Henk Dsinter ° 1965
Henk is en voelt zich een op en top Palenaar, alhoewel hij als kind dikwijls “den Hollander” werd genoemd.
Zijn grootmoeder was een geboren en getogen Palenaar en heette Bertilia Convents.
Als jong meisje ging zij “dienen” in Antwerpen, zoals gebruikelijk begin van de vorige eeuw.
Daar leerde zij de grootvader kennen van Henk, een vluchteling uit Letland. Samen weken zij uit naar het Nederlandse Rotterdam.
De vader van Henk werd daar geboren in 1917. Hij was er kleermaker. Vader Dsinter werd tijdens WO2 gedeporteerd naar Duitsland, verbleef er even in een concentratiekamp en leerde daar de moeder van Henk kennen, een meisje uit Antwerpen die ook gedeporteerd was.
Na de oorlog in 1945 trok het jonge gezin terug naar Rotterdam maar reeds in 1955 vestigde vader Dsinter zich met zijn talrijk gezin in Paal.
In 1957 bouwde hij er een nieuw huis in de Papenhof op de grens van Paal en Tervant.
Henk werd dus in Paal geboren, als jongste van 8 kinderen en is dus een geboren en getogen Palenaar, met roots in Paal maar ook ver daarbuiten.
Hij huwde met een meisje van Tessenderlo en woont nu al ruim 25 jaar in de Klitsbergstraat.
Van 1984 tot 1990 werkte hij als kolenhouwer in de mijn van Beringen in de nachtpost. Na de mijnsluiting ging hij werken bij Borealis als operator.
Henk woont graag in Paal: het is een dorp dat leeft, er is veel te doen en er zijn heel wat voorzieningen. Vooral de cafés in het centrum zijn gezellig en de sportvoorzieningen van de tennis en van Karteria vormen zijn ontspanningsterrein.
Het sociaal leven is in Paal nog intens in vergelijking met veel andere dorpen, vooral in de Vlaanders.
Henk heeft ook een paard, waarmee zijn vrouw vroeger dressuurwedstrijden reed.
Tegenwoordig legt hij zich toe op het showen van honden. Hij is de fiere eigenaar van 2 pumi’s (Hongaarse herdershondjes) waarvan er eentje zelfs Europees kampioen is op vlak schoonheid, lichaamsbouw en raszuiverheid. Daarnaast heeft hij ook nog een raszuivere Afghaanse windhond.
Het zwak punt van het dorp Paal is het centrum. Hoe dat aangelegd werd is ronduit triestig.
We hebben weliswaar nog de Klitsberg als groene long maar in de dorpskom zelf is te weinig groen, zijn geen rustpunten en –banken. Al wat historische waarde heeft zou meer moeten gekoesterd en bewaard worden. Nu verdwijnt al het groen en ook de oude dorpsgezichten om plaats te maken voor appartementen.
Ik weet het, dit komt over als nostalgie maar de dorpskom en de Heldenlaan had men toch veel gezelliger kunnen maken.
Ik hoop dat dit spoedig verandert.
Maar weet dat ik me nog een echte Palenaar voel die fier is op zijn dorp en die verknocht is aan de Klitsberg waar ik mijn dagelijkse wandelingen met de honden maak. Ik zou niet weten waarom ik van hier nog zou moeten verhuizen.