Ze woonden aan de Dalenberg, langs het 'petteke' aan Dikke (Benedictus) Verboven. Zoon Alfons woont er nu nog altijd.
Amelie was hoogzwanger, op 10 mei ‘s avonds werd Michel geboren. De vroedvrouw van dienst, Nelly Volders, echtgenote van koster Schollen, was speciaal thuis gebleven om bij de geboorte te helpen. ’s Anderendaags 11 mei vluchtte gans het gezin met Maurice, Julia, Vinus, Margriet, Alfons, en de kleine Michel. Zijn koets was een harde kruiwagen die hij moest delen met Vinus (1 jaar). Over de Venusberg en Meldert trok het gezin naar Zelem. Daar sliepen ze in een fietsenwinkel aan de statie. De weg en de weides tussen Zelem en Halen stonden op dat ogenblik helemaal onder water, zodat ze niet anders konden dan terug naar huis te gaan (de Belgische soldaten hadden de bruggen over de Zwarte Beek en de Demer opgeblazen). Op de terugweg naar Paal lagen overal geweren en helmen in de gracht. Thuis gekomen merkten ze dat er een obus in het bos gevallen was; die had een kuil geslagen in de grond en verschillende bomen omgerukt.
Toen ze thuis aankwamen, liep er een varken rond het huis maar ze konden het niet vangen. Voorzichtigheidshalve hebben ze nog enkele dagen bij tante Cil aan de Gele Plas in Geenhout verbleven. In die tijd gingen ze vissen in de Zwarte Beek, er zat toen nog veel vis in, om aan eten te komen
Na een vijftal dagen zijn ze opnieuw in hun huis gaan wonen. Er was niets abnormaals in gebeurd.
Maurice herinnert zich nog dat op hun terugweg, in Geenhout, een bak bier langs de weg stond; die werd op de kruiwagen gezet en onderweg leeg gedronken.
Opmerkelijk was dat hun hond de hele reis was gevolgd.
10 mei 1940…