Woordenschat les 6
Skùi'er- zelfst.naamw.(v) - boerderij -
Schuur waar oa. de wanmolen, dorsmolen, dorsvlegel opgeborgen werd, ook om met de dorsvlegel te dorsen
Poe'et- zelfst.nw.(v) -
1. Poot 2. Hand. Hij is gestorven. "Hè lit mi de poe'ete omhoe-g."
Met je been op de sukkel geraken. "Vanne poe'et af gerake."
We waren volledig uitgeteld. "We lage mee de poe'ete van os af."
Béi'erverke- zelfst.nw.(o) - Biervarken, varken dat opgroeit met bieroverschotjes in 't café
Bag- zelfst. naamw.(v) - boerderij -
Big - Sus Domesticus, afbeelding
Verkespetèt - zelfst.nw.(m) - Minderwaardige aardappel, geschikt als varkensvoer
Pèèrssnee- zelfst.nw.(v) - Paardenbrood (zie ook: 'pèèrsbroe'ed'), overschotje van het zwarte brood dat hard geworden is en aan het paard gevoederd wordt.
Tommert- zelfst.naamw.(m) - boerderij -
Herfsthooi (‹ toemaat). Gras dat eind augustus of september nog een keer gemaaid en gehooid werd. "Tommert es hoe-i vanne twiede snee."
De Cupido - eigennaam - volksetymologische verbastering van de Spaanse naam 'De Quebedo' , Leopold de Quebedo was burgemeester in Paal voor en tijden de Eerste Wereldoorlog
