Peter: Theunis Alfons Meter: M. Elen Pastoor Keesen
A.H. Vanden Geyn en Al Van Aerschodt me funderunt Lovani Anno 1828.
Rond 1866 werd de klok in de toren gehangen van de nieuwe kerk. In augustus 1943 kreeg de firma Van Campenhout dan de opdracht de klok uit de toren te halen. Vooraf was het eerste galmgat met hamer en beitel aan de onderkant uitgekapt. De grote klok ging immers niet door het galmgat, zodat we veronderstellen dat de klok in de toren was gehangen voordat de toren volledig was opgebouwd.
Een speciaal kabelsysteem werd vanuit de toren tot op de grond gespannen. De klok werd losgemaakt, aan dit systeem bevestigd en zonder veel moeilijkheden op de grond naast de kerk neergezet.
Het was ijzig stil tijdens deze merkwaardige gebeurtenis. Een honderdtal inwoners van Paal volgden zwijgzaam de werkzaamheden vanuit de P. Carremansstraat. Enkel het knerpend geluid van de
tandwielen en het krassend zingen van de zware gespannen kabels was hoorbaar op het kerkplein.
Kapelaan Piccard was ook aanwezig en sprak: “Mensen kijk goed en onthoud bij deze speciale gebeurtenis, dat ze geen geluk zal brengen ! ”
Enkele dagen later werd de klok met een speciale vrachtwagen naar Duitsland vervoerd en keerde nooit meer weer. De kleine Angelusklok van 0,48 m hoog met de tekst “Andreas Vanden Geyn me fundet” (klokkengieter uit Leuven) bleef onaangeroerd.
In 1954 werd een nieuwe klok aangekocht, de “Vredesklok” genaamd met de volgende tekst:
Mijn naam is Vredesklok Geschenk van alle parochianen
Peter: Frans Baers Meter: Josephina Coenen
Burgemeester: Frederik Vandergraesen
S. Bauwens-Goosens (waarschijnlijk de klokkengieter)
Het klokje van Tervant bleef gespaard van de Duitse roofoverval op onze kerken. In Beringen werd de kleine klok op 21 augustus 1943 uit de toren gehaald, maar hier ondervonden de werklieden heel
wat tegenkantingen. Op 12 augustus begon een groepje jongeren de klokken te luiden, zodat de werkploeg niet kon beginnen. Op 13 augustus werd het materiaal uit mekaar gehaald en in de regenput van het college gegooid. ’s Anderendaags werd het materiaal opgevist en weer in mekaar gestoken, zodat de klok uiteindelijk op de 21 ste uit de toren kon gehaald worden en naar Duitsland vervoerd. In Koersel werd de kleine klok op 24 augustus uit de toren gehaald en zou niet meer terugkeren. De grote klok werd op 28 juni 1944 weggehaald, maar die zou behouden teruggevonden worden en terugkeren op 24 oktober 1945.
A.Luyten 

In augustus 1943 begonnen de Duitsers de kerkklokken op te eisen om er oorlogstuigen van te maken. Aanvankelijk mocht elke kerk in principe één klok behouden. Vanuit de provincie Limburg werden er ongeveer 250 klokken naar Duitsland overgebracht. Slechts een klein aantal daarvan zou na de oorlog teruggevonden worden.