Vroeger kwam iedereen te voet of met de fiets. De grootste attractie - en ook stalling voor de fietsen - was de danstent van Suske van Bael op de weide achter het café van René Bodard (op de hoek van de Diesterse- en de Schaffensestwg.). Daar hebben veel koppels mekaar leren kennen. Maar ook in haast ieder café in het dorp speelde een ‘zjas’ voor muzikale ondersteuning van het dansplezier. En er waren héél wat cafés op de Buiting: bij Julleke, aan het oud voetbalterrein, bij Vervoort (de Vrachtkar) speelden de Marengo’s, Verder had je Degreef, Moenske, Gusteke Kenens, het duivenlokaal bij Toon Ceunen, de Pelikaan, bij de oude secretaris (nu Oud Kafeeke) en nieuwe secretaris (waar Jerom Carremans). Bij Twan van Sevens (Antoon Vaes) speelde orkest de Heks, je had Jef Vents, Vaeske, bij Bèr Baptist, bij de Rosse, bij Haive (Houben) ...
Bij Bodard stond een orgel van Decap (Herentals), dochter Fanny was gehuwd met François Decap, een kleinzoon van Aloïs Decap, ontwerper van het zelfspelende orgel.
Fanny Bodard en François Decap, van de wereldberoemde Decap orgels, 60 jaar getrouwd in 2017)
De muziek begon in ieder café om 19 u te spelen, de laatste dans was om 24 u en om 1 u was het sluitingstijd. Controle op het sluitingsuur gebeurde door veldwachters Louis Aerts en Louis Reynders. Grote bubbels en families trokken vanaf de foor door het dorp, via de cafés naar de danstent aan Bodard. De danslustigen bezetten de hele rijweg en auto’s moesten zich maar een weg banen door de mensenzee.
Later, rond 1950, is er nog een grote attractie bijgekomen, enig in België: cinema De Pelikaan, in het midden van het dorp. Lowieke Helsen, cinema-uitbater, was op het idee gekomen om met de kermis in zijn zaal een alles-in-één formule aan te bieden: cinema, orkest en dans te samen en dat alles in het halfdonker. Voorwaar een uniek concept !
Maar de grootste aandachtstrekker van de kermis was toch de spiegeltent die opgesteld stond op de weide achter Bodard, aan de Schaffensesteenweg. De danstent werd uitgebaat door Suske Vanbael en was eigendom van André Willems, van Meerhout. Twee dagen voor de kermis kwam Suske met zijn hele caravaan naar Paal: een vrachtwagen met twee aanhangwagens met daarin het orgel, de tent en de hele inboedel van de tent, een uitzonderlijk vervoer uitgestrekt over een lengte van wel 30 meter. Dat zou tegenwoordig niet meer kunnen.
De opbouw duurde 2 dagen. De spiegeltent was erg decoratief, met veel versieringen, spiegels en glazen ramen. In het midden van de tent lag een grote ronde eiken dansvloer, met daarboven een hele grote kroonluchter. De dansvloer was spiegelglad, er werd geparfumeerd ‘zagemeel’ over gestrooid, om het glijden bij het dansen te bevorderen. Rond de dansvloer werden 18 boxen opgebouwd, die van elkaar gescheiden werden door spiegels en gedraaide koperen baren. De zitbanken in elk drink- of vrijershoekje lagen 20 à 25 cm hoger als de dansvloer. Er was plaats voor 8 personen om te zitten, meestal de meisjes, rond een tafeltje.
In de hoek van de danstent, aan de ingang, stond een grote toog met tapkast. Daar stonden de jongens pinten te drinken en te spieden naar een danspartner. Het plafond bestond uit een kleurrijk tentzeil. Aan de overzijde van de inkom stond het pronkstuk van de tent: het orgel van de firma Decap uit Herentals. De voorzijde was prachtig gedecoreerd met schilderwerk en muziekinstrumenten: een saxofoon, drum, accordeon, trompet … Een meesterstuk van vakmanschap. Deze metershoge, uit zichzelf spelende muziekmachine produceerde een wonderbaarlijk geluid. Klank en sfeer waren uniek, het was pure magie.
Het orgel werd in werking gesteld door middel van een elektrische motor. Muziekboeken, kartonnen bladen waarin gaten waren aangebracht, zorgden voor het aandrijven van de verschillende instrumenten, vergelijkbaar met de eerste computers. Er was een boekenmeester die telkens de muziekboeken van een bepaald ritme in het orgel stak en voor de werking zorgde. De dansen werden per drie gespeeld: polka’s, mazurka’s, foxtrot en charleston, mars en wals. Als de motor het begaf, moest het orgel met de hand bediend worden, door een krukstang. In latere jaren werd het orgel vervangen door een live orkest.
Vroeger werd er voor elke dans dansgeld gevraagd als vergoeding. Dat systeem werd later vervangen door een kassa aan de ingang, je betaalde 20fr en je kreeg een stempel, zodat je binnen en buiten kon.
Helaas. Met de jaren trok het volk meer en meer naar de balzalen en later de dancings. De charme en de warmte van het spiegelpaleis ging volledig verloren.
De danstent van Suske Van Bael is verkocht en bevindt zich op dit ogenblik als trekpleister op een marktplein in Schotland. De grootste spiegeltent, die van Meylemans, staat in Westerlo opgesteld als museum.
A. Luyten
