Deze website gebruikt cookies

Deze website gebruikt zoals de meeste website cookies om uw bezoek zo aangenaam mogelijk te maken. Wij respecteren hierbij uw privacy maximaal. Indien u verder gaat naar de website staat u de plaatsing van cookies toe. Meer info over ons cookiebeleid - klik hier. -

8 april 2020

Stans (Maria) Diepvens tijdens de tweede wereldoorlog

Stans is geboren in 1932 als  de jongste dochter van Francis Diepvens en Louisa Gielen. Het gezin telde 4 zonen en 2 dochters en woonde in een lemen boerderij in de Brelaarstraat, in de nabijheid van de 'gèren' van de Sint-Jorisgilde .  Vader was ook gekend als Sus Klonk omdat hij naast het beroep van landbouwer ook nog houten klompen maakte en wissen manden vlocht.

Stans vertelt : “Tijdens de mobilisatie kampeerden er

talrijke Belgische soldaten in de weides rond de gilde en waar nu het crossterrein van Marniq Bervoets is. Ook in ons bakhuis verbleven soldaten en  er sliepen er ook in de woonkamer  op de vloer. Daar heb ik  zelfs over de voeten van de soldaten gelopen. Tijdens de mobilisatie kwamen de jongelui uit de buurt bij ons spelen en er werd al eens wat kattenkwaad uitgehaald, zoals het afsnijden van de lederen riempjes aan de huiven van de vrachtwagens van het Belgisch leger. Onze pa is toen opgepakt geworden en naar het legercommando in het dorp gebracht. Hij is wel dezelfde dag terug naar huis mogen komen. FamDiepvensHuis

Bij het uitbreken van de oorlog wilde onze pa eerst niet vluchten omdat hij vreesde dat de Duitsers, zoals in de eerste wereldoorlog, wreedheden zouden begaan en huizen zouden afstoken. Mijn oudste broer Felix, die in Geenhout vrijde had echter gezien dat vele families reeds vertrokken waren, kon onze pa overtuigen om toch te vluchten .Ons moeder bakte die dag nog een volle oven brood en sneed een zij spek af en dat namen we mee tijdens onze voettocht tot in Linkhout. Ik moest een klein valiesje maken met kleren en de wekker. We verbleven in een hoeve waar ook de familie Kenis uit Tervant naar toe gevlucht was .  De familie Kenis had echter geen eten bij en de eerste morgen van de vlucht heeft ons moe spek gebakken voor beide families en ook het brood werd gedeeld. Nadien zijn we terug naar het 't Roth gegaan en hebben we in een zelf gegraven abri geschuild. Mijn oudste broers gingen elke dag terug naar huis om de koeien en  andere dieren te verzorgen. Na enkele dagen zijn we allen terug naar huis gegaan.

Mijn broer Fons en ikzelf  zaten samen met de hond  eens langs de kant van de weg en toen kwam er een Duitse soldaat op ons af met het geweer in aanslag. Zij waren op zoek naar jonge mannen. Onze Fons is zich direct daarna onze Felix in de bakoven gaan verstoppen. Een Duitser wilde ons ook eens karamellen geven, maar die hebben we geweigerd omdat we het niet vertrouwden.

Tijdens de oorlog ben ik in Paal naar school blijven gaan. Wij hebben geen honger geleden omdat we van de opbrengst van de hoeve konden leven. Elke 3 maand kwam Narke Clerckx  langs om  een varken te  slachten. Met het graan reden we met de kruiwagen tot aan de molen van Huygens om te laten malen. Eén jaar hebben we pech gehad toen er een bus met een vies product uit een vliegtuig gevallen was en op onze gewassen was terecht gekomen. Toen hebben we rantsoenbonnen moeten aanvragen. Ik ben ook dikwijls richting Winterbeek door de weides gegaan om kikkers te slaan voor de kikkerbilletjes die wij bakten en opaten. Op het einde van de oorlog hadden we achteraan het huis een abri waar we in schuilden tijdens  bombardementen. Van de bevrijding heb ik niet veel gezien .”

Alex

FamDiepvens1

Laatst aangepast op 8 april 2020