De computer blijft voor Mil Van Doninck een onbekend instrument en dus zijn de wielerboeken die hij volschreef ondertussen een flinke stapel geworden. “In 1968, ik was net geen 16 jaar , toen ik mijn eerste boekje begon in te vullen”, zegt praatvaar Mil, “dat eerste boekje was mijn klasagenda van de Broeders van Liefde in Tessenderlo. Het is ondertussen helemaal vergeeld. In feite is de aanzet gegeven door Emiel ‘Milleke’ Daems, een Belgische profrenner met dezelfde voornaam als ik. Ik was helemaal in de ban van het wielrennen en besloot dan maar om alles te noteren. Ik heb de uitslagen van grote ronden en klassiekers voor beroepsrenners opgeschreven. Het ging niet alleen om wegwedstrijden maar ook over veldrijden. Per coureur noteerde ik diens uitslagen apart. Op dit ogenblik zit ik aan 4755 fiches van profwielrenners sinds 1968.”
Dat deze hobby een huzarenstuk is, hoeft geen betoog. Tijdens het weg- en veldritseizoen pluist Mil Van Doninck dagelijks de wieleruitslagen uit in zijn favoriete sportkrant Het Nieuwsblad. “Ik mag geen dag overslaan want dan geraak in achterop”, legt Mil uit, “zelfs als ik in mijn stacaravan verblijf in Nieuwpoort moet ik elke dag met veel discipline mijn boeken invullen. Ik heb natuurlijk de hele evolutie van het internationale wielrennen meegemaakt. In de beginperiode waren er nog veel kermiskoersen en kwamen de renners uit amper 6 Europese landen. Nu komen ze van overal.”
Als je naar zijn favorieten vraagt, dan krijg je van Mil een dubbel antwoord. Enerzijds heeft hij oog voor de lokale wielrenners die ooit schitterden maar hij heeft natuurlijk ook zijn klassieke wielerhelden zoals Merckx, Van Impe en Tom Boonen. Lokaal praat hij over de broers Leonard , Roger en René Engelen, Frank Corvers, Paul Wellens, Eric Vanderaerden en Ronny Claes. Eigenlijk komt er nooit een einde aan de spraakwaterval als Mil het over ‘de koers’ heeft. Des te langer hij er over praat, des te meer namen van kampioenen die hij bewonderde, rollen over zijn lippen. Hij weet echt heel veel!
Toch heeft Mil van één ding spijt: ”Ik had vroeger een verzameling van zeker wel 1000 prentjes van wielrenners. Die heb ik weggegeven. Dat had ik nooit mogen doen.
” Echtgenote Christiane Dewit en de zonen Tom, Dirk en Bert hebben nooit anders geweten dat Mil dagelijks zijn wielerboeken invulde. Hij is ook nog lang niet van plan om deze wel bijzondere hobby op te geven. Al zijn boeken bevatten een schat aan informatie over het wielrennen. Dat mag later niet verloren gaan.
(tekst & foto Martin Vanierschot)