Ze doorzoeken het ganse huis, maar ze vinden geen partizanen. Daarom worden Rosalie Thijsmans, samen met haar man Jan Laenen en haar dochters Maria, Antonie en Anna (16 jaar) aangehouden en naar de gevangenis van Hasselt gebracht. En passant nemen ze ook de radio mee en een hoeveelheid drank. Vijf weken lang worden ze gefolterd om inlichtingen te krijgen over de verblijfplaats van Convens. Immers, op diens hoofd stond een beloning van 3 miljoen frank!
Op 22 augustus wordt de jongste, Anna, vrijgelaten. Moeder Rosalie en de dochters Maria en Antonie worden overgebracht naar Duitse kampen: Ravensbrück, Belzig... ze moeten er dwangarbeid verrichten in munitiefabrieken. Moeder Rosalie overleeft het niet: ze stuikt van ondervoeding in mekaar tijdens een appèl en ze sterft op 2 oktober 1944. Maria en Antonie maken in april 1945 nog de ‘dodenmars’ mee, wanneer de kampbewoners met hun bewakers vluchten voor de oprukkende Russische legers. Na een voettocht van bijna 100 km. komen ze terecht in het kamp van Altengrabow: zelfs de Duitse kampbewakers zijn geschandaliseerd door het zicht van de haveloze en uitgemergelde vrouwen. Daar worden ze op 3 mei 1945 bevrijd door Amerikaanse soldaten. Antonie weegt nog 32 kg. en ze wordt ziek na haar eerste maaltijd: ze kan zelfs geen voedsel meer verdragen. Na een tiental dagen kunnen de twee zussen toch terug naar huis vertrekken.
Vader Jan Laenen komt eerst terecht in het gruwelkamp van Breendonk. Daar wordt hij zo goed als blind geslagen omdat hij niet wil ‘bekennen’ dat hij de partizanen geholpen heeft. Van daar wordt hij getransporteerd naar het concentratiekamp van Blankenburg. Hij sterft er op 7 maart 1945, doodgeslagen door bewakers omdat hij in de keuken eten wilde stelen...
Rosalie en Jan gaven hun leven omdat ze niet wilden plooien voor de Duitse bezetter.

Bekijk hieronder de getuigenis van Antonie over de dood van haar vader en moeder: