Sinds een maand of 4 hebben we geen telefoonverbinding meer. De hoofdkabel die naar dit (blanke) gebied loopt is gestolen. Heel wat mensen zijn hier nu de dupe van. De kabel wordt niet vernieuwd, omdat die lijn een dienst verschaft aan blanke bewoners.
Afgelopen weekend zijn in de nacht ook alle telefoonpalen verdwenen. Onze alarminstallatie is al 2 keer opgewaardeerd. Ik heb nu zelfs continu een knopje om mijn nek hangen, een “panic button”. Wanneer ik overvallen word, kan ik dit knopje indrukken, het staat in verbinding met onze alarminstallatie. Na een kwartier staat er hier dan hopelijk iemand van de alarmdienst die me kan komen helpen. De vraag blijft: krijg ik dit knopje nog ingedrukt voor mijn keel wordt doorgesneden.
In mijn werkplaats staat bijvoorbeeld een kolomboormachine. Aan de achterkant heb ik een achteruitkijkspiegel bevestigd, kwestie van op tijd te kunnen opmerken of er iemand binnenkomt met slechte bedoelingen. De radio aanzetten is taboe, want dan geef je de dief de gelegenheid om onhoorbaar een gat te maken in je dak.
Vorig jaar in augustus werd er in mijn werkplaats ingebroken, via een gat in het dak, om zo het alarm te ontwijken. Voor meer dan € 1800 aan materieel werd gestolen: van kettingzaag, boormachine tot slijpschijf en grastrimmer ... allemaal weg. Ik wist voor 100% zeker dat mijn tuinman hier mee te maken had. Toen ik zijn naam opgaf zei de politie dat ze hem EEN BEETJE in het oog gingen houden. Ik heb nooit meer iets gehoord van mijn gereedschap dat hier ontvreemd werd.
Voordien werd hier nog een paar keer ingebroken, maar dat beperkte zich tot kruimeldiefstallen. Wel is geprobeerd om onze bakkie (pickup truck, nvdr) te stelen toen hij buiten stond. De zijruit werd ingeslagen , bedrading losgetrokken om hem proberen te starten.
Ongeveer 3 weken geleden is hier voor de 5de keer ingebroken. Op een doordeweekse dag kom ik in de garage oog in oog te staan met een inbreker. Gelukkig is mijn zoon thuis en kunnen we hem overmeesteren. De kerel slaat mijn zoon met de waterketel op zijn kop. Heel de keuken ligt vol glas en bloed. Ik druk het alarm af, we proberen de inbreker in bedwang te houden tot de politie komt …
3 uur moeten we wachten, volgens de agenten omdat er net een wisseling van de posten was toen de oproep binnenkwam. Wij weten: omdat we blank zijn.
Mijn zoon is ondertussen hersteld van zijn verwondingen, maar is serieus getraumatiseerd. Ikzelf weet ook niet meer welke kant dat we moeten opgaan. Als ik alleen was geweest, had ik dit misschien niet meer kunnen schrijven.
Elke dag ben je nu verschrikkelijk alert, je durft bijna niet meer buiten komen. Alle geluiden zijn verdacht. Ook als je met je wagen onderweg bent hou je de 4 portieren gesloten. ‘s Nachts negeer je elk stopteken, en aan de rode lichten rij je gewoon door het rood. Aan een geldautomaat zijn we altijd met z'n tweeën. De ene pint geld , terwijl de ander op wacht staat.
Het krioelt van de bedelaars. Vooral in de buurt van winkels lopen ze rond. Ze worden zelfs agressief als je hun niet genoeg geeft. Op sommige plaatsen krijg je zowaar een mooie verrassing als je niets geeft. Terwijl je je boodschappen doet in de winkel nemen ze een steen. Een kras van de voorkant van de wagen tot de achterkant sluit je winkelbezoek af.
De Standaard besluit zijn artikel over Tom Gouws: “Dis ’n storie wat verteld moet word. Vandaag zijn er zoveel verhalen die moeten worden verteld dat niemand in Zuid-Afrika ze nog kan lezen. Laat staan er geloof aan hechten.”
http://www.standaard.be/cnt/dmf20180729_03638738

Een dichter vermoord, een dorpsgenoot gehoord. Giel Van Looy, Z-A