Deze website gebruikt cookies

Deze website gebruikt zoals de meeste website cookies om uw bezoek zo aangenaam mogelijk te maken. Wij respecteren hierbij uw privacy maximaal. Indien u verder gaat naar de website staat u de plaatsing van cookies toe. Meer info over ons cookiebeleid - klik hier. -

31 oktober 2021

Lesse Böetings (les 8): Allerzielige

In de vorige les zagen we dat onze ezel zich in een zielig parket heeft gewurmd: zijn grote liefde keert hem de rug toe. Overwelmd door liefdesverdriet ligt hij met een gebroken hart en versleten knieën voor het station van Schoonaarde, Schaffen. Dat had Pietermenneke niet verwacht: zijn lastdier wordt een lastpost ! Maar daar bestaan creatieve oplossingen voor ...

woordenschat:

Kèèr (zn,v):      Kar , het initiatief nemen:  "de kèèr trekke"   -  De oudste moet het voortouw nemen:  " Den oadste mot de kèèr trekke."    ; mee op de kar springen, opportunistisch iemands partij kiezen (kaartspel) :  " Ich war mee oppe kèèr gesprónge" ;    ze zijn tegen mijn kar gereden (iemand schofferen, iemand iets in de weg leggen:  "Ze hemme tegen m'n kèèr gereen."      Hij stond met verstomming, hij stond paf. "Tóun véil 'm vanne kèèr af."   

Vent (zn,m): flinke man, ook: gecastreerde ezel (Vlaanderen, in Nederland: 'oen')

Boezjére (werkw):    Bewegen

Pèèp (zn,v):       Pijp (vkw. pepke)  -  Het opgeven:  "De pèèp an Mette gève".

Strank (zn,m):      Ruggengraat

Kes (zn,v):      Kaars  ( vk. "keske" :  kaarsje )

Kring (zn,v):      Dikke koord (zeel) met een oog eraan,  om de koe vast te leggen

Garie'el (zn,o):    Koord,  riem om paard te sturen, paardentuig

Lees 719 keer Laatst aangepast op 1 november 2021
Log in om reacties te plaatsen