Paschen nadert
Palmzondag beteekent blijde intrede. Het herinnert ons aan de blijde intrede van Jezus in Jerusalem.
Op dien dag werden de palmen gewijd en geplant op het veld en op de vier hoeken van het huis. De menschen zongen toen nog "Hosanna in den hooge" en een week daarna riepen ze om het hardst "Kruisig Hem".
Op witten Donderdag stelde Jezus het H. sacrament des Altaars en het Priesterschap in. 't Was op dien dag dat Judas Jezus verkocht voor 30 zilverlingen en Hem overleverden aan den Hoogenraad. Jezus werd dan gegeeseld en met doornen gekroond. Dan kreeg Hij het kruis te dragen naar den berg van Kalvarië. Daar werd Christus gekruisigd. Drie uren lang hing Hij daar op 't schandig kruishout. Alvorens te sterven bad Jezus nog voor zijne vijanden. Hij troostte de goede moordenaar en sprak "heden zult ge met Mij zijn in het Paradijs". Nadat Jezus de geest gegeven had deed men Hem van 't kruis af en legde men Hem in 't graf dat een der heilige mannen voor zichzelf had laten uithouwen. De soldaten gingen dan tot bij het graf om Jezus te bewaken want Hij had voorzegd "na drie dagen zal ik verrijzen."
Op Paaschzaterdag is het een plezierige dag voor de kinderen. Dan mogen ze eitjes gaan rapen. 't Is dan eene grote vreugde om overal rond te zoeken in de hoven.
En dan … Paschen. Het grootste feest van het jaar. De verrijzenis van Christus. Laten we deze week goed doorbrengen om dan op Paaschdag met Jezus te kunnen verrijzen.

Zicht op de Klitsberg vanuit het zuiden, de berg was veel meer open en begroeid met heide
Een wandeling op een zonnige dag onder de Paaschvacantie
Een week is reeds vervlogen van onze Paaschvacantie. Tot hiertoe is het weder nog maar flauwtjes geweest. Nu is het Beloken Paschen (de zondag na Pasen, die de paasfeestweken afsluit nvdr)
't Is een prachtig weer. De zon staat reeds hoog aan den blauwen hemel. Ze zendt haar weldoende stralen op aarde neer en doet alles ontwaken. Ze kust de vogeltjes wakker die gisteren nog bang wegvluchtten voor het barre regenweer. Vader en moeder hadden ons medegedeeld van met zoo een schoon weder eens een wandeling te doen.
't Is één uur in den namiddag. Vader kondigt het vertrek aan en weg zijn we. De kleintjes lopen voorop en plukken hier en daar een heitakje. We wandelen naar de Klitsberg. Het klimmen valt wel moeilijk, maar toch is het plezierig vrij te zijn in dezen zonnigen natuur. We zien even naar beneden en bewonderen al deze mooie landschappen. We bemerken het fabriek van Tessenderlo en van Kwaadmechelen. We zien negen kerken, waaronder deze van Paal, Beringen, Tervant, Deurne en nog vijf andere. Daar tusschen die hooge bomen en achter die lieflijke bosschen verschijnt als een reus de koolmijn van Beeringen.
Ginds zien we de acht kanonnen die moeten dienen om vreemde vliegers neer te schieten. We zijn bij een hut gekomen waar eenige soldaten bijstaan. We mogen ook even binnenkomen. Wat is het hier armzalig ! Een tafel is er wel maar geen stoelen. We dalen al dieper en dieper den grond in. Hier staat een radio, maar ach wat schamele bedden. Er is wat stro op den grond gesmeten en daarop moeten deze menschen slapen.
We mogen ook even door den verrekijker zien. Ik kijk naar de koolmijn. Brrrr … wat draaien die raderen gevaarlijk. Na de soldaten bedankt te hebben treden we uit de hut. We wandelen naar huis want de zon is reeds lang verdwenen. Moe en afgemat komen we thuis. Wat denkt ge van deze heerlijke wandeling ?

Uitkijkpost op de Klitsberg, 1939-40
De lieve lente komt in 't land
Reeds lang verwachtten we de lieve lente die zoveel geluk en zon onder de menschen brengt. 't Is al half april en het schoone weder wou maar niet komen. Nu echter vergeten we al deze droeve dagen die we in verveling moesten doorbrengen omdat het altijd regende en we niet konden buiten komen.
Van 's morgens vroeg staat de zon aan den hemel te glanzen gelijk een prachtige vuurbal. De menschen zijn nu rap te been en veel frisscher en opgewekter dan binst de slechte regendagen.
De wind doet de bottende boomen en de frische groene struiken zachtjes wiegelen. Ook de bloempjes houden van dien frisschen natuur. Ze steken hun kopken omhoog als luisterden ze ergens een gesprek af. De lieve jonge vogeltjes vliegen tierelierend omhoog en zingen een innig danklied voor den Goddelijken Schepper en hun Hemelsche Moeder.
Zelfs de kinderen houden ervan want ze zijn immers ook als een nieuwe, frissche lente. Ze zoeken een plaatsken op in het mollige zand om daar eens lekkere koeken te kunnen bakken. De zieke en bleeke menschen zullen weldra de kachel verlaten en wandelen in het heerlijke frissche bosch.
O, lieve Lente kom spoedig heel en gans want we verlangen zoo vurig om u weer eens terug te zien met al uw jonkheid en pracht.