
De bootreis van Antwerpen tot Matadi aan de monding van de Congostroom duurde ongeveer 3 weken. Dan met de trein naar Leopoldstad (nu Kinshasa). Van Leopoldstad gaat de reis met een rivierboot over de Congostroom noordwaarts naar Bumba (dat 1.000 km verder aan de Congostroom ligt). Vandaar met de auto en de vrachtwagen naar hun eindbestemming: de missie in Bondo. Na een reis van meer dan een maand arriveren ze een paar dagen voor kerstdag 1937 in Bondo. Latere reizen gebeuren met het vliegtuig via Melsbroek.
Wanneer ze voor het eerst in Congo aankomen maken de "nieuwe" missionarissen een eerste rondreis door het gebied. Over zijn eerste kennismaking met zijn werkgebied en de inlanders in Congo brengt Felix verslag uit in het kruisherenblad "Voor de eerste maal op missiereis" (in De Zegepraal des Kruises, 18de jaargang, 1938-1939, p.11-13, 60-62, 81-84 en 156-159).
We lezen over zijn contact met een nieuwe wereld: "Zoo'n missiereis, die eigenlijk ondernomen werd om de taal wat aan te leeren, (is) ook op ander gebied voor den jongen missionaris van groot nut (...). Ze is werkelijk de voornaamste van alle missiereizen die men ooit maken zal. Men zou ze het noviciaat van het missionaris-leven kunnen noemen. Ze brengt u voor het eerst onder het zwarte volkske, waar ge nu geheel op uzelf zijt aangewezen. En wanneer ge uw oogen den kost geeft, en eens goed let op hun zeden en gewoonten, dan zijn dat drie leerzame weken geweest; na dien tijd hebt ge u al een geheel andere gedachte over den zwarte gevormd, dan die gij u in het begin gemaakt hadt. Bovendien is die eerste reis ook het interessantste. Iederen dag krijgt ge iets te zien of te hooren, wat tot dan toe hoogstens nog maar in je verbeelding bestaan had. (...)
Op elken mboka (negerdorp) komt de Overste van de missie van Bondo (...) mij een bezoek brengen. (...)
De reden van dat dagelijks bezoek van Pater Overste (...): hij moet biecht komen hooren, omdat het ambt van biechtvader, wegens gebrek aan voldoende taalkennis, mij tot dan toe nog niet was toevertrouwd. (...)
Het doel van zijn bezoek was niet mij te komen troosten in de eenzaamheid, want deze drukt hier lang niet zoo zwaar als men wel zou denken. Den ganschen dag immers hebt ge uw bezigheid, zoodat ge geen tijd hebt om u met eigen beslommeringen en droomerijen bezig te houden. Integendeel, - 't voordurende gezelschap van dat zwarte volkske, met zijn speciale aardigheden en pretmakerijen, maakt van uw zoogenaamd alléén-zijn in de brousse, toch een gezellige eenzaamheid. (...)"
Hij beklaagt hij zich zijn gebrek aan medische kennis:
"Naast zijn hut had men den stervenden op een kitikwali (soort bed). Hij kreunde van de pijn (...) Daar er volgens mij niet veel tijd meer te verliezen viel, heb ik alle formaliteiten maar zoo vlug mogelijk afgehandeld en den man het H. Doopsel toegediend. Toen ik eenige dagen later hoorde dat de zieke weer volkomen genezen was, was dit in zekeren zin een tegenvaller voor me, omdat ik meende er een nog juist op tijd naar den hemel te hebben geholpen. Maar mijn ondervinding is dienaangaande niet erg groot en voor dokter heb ik nooit gestudeerd. Deze kennis zou hier anders prachtig van pas kunnen komen. Men zou dan, behalve over den zedelijken toestand van den zieke, zich ook een oordeel kunnen vormen over zijn lichamelijken toestand en aldus opgewassen zijn tegen de streken en de trucs van de negers, die er niet voor terugschrikken zich even op het sterfbed neer te leggen om op een gemakkelijke manier aan het H. Doopsel of het H. Oliesel te geraken."
