaags in brand gestoken door de Duitsers.
Onder de thuisgebleven inwoners van Paal zat de schrik er dadelijk in en al spoedig deden de wildste geruchten de ronde over plunderingen, verkrachtingen, moorden en branden in de omgeving, vooral in Lummen en Schaffen. Het gezin van Bazil Smeuninx en Sylvie Naelten vluchtte weg en zocht een toevlucht bij een broer aan de Broekkant, aan de Gestelse molen. Daar hebben ze een week verbleven. Ze sliepen in de schuur op een strozak. Toen het rustig werd zijn ze terug naar huis gegaan. Het café bleef gesloten tijdens WO1 en werd ook nadien niet meer geopend.
Haar echtgenoot Jozef Wouters is voor het begin van WO2, op 27 januari 1940 , plotseling gestorven in haar armen, in het station van Diest. Toen WO2 uitbrak was ze al weduwe. Haar schoonouders, Xavier Wouters en Anne Marie Lignier, verhuisden onder WO2 en ze volgde haar schoonouders op hun verhuistocht.
Ze verbleef tijdens de oorlog eerst in Lovenjoel, dan in Brussel en tenslotte in Loksbergen.
Haar schoonouders waren ook de schoonouders van Dr. Eduard Gerard, wonende in Beringen, maar afkomstig van Brussel en getrouwd met Marie Louise Wouters, zus van Jozef. Ze kan weinig over Paal vertellen onder WO2. Later, wanneer ze terug thuiskwamen, was het huis helemaal leeggeroofd.
Bij de bevrijding, in september 1944, verongelukte vader Baziel (72 jaar) onder een Britse legervrachtwagen.
Twee huwelijken
Jozef Wouters (o Beringen, 17.03.1880, + Diest 27.01.1940 xPaal 31.01.1930)
x Louis Ariën (o Paal 12.09.1896, +Paal 02.08.1957, xPaal 1947)
Alfonsine leerde een man van Beringen kennen, Jozef Wouters ( ° 17.03.1880), die 21 jaar ouder was dan zijzelf. Jozef Wouters had samen met zijn broer Eugène op de Koerselsesteenweg een sigarenfabriek (aan de rijkswachtkazerne), met als merknamen “Royal Belge” en “Generaal Gerard Leman”. Later verhuisde die naar de Beverlosesteenweg (nu Koolmijnlaan), nadien de Welvaart en nog later de Naaischool. Tijdens WO1 werd de hele fabriek leeggeroofd en werd de productie stopgezet.
Na een lange verkering besloten Jozef en Alfonsine te trouwen, een hele belevenis !
Op 31 januari 1930 geven ze mekaar het ja-woord op het gemeentehuis van Paal in het bijzijn van burgemeester Vandergraesen. Op 1 februari 1930 vindt het kerkelijk huwelijk plaats in de Finistère kerk in de Nieuwstraat in Brussel. Alfonsine vertelt:
“ ‘s Morgens vroeg gingen we naar de mis in de kerk van Paal, van pastoor Vlecken kregen we een bewijs dat we mochten trouwen. Dan begon de tocht naar Brussel. Op de Wissel dronken we bij Leonard Bomans, vader van Dictus, een kop koffie. Van daar ging het met de zwarte stoomtram naar Diest en met de stoomtrein naar Brussel. In ons hotel aangekomen bestelde Jozef een aperitief, maar toen hij wilde betalen bleek hij zijn portefeuille kwijt te zijn ! Hij telefoneert naar het station van Diest en jawel: die was daar gevonden door een werkman uit Bekkevoort !
Ons kerkelijk huwelijk werd voltrokken in de Finistère kerk in het bijzijn van 2 vreemde getuigen. Na de mis reisden we terug naar Diest om de portefeuille op te halen. Omdat het te laat was om nog terug naar Brussel te rijden besloten we om in Zelem bij de getuigen van het burgerlijk huwelijk te blijven slapen. Zo brachten we onze eerste huwelijksnacht door op de kelderkamer bij die kennissen, twee trapkes op in een heel groot bed met strozak en gecrocheerde bedsprei. ‘s Anderendaags moesten we weer naar de mis, want het was Lichtmis en dan ging het terug naar Brussel, op huwelijksreis. Dat was een hele belevenis voor die tijd !”
Ze vestigden zich op de Zwanenberg, enkele huizen verder van het ouderlijke huis van Alfonsine. Helaas was het huwelijk
maar van korte duur. Toen ze tien jaar getrouwd waren gingen ze hun huwelijksreis naar Brussel nog eens overdoen. Het was wel een echte winter, koud en kil, maar het werd een reis om nooit te vergeten. Als een gelukkig stel kwamen ze met de trein terug naar huis. In Diest aan het station stonden ze op de stoomtram te wachten. Plots riep Jozef: “ Pak me ! “. Hij zeeg neer en stierf in Alfonsines armen. Het was 27 januari 1940.
Na de oorlog kreeg Alfonsine verkering met Louis Ariën van Paa. Hij was huisschilder. Louis was geboren op 12.09.1896, vrijgezel en vier jaar ouder dan Alfonsine. In 1947 hertrouwde Alfonsine en het koppel vestigde zich aan de Tessenderlosesteenweg, waar ze een drogisterij opende.
Louis was muzikaal aangelegd. Hij had de Beiaardschool in Mechelen gevolgd en de Provinciale Orgelschool in Hasselt. Louis speelde piano, had een prachtige baritonstem en was organist in de parochiekerk en dirigent van het zangkoor in de kerk van Paal. Hij richtte het zangkoor “Willen is Kunnen” op en was ook hun dirigent. Daarenboven was hij nog lid van talrijke verenigingen. Ook hij stierf vrij jong, op 2 augustus 1957.
Alfonsine had geen kinderen en stopte met de handel en verhuurde het huis aan de KB. Ze huurde een woning op de Schaffensesteenweg van de Kantonale Bouwmaatschappij en later verhuisde ze naar het rusthuis Sint Lambertus’Buren in Zelem. Ze overleed zachtjes in het ziekenhuis van Diest op 29 december 1999.
(A. Luyten)
foto rechtsboven: Jozef en Alfonsine, foto rechtsonder: Louis Ariën