Deze website gebruikt cookies

Deze website gebruikt zoals de meeste website cookies om uw bezoek zo aangenaam mogelijk te maken. Wij respecteren hierbij uw privacy maximaal. Indien u verder gaat naar de website staat u de plaatsing van cookies toe. Meer info over ons cookiebeleid - klik hier. -

Dag van de moedertaal: een pleidooi voor het behoud van ons dialect

Elk jaar wordt door de UNESCO op 21 februari de 'Internationale Dag van de Moedertaal' (International Mother Language Day) gevierd. Deze dag staat in het teken van de taalkundige en culturele diversiteit en de meertaligheid. Voor de UNESCO zijn talen het instrument om het culturele erfgoed levend te houden.  In de aanloop naar deze dag wordt er zaterdag, 13 februari tussen 11 en 12 op Radio Benelux aandacht besteed aan het Buitings dialect,  in interviews met twee Palenaars die zich met het Buitings woordenboek, de Dikke van Pale, bezighouden.  Vanaf volgende week organiseert paalonline ook een wedstrijd in de vorm van een zoektocht naar een Buitings zinnetje,  die langs Paalse middenstanders loopt.  Daarover verneemt u in dit bericht alle details.  
Robby Vanesch uit Stal is één van de vaste medewerkers van de taalcommissie van paalonline en hieronder houdt hij een warm pleidooi voor het behoud van het dialect.

 schema J.P. MalloryDialectverlies – Dialectbehoud

Dialecten krijgen sinds enige tijd meer positieve aandacht.  Op zich een goede zaak, maar dat verandert niets aan het feit dat dialectsprekers in veel plaatsen (zeker in Noordwest-  en West-Limburg) een minderheid geworden zijn.  Er zijn zelfs plaatsen waar het dialect zo goed als weg is.  Op veel plaatsen is vijf voor twaalf al lang voorbij… Men weet intussen uit studies dat dialect spreken met kinderen niet nadelig is voor hun ontwikkeling en zelfs een voordeel is om later vreemde talen te leren.  Ook heeft men de veronderstelling dat dialect spreken onbeschoft is laten varen.  Men kan immers in het Algemeen Nederlands ook onbeschoft zijn.  De “B” heeft men ook weggelaten uit de afkorting “A.B.N.” (Algemeen Beschaafd Nederlands) omdat het spreken van dialect niets te maken heeft met al dan niet beschaafd zijn… De A.B.N. campagne van midden vorige eeuw heeft onze dialecten veel schade berokkend.  Veel mensen begonnen Nederlands (of wat men dacht dat Nederlands was) te spreken met hun kinderen en kleinkinderen waardoor er enkele generaties kwamen die deels/grotendeels niet meer in het dialect werden opgevoed.  Hierdoor konden de meesten ook geen dialect verder geven aan  hun kinderen (neefjes/nichtjes)…  

Onze dialecten zijn geen verbasterde vormen van het Nederlands.  Het Nederlands is net uit een aantal dialecten ontstaan.  De dialecten zijn dus ouder dan het A.N..  De dialecten waaruit het Nederlands ontstond waren Hollands, Brabants en Vlaams.  Allemaal Westnederfrankische dialecten.  De Limburgse dialecten, die Oostnederfrankische dialecten zijn, hebben vrijwel niets bijgedragen tot de vorming van het Nederlands.  Strikt genomen is het Algemeen Nederlands een  vreemde standaardtaal voor Limburgs sprekenden (in België en Nederland, in Duitsland is dat zo met het Hoogduits voor het Limburgstalige gebied daar).  De Limburgse dialecten wijken op een aantal vlakken sterk af van het A.N. en hebben kenmerken die niet in de standaardtaal voorkomen.  Hierdoor zullen deze Limburgse kenmerken ook nooit via het A.N. in stand gehouden worden…

Er zijn externe en interne factoren die bedreigend zijn voor onze dialecten. 