Bij zijn aankomst in Congo en na zijn eerste missiereis werd hij aangesteld als leraar aan het kleinseminarie van Bondo waar hij o.a. Latijn en wiskunde onderwees. "Hij was er 27 jaar werkzaam en was vooral bekend als een goed leraar in het Latijn op het klein seminarie in Bondo, waarvan hij ook vele jaren directeur geweest is. Bijna al de inlandse priesters van het bisdom Bondo hebben bij hem hun klassieke opleiding gehad. Het is misschien daarom dat zij er nu nog zo aan gehecht zijn.", getuigt medekruisheer Jaap Dekker in een in memoriam voor Felix.
Wanneer op 10 september 1960, een paar maanden na de onafhankelijkheid van Congo, een nieuw aangestelde administrateur op bezoek komt in Ango spreekt hij zijn waardering uit voor Felix Schollen. In het dagboek van kruisheer Jules Van Tricht, "Dipandà in Ango" uit 1961, lezen we: "De Oost-Provincie blijft aan de kant van meneer Lumumba. De provinciale regering gaat gewoon door met zijn partijmannen te benoemen. Wij krijgen hier zo'n partijman als administrateur toegewezen. Het is een oud-seminarist van Bondo. (...) De nieuwe administrateur werd verwelkomd met een urenlange speech van zijn oud-collega, eveneens een oud-seminarist van Bondo, de volksvertegenwoordiger L.G. Deze steekt confrater Felix Schollen een speciale pluim op zijn hoed. Hij zegt dat hij en de administrateur aan père Felix hun groot verstand verschuldigd zijn; hij wordt bedankt voor de grondige mathematieklessen op het seminarie."
Felix deed ook parochiewerk in Bondo, Api, Ango en Gwane. In Gwane organiseerde hij op 15 augustus 1938 of 1939 de eerste processie (een Sacramentsprocessie naar Belgisch model). Rond 1954 deed hij parochiewerk in Api en later nog in Ango.
Brieven vormden de belangrijkste band het thuisfront. Soms was er wel eens een andere gelegenheid, bijvoorbeeld via de BRT-uitzendingen voor Belgen in Afrika ("Uurtje voor de missionarissen"). Familieleden konden dan in Hasselt (Radio Limburg) voor de micro een berichtje lezen naar Congo. Vooral voor de kinderen was dit een belevenis.
Felix Schollen kwam een eerste keer naar huis in 1948. Tijdens de verlofperiodes in België verbleef Felix bij zijn oudste zus, Maria, het gezin Vandergraesen-Schollen tegenover de kerk van Paal. Florent Vandergraesen was fietsenhandelaar en maakte dan een Solex (lichte bromfiets) rijklaar voor Felix. Daarmee bezocht hij dan familie en vrienden.
In november 1963 ontvangt de familie een telegram uit Congo "Père Felix Schollen mourant" ("Pater Felix Schollen is stervende"). In januari 1964 is hij terug in België.
Na veel omzwermingen, bij familie, kruisherenkloosters en ziekenhuizen overlijdt hij op 4 november 1975 in het Psychiatrisch Instituut van de Broeders Alexianen in Tienen.

Op blz. 242 in het eerste van vier delen van "De Kruisheren in Congo" van Dr. Roger Janssen o.s.c., uitg. St. Agatha-Cuyck, 2017) lezen we: "Felix was altijd een piekeraar en perfectionist geweest. Zelf getuigde hij: "Overal en in alles zag ik problemen. Toen ik nog jong was had ik energie genoeg om ze te dragen, om er overheen te stappen. maar hoe ouder ik word, hoe moeilijker en zwaarder het me valt.
Na de moord op onze missionarissen en na mijn zware maagbloeding is mijn leven ondraaglijk geworden. Ik geef er niets meer om, was ik maar dood." Hij overleed plots (aan een hartinfarct) in Tienen op 4 november 1975 en werd in Diest begraven."
Theo Schollen
