José werd in Koersel geboren in het gezin van Pol Vaes en Delphine Geypens. Er waren 10 kinderen waarvan 6 meisjes. José was de 4de in de rij. Haar ouders baatten eerst enkel een winkel uit maar mede door het grote aantal dochters werd naast de winkel ook café ‘De Zoeten Inval’ geopend. Hier stond José voor het eerst achter de tapkraan. De liefde bracht haar in 1958 naar Paal. Ze had immers motorcrosser Fernand Biscop leren kennen. Die maakte in die jaren furore samen met zijn broers Pol en Jean. Het Paalse motorcrosstrio was in die dagen razend populair. Het pas getrouwde koppel opende in Paal een café waar nu de kebabzaak Cesme gevestigd is. Het droeg de toepasselijke naam ‘Bij de Gebroeders Biscop’. Het was een echt sportcafé waar motorcrossfans uit vele hoeken van het land langskwamen. Legendarisch waren de duels die Fernand uitvocht met die andere Limburgse crosskanjers Jef Theuwissen en Giel Van Ham. Het toppunt van die strijd vond plaats in 1959 in Neeroeteren, de thuisbasis van Jef Theeuwissen , waar Fernand Biscop de Limburgse titel pakte. Dat werd hem niet in dank afgenomen door de thuisaanhang van Theeuwissen. “Ik was toen in verwachting van mijn eerste dochter Marijke”, vertelt José, “ er is toen veel heisa geweest. Ik heb het allemaal van op de eerste rij meegemaakt. In 1960 is dan ons Rita geboren. Het waren drukke tijden want in die tijd werden er bussen ingelegd naar de vele crossen die er toen nog waren. In eigen dorp was de cross op de Klitsberg natuurlijk het hoogtepunt van het jaar.”
José Vaes heeft echter altijd positief in het leven gestaan en het contact met de klanten heeft er zeer zeker bij geholpen om ook in de moeilijke momenten van haar leven overeind te blijven. Dat contact zal ze nu wel wat missen al was het café de laatste jaren enkel nog op zondag open. De steun van haar familie was en is ook zeer belangrijk. Haar lijfspreuken vertellen veel over haar inborst. ‘Al draagt de klant een klak of hoed, het geld van iedereen is evengoed’ is er zo eentje. ‘Horen, zien en zwijgen is ’s zomers en ’s winters goed’ geeft ook duidelijk aan op welke manier José haar café uitbaatte. De pinten werden er gespoeld in het helderste water want fonkelende blinkende glazen waren één van haar stokpaardjes. Dat is nu allemaal verleden tijd. José Vaes blijft achter het café wonen. Op haar verzoek zal het interieur van het gesloten café onaangeroerd blijven. Vanaf nu rest alleen nog het ophalen van herinneringen. Dat zijn er onnoemelijk veel. Samen met haar familie zal ze daar nog wel even mee bezig zijn.