Interne factoren zijn deze waarvoor de dialectsprekers zelf verantwoordelijk zijn.  In hoofdzaak is dit het niet meer spreken van dialect met kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen… waardoor men het dialect niet meer doorgeeft.  Ook het niet meer altijd spreken van dialect in situaties waarin men dit enkele decennia nog wel deed is een factor.  Men zal z’n taal nogal snel aanpassen in een gesprek met iemand waarvan men hoort dat hij/zij niet uit de buurt is, ook in een regio waarbinnen men in het eigen dialect nog verstaanbaar is).  Maar past die “andere”  zijn/haar taal aan?  Spreekt hij/zij A.N. of gewoon zijn/haar vreemd dialect?  

Externe factoren zijn de factoren en invloeden van buitenaf.  De eerder genoemde A.B.N. campagne uit het midden van vorige eeuw (en de nasleep ervan) is er één.  Inwijking van niet-dialectsprekers of sprekers van een totaal ander dialect, die vaak totaal geen binding/interesse hebben voor het lokale dialect, is er nog één.  Tussentaaltjes die noch dialect noch A.N. zijn, en die o.a. via televisie, sms-taal,… nogal wat invloed hebben,  vormen ook een negatieve factor (niet alles wat afwijkt van het A.N. is zomaar dialect).   Ook het nadeel dat Limburgse dialecten in België niet van een beschermd statuut genieten, laat een steeds verdere achteruitgang ervan toe.  Een officiële erkenning van het Limburgs als streektaal zou op zijn minst een krachtig signaal vóór onze dialecten zijn.  De Belgische regering heeft echter tot op heden het Europees handvest voor streek- en minderheidstalen niet ondertekend.  Onder andere Nederland, Frankrijk en Duitsland deden dit wel.  Duitsland erkende in 1995 officieel de Nederduitse dialecten.  Nederland erkende het Fries en het Nedersaksisch in 1996 en het Limburgs (in al haar varianten) in 1997.  Het Fries  is er een officiële taal, het Nedersaksisch en het Limburgs zijn er officiële streektalen.   Wallonië erkende op eigen initiatief in 1990 alle regionale talen binnen België officieel.  Het Limburgs is dus erkend door Nederland, Wallonië en Duitsland, maar niet door Vlaanderen…  Doordat Vlaanderen het Limburgs niet erkent kunnen er ook geen officiële stappen ondernomen worden ter bescherming en promotie.  

Mensen die zich van elders komen vestigen in een dorp/gehucht/stad met interesse voor het lokale dialect maar dat vrijwel nergens horen, kunnen het ook niet leren.  Vroeger werd er op de speelplaatsen van de scholen nog veel (hoe langer terug hoe meer tot zelfs enkel maar) dialect gepraat waardoor kinderen van ouders die van elders kwamen al snel het lokale dialect leerden kennen en overnamen (deels of volledig).  De oorzaak in beide gevallen is weer “intern” als men het plaatselijke dialect niet (vaak) hoort, kan men het ook niet leren…  Bij sommige dialectsprekers hoor je soms ook woorden die niet in hun dialect thuishoren.  Men neemt woorden van bv. op TV over en vervangt woorden uit het eigen dialect.  Vaak zijn tussentaalsprekers  zich hier niet van bewust of interesseert het hen niet.  Ook denkt men misschien dat die andere woorden “hip” zijn.  Dit is ook een vorm van dialectverlies en een opschuiven naar een tussentaaltje.  

