Ze werd geboren te Paal in het gehucht Tervant op 27 september 1872 en overleed in Korspel op 8 augustus 1937. Als uitbaatster van Café Colette verkocht ze lekkere rijstpap die zeer gegeerd was in de streek en haar de bijnaam Coletteke Rijstpap bezorgde.
Haar ouders waren landbouwers en rasechte Palenaren. Vader Joseph Reynders werd te Paal geboren op 14 januari 1849 en overleed te Korspel op 13 december 1937. In 1871 huwde hij met Angelina Helsen, eveneens geboren te Paal op 22 juli 1846, zij overleed in Beverlo op 28 november 1927.
Het gezin telde 8 kinderen, 3 meisjes en 5 jongens.

Gouden bruiloft van de ouders van Coletteke

Stamboom
Rond de eeuwwisseling verhuisde de familie naar Korspel. In 1925 liet de heer Moeyersoon een boerderij bouwen op de Dumondsheide en verhuurde deze aan de familie Reynders.
Dit was toen nog geen militair domein en is gelegen op het grondgebied van Korspel – Beverlo.
Het gebouw werd opgetrokken met Beerse steen (in Rijnvorm). Het dak werd bedekt met Pottelbergse pannen van Kortrijk. In de voorste kamer werd een herberg ingericht.
De nieuwe woning met een stal en een schuur zal al snel de naam “FERME COLETTE” krijgen omdat in die tijd de voertaal in het leger nog Frans was.

Men kon er een smakelijke pint bier drinken, genieten van de natuurlijke omgeving, maar vooral proeven van de lekkere rijstpap. Coletteke had een heel eigentijds recept en daardoor was ze uren in de omtrek bekend voor de “beste en speciale” rijstpap.
De soldaten die in Leopoldsburg gekazerneerd waren gingen, meestal op zondag, naar Coletteke om te genieten van de smakelijke rijstpap of een fris pintje.

Na het grote bombardement door de Engelse luchtmacht van 28 mei 1944 op Leopoldsburg eisten de Duitse bezetters Ferme Colette op en richtten het in als noodhospitaal.
De bewoners moesten elders onderdak zoeken. Hun vertrek was definitief.
Voor WO II was Leopoldsburg een druk bezette militaire kazerne met schietplein, oefenterrein en grote bivakplaatsen. Er konden 40.000 manschappen gelegerd worden. In die periode waren er meer cafés en herbergen in Leopoldsburg dan dagen in het jaar, en die werden allemaal druk bezocht.
Café Colette was één van die druk bezochte herbergen. Vanuit de soldatenblokken aan de Hechtelsesteenweg (de Carrés) kon men via een zandweg van 2 Km naar Coletteke gaan. Eerst moest men nog voorbij de cafés “Het Fortje”, “La Redoute” en “Den IJzer”, maar Coletteke had de beste rijstpap en de mooiste omgeving en dus het meeste succes.
De mannen van het cavaleriekamp aan de spoorweg, het paardenvolk, konden via de “Korteketenbrug” over de grote beek naar Coletteke gaan. De naam van die brug was voor de Franstaligen niet uitspreekbaar en zij hebben haar de naam “Contrequette” gegeven, een plaatsnaam die bewaard is gebleven.

Coletteke op bezoek bij baar buren van het “Café de L’YSER” (Den IJzer)
Een mooi meisje

Het jonge Coletje was een heel mooi en knap meisje. De tijd bracht daar verandering in en maakte van haar een voorname en kordate cafébazin. Bijgaande foto’s liegen er niet om.
Coletteke is nooit getrouwd geweest. Of ze ooit echt verliefd geweest is op een soldaat hebben we niet kunnen achterhalen. Omgekeerd wel! Ze had vele aanbidders waarvan er één zeker de voorkeur genoot. Uit die korte relatie is een kind geboren dat de naam Maria Reynders kreeg.
Maria werd geboren te Beverlo op 28 februari 1897 en overleed te Korspel op 6 februari 1943.
Ze huwde met René Dubois, militair en architect van de militaire gebouwen. Tijdens WO II overleed hij in krijgsgevangenschap in Mauthausen (Duitsland).
Maria en René kregen 3 dochters en twee zonen.
Coletteke werd bijgestaan door haar zus Hortence en haar jongste broer Theodor, zijn vrouw Charlotte en kinderen die allen op Ferme Colette woonden. Ook zonder gasten was het hier erg druk.
Theodor was boswachter van de heer Moeyersoon, eigenaar van het domein. (later Minister van Landsverdediging)
Colette Reynders is 65 jaar geworden, ze overleed vier maanden voor haar vader. Ze verdiende goed haar boterham met de soldaten, 2 Km buiten de kazerne.

Op deze huwelijksfoto zien we rechts van Coletteke, haar schoonzoon René Dubois en haar dochter Maria. Uiterst rechts boven zien we Theodor Reynders, broer van Colettelke en zijn vrouw Maria Ducé. Hortence Reynders, een zus van Coletteke zit met haar man in het midden.
De zittende vrouw links is waarschijnlijk Angele Reynders, de oudste dochter van Carolus Reynders, een broer van Coletteke.

Maria Reynders, dochter van Coletteke serveert champagne voor een speciale gelegenheid.
Na WO II werd Stalkerheide, de Dumondsheide alsook Ferme Colette door het ministerie van landsverdediging aangekocht en kwam het gebouw in het militair domein van Leopoldsburg te liggen (op het grondgebied van Beverlo). Het gebouw was toen een militaire ambtswoning. De bewoners kregen een bewakingsopdracht om onregelmatigheden te melden aan de militaire autoriteiten.
De laatste bewoner was Frans Ponet.
Het gebouw en de omgeving worden nu gebruikt om oefeningen in te doen.
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Rond het gebouw is een beschermingsmuur gebouwd met aan de in- en uitgang zwaar beschermde bewakingsposten voor het oefenen van opdrachten in het buitenland.
Naar vertellingen van:
Leon Dubois, kleinzoon van Maria Coletta Reynders
Maria – Thérèse Morren (Mol 2 februari 1951),
kleindochter van Carolus Reynders
En documentatie van het Museum Kamp van Beverlo.
Leon Dubois



