Deze website gebruikt cookies

Deze website gebruikt zoals de meeste website cookies om uw bezoek zo aangenaam mogelijk te maken. Wij respecteren hierbij uw privacy maximaal. Indien u verder gaat naar de website staat u de plaatsing van cookies toe. Meer info over ons cookiebeleid - klik hier. -

9 november 2024

Dialect spreken / Böetings klappe: aflevering 4

In deze aflevering gaan we het over nog 3 verdere taalverschijnselen hebben die in de buurt het Böetings of in het Böetings voorkomen.  Maar eerst nog even iets over een voorbeeld dat in aflevering 3 werd aangehaald.  Bij de voorbeelden voor umlaut bij meervoudsvorming staat er “broe’ed” (brood) en “broe-i” (broden).  In een enquête van rond de eeuwwisseling werd er door iemand “broewed” (brood) en “brooj” (broden) opgeschreven.  Na controle door de taalcommissie van paalonline werd “broewed” en “brooj” vervangen door “broe’ed” en “broe-i” in de door hen ontwikkelde spelling voor het Böetings.  Dit zal ongetwijfeld ook de juiste vorm voor beide woorden zijn, maar dan zijn de vormen eerder een restant van betoning dan van meervoudsvorming door Umlaut.

Een eerste verschijnsel waarover we het in het kort gaan hebben zij de woorden “huis” en “kruis”.  Deze woorden kennen in de meeste Limburgse dialecten een verschil in klankontwikkeling.  Dit is nog zo in Lummen, Heusden, Zolder, Hechtel… Daar zijn het varianten van “hoos” en “krues”.  Net zoals in het Duits “haus” en “kreuz” is er hier verschil in klankontwikkeling.  In het Böetings, Berings, Beverlo’s en Koersels is er hier geen verschil in ontwikkeling.  De woorden “huis” en “kruis” hebben er dezelfde klank, “höes” en “kröes”.

Het tweede taalverschijnsel waarover het in deze aflevering gaat is de ontwikkeling van de gerekte korte West-Germaanse “a” in een open lettergreep en de oorspronkelijke lange West-Germaanse “aa”.  Deze zijn in het Standaardnederlands samengevallen.   Hierdoor is er geen verschil in uitspraak van de klinkers in woorden als aap en schaap, maag en vraag, taal en paal, laat en laten,…  In de eerste woorden van de woordparen stamt de “aa” af van een oorspronkelijke korte West-Germaanse “a”, in de tweede woorden van de woordparen van een oorspronkelijke West-Germaanse “aa”.  In de meeste dialecten van beide Limburgen en in de oostelijke Nederlandse dialecten werd het verschil bewaard.  Een volledige samenval zoals in het Nederlands is er enkel in het noordwesten van Belgisch Limburg namelijk in Tessenderlo, Kwaadmechelen, Oostham, Beverlo, Korspel, Heppen, Leopoldsburg, Kerkhoven, Stevensvennen en Lommel.  Beringen, Koersel, Stal, Hechtel,… hebben de tegenstelling behouden.  Voor Paal en Tervant zijn de veel aangehaalde voorbeelden voor dit verschil in ontwikkeling, namelijk: “aap-schaap” en “taal-paal”, ongelukkig daar het Böetings voor deze voorbeelden samenval kent namelijk: “oap-skoap” en “toal-poa’el”.  Maar het Boëtings kent hier ook een verschil in ontwikkeling zoals de meeste dialecten in beide Limburgen.  Als we andere voorbeelden nemen voor deze ontwikkeling dan wordt dit duidelijk.  Bij o.a. de woorden “dagen-maag-slag” tegenover “laag-plaag-vraag” zien we voor het Böetings wel degelijk een verschil.  In het Böetings is het “daag-maag-slag” tegenover “loa’eg (“lieg”, afhankelijk van de betekenis)-ploag-vroag”.

Ten derde in deze aflevering even kort iets over verharding/verscherping van de uitspraak bij gebruik van “…op de…”.  Tegenwoordig hoor je vaak onder invloed van het Standaardnederlands of niet-Limburgse tussentaaltjes dat men “…oppe…” (…op de…) zegt in plaats van het zachtere “…obbe…”.  De zachtere (Limburgse) uitspraak is ook oorspronkelijk in het Böetings.

In de volgende aflevering zetten we eens alles op een rij.  

R. Vanesch.

Lees 236 keer Laatst aangepast op 23 februari 2026
Log in om reacties te plaatsen