Zo kunnen we op een toegankelijke manier kennis maken met het putjargon, het speciale taaltje van de mijnwerkers. De meesten onder ons hoorden die exotisch klinkende woorden al wel eerder, maar konden er zich niet altijd iets bij voorstellen.
Het Belgisch-Limburgse mijntaaltje werd vooral gevormd door de input van de franstalige ingenieurs uit de Luikse mijnwereld, het mijnjargon in Nederlands-Limburg vooral door de Duitse termen uit het Ruhrgebied.
We lieten ons voor de specifieke puttermen bijstaan door oud-mijnwerkers Dominique Aerts (en co) en onze eigen André Caubergs, maar dat wil niet zeggen dat onze tekst (Nederlands én Buitings) niet voor verbetering vatbaar is. Mochten er oud-mijnwerkers zijn die hier en daar wat aanpassingen nodig vinden, stuur jullie opmerkingen naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., dan zorgen we tegen het volgende feest voor een definitieve versie. Hou er rekening mee dat we enkel met het Beringse putjargon gewerkt hebben, des te oostelijker de mijn, des te groter de afwijkingen kunnen zijn, elke mijn had zijn eigen putwoorden.
Verder heeft onze huisband Alto Frejo voor de begeleidende muziek gezorgd: een Buitingse versie van een oude Ierse folksong, "ich zèn ne koolputter gewiest".
Tot slot, voor wie belangstelling heeft voor de speciale woordenschat van de Sjarbenaasj va Berringe: onze Dikke van Pale heeft een filter om die putwoorden uit zijn database halen. Check het hier: putwoorden
In the picture: Amandus Vandervoort (1909-1983) uit Deurne
