Spelling
Vorige les hadden we het al over de uitspraak van de 'oa' klank in het Buitings: ergens tussen de o en de a in, meestal in woorden waar we in 't Nederlands de 'aa' klank gebruiken. 'Mijn vader zaliger leefde nochtans als een pater' wordt dan: "ózze poa zoaliger lèèfde pertang gelak ne poater". In deze les vragen we speciaal ook aandacht voor de spelling van de 'oe': we maken een onderscheid tussen een korte en een lange oe. Deze laatste schrijven we als 'oe-'. Dat onderscheid is soms wel nodig, bv. in 'wij kopen ons hooi in Hoei' wordt in het Buitings: 'wè koe'epe ós hoe-i in Hoei' en 'naar een dode moet je geen steen meer gooien' is dan " nó nen doe-ie mód'r giene stie'en ne mie'e goei'e ".
Woordenschat:
bediemme
1. Zo dadelijk 2. Daarnet (tóun bediemme ) - Ik kom dadelijk: " Bediemme koom ich"
; Ik heb ze daarnet nog gezien: " Ich hem ze tóun bediemme nog gezéin"
; Tracht overeen te komen anders gaan jullie dadelijk nog op de vuist: "Ge mot probere te akkedére aners zedder bediemme nog ant vechte"
Tot zo: "To bediemme!"
te langelèste Uiteindelijk, als puntje bij paaltje komt - Uiteindelijk zijn ze uit noodzaak dan toch maar getrouwd: " Te langelèste zèn ze dan va miserie toch mèr getrawd".
hoe-itast
Stapelplaats voor hooi
stroe-imèèt
Opgestapelde schoven stro, stromijt