Maurice wordt in 1928 in Paal geboren als zoon van Jef Briers en Theresia Vandeweyer. Het gezin bouwde dorsmachines. Daarnaast was er de verkoop van kachels. “Ik werkte thuis mee aan die dorsmachines maar daar kwam een einde aan met de opkomst van de pikdorsers”, legt Maurice uit, “ik ging zelfstandig verder met de verkoop en plaatsing van kachels. Dat was voordien eerder een bijzaak. Mijn zaak evolueerde mee met de tijd en ik begon ook huishoudtoestellen te verkopen.”
In 1960 trouwde Maurice met Angèle Holsbeek uit Hoeleden. Aan hun eerste ontmoeting is een leuke verhaaltje verbonden. “In de jaren vijftig trok ik vaak met Charel Damen en Henri Dirix naar de motorcross”, vertelt Maurice met een jonge twinkeling in zijn ogen, “op de cross in Hoeleden had ik een meisje in een rood kleed opgemerkt. Na de cross vernam ik dat het die dag ook nog Vlaamse kermis was in het dorp. Na de thuiskomst met mijn vrienden ben ik ’s avonds speciaal teruggereden naar Hoeleden. Het vervolg is bekend. Nog 2 jaar en dan zijn we 60 jaar getrouwd.” Het gezin kreeg met Jos, Marc en Linda drie kinderen. De zonen hebben de technische vaardigheden van hun vader geërfd want Jos specialiseerde zich in naaimachines terwijl Marc muziekinstrumenten hersteld. Dochter Linda is van opleiding onderwijzeres. Echtgenote Angèle behaalde een diploma als huishoudregentes maar schakelde na enige tijd over op het geven van godsdienstlessen.
Een leven vol muziek
In 1945, meteen na de oorlog, maakt Maurice Briers kennis met de muziek. “Ik had 3 nonkels die bij de harmonie speelden”, aldus Maurice, “ik ging eens luisteren tijdens de repetitie die toen doorging in café Baptist, nu De Stam. Ik heb toen eens een bugel vastgepakt om te proberen. Dat viel goed mee en ik was vertrokken. Later ben ik overgeschakeld op trompet. Daarvoor heb ik zelfs een regeringsmedaille ontvangen. In februari 1955 ben ik dirigent geworden. Tijdens mijn dirigeerperiode, die zou eindigen in juli 1989, ging het niveau van de harmonie omhoog mede door het feit dat jonge muzikanten een betere kennis van notenleer hadden. Het is een schone tijd geweest maar helaas gaat alles voorbij. Mooie momenten zijn er genoeg maar de echte hoogtepunten uit die periode waren toch de taptoes in Paal, een optreden op Expo 58 en vooral het stapconcert op de Heizel in 1967 tijdens de interland van de Rode Duivels tegen Polen.”
Maurice Briers is ook nog 18 jaar dirigent geweest bij de fanfare van Hoeleden. “Die heb ik van bijna nul naar uitmuntendheid gebracht”, zegt hij terecht fier. Tijdens ons gesprek werd er gebladerd in de twee prachtige albums die Maurice heeft samengesteld. Van alle voorzitters en dirigenten zien we foto’s en rouwprentjes en een beknopt verhaal. Er is een overzicht van de lokalen waar de repetities plaatsvonden, natuurlijk een beschrijving met foto’s van de talrijke hoogtepunten en wat anekdotes. Een leven vol muziek, zoals dat van Maurice Briers, kan niet beter geïllustreerd worden.
(tekst & foto’s Martin Vanierschot)