Kan dialectverlies tegengegaan worden?  Jazeker!  In Cornwall in het zuidwesten van Groot-Brittannië was het Cornish aan het eind van de 18de eeuw volledig verdwenen.  De taal werd begin 20ste eeuw nieuw leven ingeblazen en het aantal sprekers neemt steeds toe.  Dichter bij huis is o.a. de dialectcursus voor het dialect van Hasselt (Veldeke Hasselt) een enorm succes.  Onze dialecten hebben een ontwikkeling doorgemaakt van vele eeuwen.  Nu dreigen ze op enkele decennia te verdwijnen… Toch iets om even over na te denken…  We moeten ons dialect terug spreken in alle  omstandigheden die het toelaten.  Ook opnieuw met kinderen, met mensen uit buurdorpen en de ruime regio, overal waar we elkaar in het plat wederzijds verstaan.  Men heeft de dialecten bewust en agressief willen schaden…  Dan mag er ook redelijk assertief gehandeld worden voor dialectbehoud en om terrein terug te winnen…  In elk(e) dorp/gehucht/stad moet het lokale dialect terug de heersende taal worden… Veel talen spreken is een rijkdom maar je eigen dialect niet kennen is armoede… We moeten dialect spreken interessant maken en het spreken ervan terug de normaalste zaak van de wereld.

Ik hoor mijn grootmoeder Bertha Baeten (1907 – 2002) nog zeggen “mer menneke… ich gónk in ’t Kamp nó school, da war vrumd vur mich, ich verstond daoë niks van…” over de plechtige taal van de nonnen.  Zelf vond ik het ook raar in de kleuterklas…  In de klas spraken de juffrouwen “raar” (met “raar” is A.N. bedoeld) maar op de speelplaats spraken ze onderling “normaal” (met normaal is hier plat Stals bedoeld).  Voor mij waren A.N. en plat Stals al op zeer jonge leeftijd 2 verschillende talen.  Dit was/is voor veel Limburgers zo voor wie de  eerste taal één of ander Limburgs dialect is.  Bij het aanleren van het A.N. deed men meer moeite om het juist te spreken, net door de vaak grote verschillen.  Nu worden veel kinderen (niet allemaal) opgevoed in slecht A.N. of een of andere tussentaal gebaseerd op Westnederfrankische dialecten.  Dit hoor je in hun Nederlands… vaak  met een rare/foute uitspraak en vaak onbeholpen woordkeuzes… Men doet minder moeite,  want de taal die men van thuis uit meekreeg (slecht A.N., tussentaal)  “lijkt er toch op” (op het A.N.)… en “op t.v. spreekt men toch ook zo” (in veel gevallen).

Een ideale situatie is er een waarbij iedereen naast zijn/haar dialect ook A.N. kent.  Met A.N. bedoel ik niet wat er tegenwoordig meestal op televisie gesproken wordt, maar zoals bijvoorbeeld Luc Appermont op t.v. praat.  De taal op t.v. is vaak moeilijk A.N. te noemen en helt vaak over richting tussentaal met slechte woordkeuze en slechte uitspraak.   Ideale situaties komen vaker niet dan wel voor…

Logo MoedertaalDialecten staan ook niet stil.  Er verdwijnen woorden met gebruiken die verdwijnen.  Er komen woorden bij met nieuwe gebruiken waarvoor men geen dialectwoord heeft.  Persé een dialectvariant zoeken voor een nieuw woord heeft niet altijd zin.  Heeft het zin om voor al de computerwoordenschat dialectvarianten te zoeken?  In het verleden deed men dit ook niet altijd.  Denk maar aan de dialectwoordenschat die met onze fiets of onze auto te maken heeft…  De algemene dialectwoordenschat voor alledaags gebruik is van belang voor het voortbestaan van onze dialecten.  De woordenschat die verbonden is aan gebruiken die verdwenen zijn of dreigen te verdwijnen is van historisch belang en is ook materiaal dat kan dienen voor gerichte studies.  

Voor hen die geen dialect spreken maar dit wel zouden willen kunnen… Gewoon beginnen… al doende leert men en leert men bij… Dat is zo bij elke nieuwe taal die men wil leren.

 

Robby Vanesch.

Laatst aangepast op 12 februari 2021
Log in om reacties te plaatsen