Het beloofde land werd 13 eeuwen voor Christus bewoond door de Filistijnen en in de 16 eeuw maakte het deel uit van het Ottomaanse rijk, waarvan de Oguzturken de stichters waren. In 1918 worden de Ottomaanse troepen door de Britten verslagen en die vestigen er bij mandaat hun gezag in 1922. Tussen 1936 en 1939 krijgen zij te maken met de Arabische opstand die zich keert tegen het Britse gezag en de Joodse immigratie in het gebied. Dit wordt de kern van de Arabisch Israëlische oorlog. De Palestijnen beschouwen de landverdeling die plaats vond in 1947 als onrechtmatig.
Amper een paar honderd kilometer verwijderd van de grens met Gaza toef ik op mijn vakantieadres in een paradijselijk decor. In Gaza proberen Israëlische troepen Hamas uit te roeien (de beweging die de Palestijnse Autoriteit opzij zette en verantwoordelijk was voor de gruwelijke wraakactie in oktober).
In de Arabisch Islamitische omgeving waarin ik mij bevind worden de ontwikkelingen van de oorlog dagelijks gevolgd. Israël wordt hier beticht van genocide. Er gaan stemmen op dat Egypte zou moeten ingrijpen. Men is boos over het onrecht dat de regio beheerst. Intussen dienen militante burgers voorzichtig te zijn met hun uitlatingen. Kritiek op de Egyptische regering wordt hier niet in dank afgenomen. Klagen over de economische toestand en de armoede die hij met zich meebrengt wordt al vlug gezien als een mogelijke alliantie of sympathie met de Broederschap. Gevaarlijke kost !
Als gast in dit land houd ik me verre van politieke uitlatingen en wanneer gevraagd, betoog ik dat een oplossing altijd tot stand dient te komen middels dialoog. En dat tijdens een dialoog geduld en rede onontbeerlijke voorwaarden zijn.
Natuurlijk heb ik makkelijk praten in een comfortabele rieten stoel onder de bougainville met dollars in mijn zak en eten in de ijskast .
Me in gedachten verplaatsend van deze idyllische plek in de Sinaï naar Rotterdam, verneem ik dat criminele bomaanslagen nog steeds behoren tot het dagelijkse toneel en dat Nederland aanmoddert in een gepolariseerd antropoceen, bedenk ik dat geduld en rede onderdeel zijn van de illusie.
En ik neem, verfrist, het vijftienhonderd bladzijden tellende boek met het verzameld werk van James Joyce’s van het rieten tafeltje om me te verdiepen in Finnegans Wake.
