4 - 11 - 39 Allerzielen
Allerheiligen is voorbij, nu is het Allerzielen. We herdenken alle overledenen van de parochie. Na de hoogmis gaan allen met stillen eerbied uit de kerk. Ze gaan langs het kerkhof. De graven zijn met witte chrysanten versierd. Hun schitterend kleursel vol leven en licht, doet menige traan wegpinken. Jong en oud knielen neer op het graf van kinderen, echtgenooten en grijsaards.
Mijnheer pastoor zegent de graven en hij bidt ook voor de zielen zijner parochianen. En terwijl hier op aarde menschen bidden vliegen uit het vagevuur vele zielen recht naar den hemel.
Bidden we veel voor de lijdende kerk omdat hare leden zouden opgenomen worden in het rijk des Vaders!
Opstel 11 November: Herdenking van de Wapenstilstand !
Eénentwintig jaar zijn er voorbij sinds den vreeselijken oorlog 1914-1918. Op 11 November teekende men den wapenstilstand. 't Was een gejuich en gejubel over gansch de wereld. Er kwam vreugde in de harten van moeders en kinderen. Zouden ze nog eenmaal hun echtgenoot of vader weerzien ?
Hij kon terugkeeren, maar misschien was hij gesneuveld voor 't vaderland ?
't Is 11 November 1939.
Vandaag wordt er een mis opgedragen voor de gesneuvelde soldaten. Hoor, de klokken roepen ons ter kerke. Vooraan knielen de oudstrijders op de stoelen neer en bidden vurig voor hunne gesneuvelde vrienden. Eenige zijn in gepeinzen verzonken en herdenken al het gruwelijke van den oorlog. Ze zien voor
hunne oogen den gesneuvelde vriend, en die op sterven ligt. Bij sommige vloeien de tranen uit hun oogen bij al dit droevig herdenken.
De Mis is uit. Stil en eerbiedig gaan allen uit de kerk, naar den steen van de dierbare gesneuvelden. Twee kransen worden er neergelegd. Het muziekkorps speelt. Eenige menschen weenen over allen die ze dierbaar zijn geweest en die ze nooit meer hebben teruggezien. Stil en ingetogen gaat men naar huis.
Bidden we ook in deze benarde tijden voor de soldaten die opgeroepen zijn, opdat ze spoedig zouden weerkeeren.
Vrij opstel: 's Avonds in de gezellige huiskring !
De gezellige winteravonden zijn genaderd.
Buiten huilt de wind en kletst de regen tegen de ruiten. Binnen is het gezellig. Allen scharen zich rond de kachel die bijna gelijkt op een vuurbol. Grootmoeder zit in haar leunstoel. De kleine kleuters zitten reeds rond haar geschaard om te luisteren naar haar schoone verhaaltjes. Ze vertelt van heksen en spoken en alle andere vertellingen die ze beleefd heeft in haar jongen tijd. Vader leest het dagblad terwijl hij aldoor maar trekt aan zijn lekkere pijp.
Moeder herstelt de kleeren, die hare kinderen in de week stuk geloopen hebben. Groote zus is bezig met kleedjes en pullovers te breien. Ze is zoo diep verbrod in haar werk dat ze nog niet eens merkt dat groote broers met haar aan 't lachen zijn geraakt en uitroepen: " ziet die vingers eens gaan !"
't Is half zeven. Allen scharen zich rond de tafel en smullen de lekkere boterhammen naar binnen. Daarna bidt men het rozenhoedje. De kinderen ontvangen een kruisje van vader en moeder en gaan naar bed. Weldra zal alles in diepen slaap gedompeld zijn.
Schoone winteravonden die zoo prettig zijn in den gezelligen huiskring.

Het klooster aan de Diestersesteenweg dat voor onderwijs aan de meisjes zorgde.

Belgische troepen passeren het centrum van Paal, op de terugweg van oefeningen in 't kamp van Beverlo.
Het hoge gebouw achteraan was het oude gemeentehuis, dat gedeeltelijk gebruikt werd als jongensschool, net als het gemeentezaaltje in het midden van de foto. De kleine driehoek ervoor was een speelpleintje, daar ongeveer staat nu het monument der gesneuvelden (de 'Steen').